Maandag 22/2 (2)

Voor degenen die geen genoeg kunnen krijgen van de vrijdag overleden meester van de Nieuwe Historische Roman, hieronder een interview dat The Global Reader met Umberto Eco had in zijn paleisje in Milaan — naar aanleiding van zijn onderschatte autobiografische roman De mysterieuze vlam van koningin Loana (2005).

***

Eerst is er een zware houten poort, dan een glazen schuifdeur. Als beide elektronisch zijn geopend en gesloten, kan de bezoeker doorlopen naar een grote hal. Er is een post voor een poortwachter, maar vandaag is het zondag en ligt de weg open naar de bovenste verdiepingen. Een tijd lang woonde daar Ruud Gullit, toen hij nog voetbalde bij AC Milan; nu is de beroemdste bewoner weer de schrijver die er al decennia resideert.

Eco Naam van de RoosUmberto Eco woont tegenover het zestiende-eeuwse Castello in Milaan, maar zijn huis is een kasteel op zichzelf. Of, om het in termen van zijn bekendste roman De Naam van de Roos te zeggen, een klooster – met een gewijde sfeer en dikke muren die zelfs een hittegolf weerstaan. De deur naar zijn appartement wordt opengedaan door zijn Duitse vrouw, die de journalist voorgaat naar een grote, op een ouderwets museum lijkende woonkamer. Eco is er nog niet, wat mij de gelegenheid geeft om het interieur op te nemen: hoge boekenkasten, oude muziekinstrumenten, een lessenaar met een geïllustreerd manuscript, twee vrolijke pop-artcollages aan de wand, een kopie van een Apollobeeld naast twee grote glazen kasten. In de ene vitrine is een schelpenverzameling uitgestald, in de andere liggen kinderboeken en strips. De meeste kaften ken ik uit de kleurig geïllustreerde nieuwe roman annex fictieve autobiografie van Eco: een tweekleurendruk van Pinocchio, een bewerking van De graaf van Monte-Cristo, een vooroorlogse Disney-uitgave van Mickey Mouse als journalist, en natuurlijk de politiek-incorrecte strip waaraan Eco zijn titel ontleende: De mysterieuze vlam van koningin Loana.

Eco Mysterieuze vlam,,Ah, ik zie dat u mijn tijdelijke museum al heeft ontdekt”, zegt plotseling naast me een hese stem in cartoonesk Engels-op-zijn-Italiaans. Het is Umberto Eco – iets kaler op de kruin en vooral iets ronder om zijn middel – die zich in één adem door verontschuldigt voor de toestand van zijn stembanden (,,ik ben onlangs geopereerd, en sindsdien praat ik als The Godfather”). ,,Al deze dingen zijn me zeer dierbaar”, vervolgt hij, terwijl hij onder meer wijst op de Italiaanse versie van De kleine Lord en een fascistische liedbundel. ,,Maar ik was het in de loop der tijd bijna allemaal kwijtgeraakt. Een deel van de lol van het schrijven van Loana was het terugvinden van al het materiaal uit mijn jeugd. Ik heb twee jaar lang alle boekenstalletjes afgestruind en vond zelfs het gebedenboek van mijn moeder – het originele exemplaar, een zeldzaam toeval! Via internet heb ik alle internationale postzegels gevonden die ik als jongetje verzameld had en die me zijn afgetroggeld door een handelaar die zei dat ik me beter kon richten op Italiaanse zegels. Veertien ervan, waaronder de twee mooiste, uit Fiji, zijn uiteindelijk afgebeeld in het boek; maar als het aan mij had gelegen, waren ze er alle tweehonderd in gekomen.”

Eco Slinger,,Ik wilde een heel ander boek schrijven dan de romans waarmee ik bekend ben geworden”, zegt de 73-jarige Eco wanneer we verkast zijn naar de witte banken in zijn ruime zithoek. ,,Natuurlijk wil je dat als schrijver altijd; toen ik een kwart eeuw geleden aan De slinger van Foucault begon, was dat ook om te ontsnappen aan de verleiding – en de druk van de uitgever! – om een tweede Naam van de Roos te schrijven. Maar zelfs De slinger, die zich afspeelt in het heden, is doordrenkt van de geschiedenis, en de twee boeken die daarna kwamen, Het eiland van de vorige dag en Baudolino, zijn in essentie historische romans.”

Maar dat is Loana toch ook?
,,Het verhaal speelt zich af in 1991, en Yambo gaat door middel van boeken, liedjes en tijdschriften terug naar zijn jeugd in de jaren dertig, toen de fascisten in Italië aan de macht waren. Toch draait het niet, zoals in mijn andere romans, om de grote historische gebeurtenissen, maar om de kleine dingen van alledag die evengoed de geschiedenis bepalen – een instelling die je in de geschiedschrijving terugvindt bij de historici van de Franse Annales-school. Er zijn mensen die mijn boek lezen als een verkapte autobiografie, maar dat is het niet, al is Yambo maar een paar dagen ouder dan ik en heb ik hem een paar van mijn eigen herinneringen en ervaringen meegegeven. Yambo’s hernieuwde kennismaking met de verloren tijd is niet persoonlijk, zoals die van Proust bij het dopen van een madeleine in de lindebloesemthee; de liedjes en strips die hij in zijn ouderlijk huis terugvindt, behoren tot het collectieve geheugen van de mensen die in de jaren dertig en veertig opgroeiden. Ik wilde de biografie van een generatie schrijven.”

