Woensdag 30 maart

Tachtig jaar geleden verscheen in New York de roman-in-verhalen Locos, het debuut van de Spaanse immigrant Felipe Alfau. Een schrijver om telkens weer te herontdekken.

***

‘Deze… roman is geschreven in korte verhalen, met als doel de taak van de lezer te vereenvoudigen. Op deze manier hoeft de lezer niet bij het voorplat van het boek te beginnen en te eindigen in de buurt van het achterplat.’

Alfau Locos (Nld)Met deze bemoedigende woorden begint Locos: een gebarenkomedie, het eerste boek van de Spaans-Amerikaanse schrijver Felipe Alfau. Het is een wonderlijke bundeling van bizarre verhalen. Over de arme Fulano bijvoorbeeld, een man die zo onopmerkelijk is dat zelfs bedelaars hem niet zien staan, en die zelfmoord pleegt om zichzelf een identiteit te verschaffen. Over Señor Olózaga, de “Zwarte Mandarijn’, die zijn zoontje geroosterd op tafel zet om zijn vrouw te vernederen. Of over de zoon van de uitvinder van de vingerafdrukkentheorie, Don Gil de Bejarano, die liever voor moord de gevangenis in gaat dan toe te geven dat zijn vaders theorie feilbaar is.

Gekker nog dan de personages in Locos zijn de bochten waarin de verhalen zich wringen. In het voorwoord verontschuldigt de schrijver zich al: hij heeft zijn romanfiguren niet in de hand; ze rebelleren tegen hun schepper, storen zich niet aan tijd en ruimte en hebben een gebrekkige kennis van de werkelijkheid. “Het resultaat hiervan”, waarschuwt hij, “is een zootje tegenstrijdige personages, even inconsequent als hun auteur en al even onhandig in hun optreden.” De lezer moet dan ook niet schrikken als de Zwarte Mandarijn zich in een voetnoot bemoeit met de invulling van zijn karakter, of wanneer een ander personage gebruik maakt van een korte afwezigheid van de schrijver om zijn eigen weg te gaan.

Alfau LocosDe lezer amuseert zich, hij lacht om de onverwachte wendingen en probeert – vergeefs – de roman achter de korte verhalen te reconstrueren. Maar raar opkijken doet hij niet. Het tot ‘leven’ komen van personages, het spotten met de conventies van de roman, de spelletjes met werkelijkheid en fictie – het is allemaal bekend uit het werk van Nabokov, Borges, Calvino, Pynchon en andere ‘postmodernisten’. Wie boeken als Uitnodiging tot een onthoofding of Als op een winternacht een reiziger heeft gelezen, zou zelfs kunnen denken dat Locos een ouderwets boek is. Ten onrechte, want Felipe Alfau schreef Locos aan het eind van de jaren twintig, toen het postmodernisme nog niet was uitgevonden en Nabokov nog aan zijn vervreemdende werk moest beginnen. Alleen de zes personages op zoek naar een auteur van Pirandello (1921) waren Alfau’s ‘locos’ voorgegaan.

Alfau was een experimenteel schrijver; wanneer je daarmee als schrijver succes hebt, al is het maar in bescheiden kring, dan is dat iets om te koesteren en goede sier mee te maken. In Alfau’s geval was het een vloek. Acht jaar lang leurde hij in zijn woonplaats New York met het manuscript van Locos; toen het boek in 1936 eindelijk werd uitgegeven, las bijna niemand het. Het was té modern; slechts een handvol critici kon Alfau’s literaire experimenten en ongewone humor waarderen, en de gedrukte tweeduizend exemplaren werden met moeite verkocht. Voor zijn tweede roman Chromos, die hij voltooide in 1948, vond Alfau niet eens een uitgever. Hij was zo teleurgesteld dat hij stopte met schrijven; de rest van zijn carrière werkte hij, gefrustreerd en vergeten, als vertaler bij een bank in Broad Street.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s