Zaterdag 12 maart

De Boekenweek is begonnen. Het thema is Duitsland. Zoals beloofd vandaag de lezen-op-locatiekaart van Berlijn.

***

De bloeiperiode van Berlijn als literaire metropool kwam pas nadat de zetel van de Pruisische koningen bij de Duitse eenwording (1870) was uitgeroepen tot de hoofdstad van het Keizerrijk. In de eeuwen daarvoor stond Berlijn al bekend als een centrum van kunst en wetenschap – denk aan Bachs Brandenburgse concerten en het verblijf van Voltaire aan het hof van Frederik de Grote – maar in de literatuur gebeurde het elders, met name in Weimar en aan het hof van de Saksische koningen. Alleen de negentiende-eeuwse Romantiek schoot stevig wortel in de stad tussen de Havel en de Spree, die onder meer Ludwig Tieck (Der blonde Eckbert, 1797) en E.T.A. Hoffmann (de grondlegger van het genre van de fantastische vertelling) tot zijn native sons rekende.

Kaart (Pieter Steinz en Rik van Schagen) uit Steinz - Gids voor de wereldliteratuur (Nieuw Amsterdam, € 34,95)

Kaart (Pieter Steinz en Rik van Schagen) uit Steinz – Gids voor de wereldliteratuur (Nieuw Amsterdam, € 34,95)

Het mooiste beeld van Berlijn in de jaren twintig – de hoogtijdagen van het culturele modernisme en van de politieke strijd tussen rechts en links – is te vinden in Berlin Alexanderplatz (1929). In deze modernistische collage van nieuwsberichten, reclameslogans, liedfragmenten, historische toespraken en verschillende vertelperspectieven vertelt Alfred Döblin (1878-1957) het verhaal van Franz Biberkopf, een vrijgelaten crimineel die vergeefs probeert om ‘braaf te blijven’. Het boek werd in 1933 samen met vele andere ‘anti-Duitse’ titels door de nationaal-socialisten op de brandstapel gegooid, maar maakte een glorieuze comeback toen het aan het eind van de jaren zeventig door de cineast Rainer Werner Fassbinder tot een memorabele televisieserie werd bewerkt.

Döblin ontvluchtte Duitsland na de grote boekverbranding op de Opernplatz (10 mei 1933), en hij was bepaald niet de enige. Thomas Mann, Heinrich Mann, Bertolt Brecht, Erich Maria Remarque – allemaal gingen ze in ballingschap, aldus een einde makend aan de status van Berlijn als de magneet van het internationale literaire leven (waardoor ook Franz Kafka, Robert Musil, Joseph Roth, Christopher Isherwood, Vladimir Nabokov en tientallen andere Russische auteurs waren aangetrokken). Slechts weinige Exil-auteurs keerden na de Tweede Wereldoorlog terug naar Berlijn, en al helemaal niet naar Oost-Berlijn, de hoofdstad van de communistische DDR. Zij die dat wel deden, zoals de romancier Stefan Heym of de dichter Stephan Hermlin, werden onderworpen aan (zelf)censuur en maakten niet zelden de Duitse deling tot onderwerp van hun werk. Het was de Val van de Muur, in november 1989, die de literatuur in én over Berlijn nieuwe impulsen gaf. Jonge schrijvers becommentarieerden in hun fictie de erfenis van de DDR, terwijl ouderen als Cees Nooteboom en Monika Maron de gevolgen van de Duitse hereniging integreerden in hun romans over liefde, rouw en existentiële frustratie.

Advertenties

3 thoughts on “Zaterdag 12 maart

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s