MussoEen generatie die het fascisme met de paplepel kreeg ingegoten?
,,Epsoloedelie troe, maar ook een generatie die gevormd is door de populaire cultuur; en dan met name die uit Amerika. Ik noem het de schizofrene generatie – jongens en meisjes die gebombardeerd werden met tegengestelde signalen: oorlogsbulletins en Disney-optimisme, patriottisme en Hollywoodfilms. Tot ver in 1942 stonden de fascisten toe dat er Amerikaanse cultuur Italië werd binnengesmokkeld; niet omdat ze zo liberaal waren, maar omdat ze zich cultureel inconsequent gedroegen. Soms hoefde er niet eens gesmokkeld te worden. De zoon van Mussolini was dol op Amerikaanse films en maakte nog in het begin van de jaren veertig uitgebreide reizen door de Verenigde Staten. De Duce was zo’n grote fan van Mickey Mouse dat Topolino de laatste Amerikaanse strip was die verboden werd. Dat was bij de bondgenoot Duitsland wel anders, daar had je een serieuze dictatuur. Mijn vrouw is Duits en denk maar niet dat die ooit een Disney-comic onder ogen heeft gekregen. Mussolini was gewoon geen serieuze dictator.”

Dat zullen zijn slachtoffers niet met u eens zijn.
,,Excuses, ik overdrijf. Mussolini was grotesk, maar gevaarlijk. Ik ben de laatste die mee wil doen met de rehabilitatie van het fascisme, die er uiteindelijk toe heeft geleid dat er nu neofascisten in de regering zitten. Toch moet je het fascisme niet al te serieus nemen, dat deden veel Italianen in de jaren dertig ook niet; niet voor niets was het gros van de naoorlogse communisten geschoold in de fascistische studentenbeweging. Het gevaar ligt in revisionisme zonder een nostalgische ondertoon. Hoe minder oude mensen er zijn die nog kunnen vertellen wat een absurde tijden het waren, hoe groter de kans dat de jaren onder Mussolini verheerlijkt gaan worden.”

Yambo kent geen nostalgie.
,,Nee, want hij is zijn persoonlijke geheugen kwijt. De mens heeft daarnaast nog twee soorten geheugen: het impliciete, dat ervoor zorgt dat je handelingen zoals tandenpoetsen en autorijden kunt uitvoeren zonder erbij na te denken; en het publieke, waardoor je weet wie Napoleon was en met welke zin Moby-Dick begint. Geen van die drie geheugens kun je missen, maar het persoonlijke nog het minst. En laat dát nu net een mooi uitgangspunt voor een roman zijn, zeker in de handen van een semioticus als ik die zich zijn hele leven heeft beziggehouden met communicatie en het interpreteren van tekens. Als Yambo het materiaal uit zijn jeugd bekijkt, zegt hij: ‘Sherlock Holmes, dat was ik.’ Hij moet zijn verleden opsporen door pure tekens te ontcijferen, een beetje zoals William van Baskerville in De Naam van de Roos de moordenaar in het klooster opspoort. Holmes is altijd een van mijn favoriete personages geweest.”

Yambo verliest zijn geheugen, en hij moet verhalen verzinnen om de werkelijkheid aan te kunnen. Is Loana ook een metafoor voor het lot van de mens?
,,Ik vertel niemand wat hij van mijn boek moet denken – anders had ik net zo goed een telegram kunnen sturen. Veertig jaar geleden schreef ik al in Opera aperta dat ieder goed boek op verschillende niveaus gelezen kan worden, en ik hoop natuurlijk dat dat met Loana ook gebeurt. Maar een verleden voor jezelf verzinnen om het leven aan te kunnen, is hoe dan ook een mooi thema.”

‘Citaten zijn mijn enige bakens in de mist’, zegt Yambo tegen zijn vrouw, wanneer hij als een literaire Tourette-lijder weer een zinnetje Tsjechov aan de haag zijner tanden heeft laten ontsnappen. De eerste bladzijden van De mysterieuze vlam van koningin Loana zijn dan ook een collage van citaten, van Homerus tot Edgar Allan Poe en van Dickens tot T.S. Eliot. Eco zegt dat hij de meeste daarvan al niet meer kan herkennen en dat hij eigenlijk zijn buik vol heeft van het eeuwige citeren van de postmodernisten (waartoe hij zelf ook wordt gerekend). ,,Maar in het geval van Yambo was het niet te vermijden; het is niet meer dan logisch dat hij vooral in citaten praat. De meeste van die citaten gaan trouwens over mist – niet alleen omdat nevel een onontkoombare metafoor is voor geheugenverlies, maar vooral omdat ik voor een nooit uitgevoerd boekproject tweehonderd pagina’s met mistfragmenten uit de wereldliteratuur had liggen. Ook in mijn eigen boeken speelt mist een belangrijke rol – behalve in Het eiland van de vorige dag, dat gesitueerd is in de Stille Zuidzee. Ik ben er door gefascineerd, ongetwijfeld omdat ik geboren ben in Alessandria, een mistig stadje in Piemonte, waarbij vergeleken Londen een soort Miami Beach is.”

Als ik Eco vraag of hij niet bang was dat hij zijn lezers zou afschrikken met zoveel citaten zonder bronvermelding, begint hij zijn antwoord met een citaat dat ik niet thuis kan brengen en dat gedeclameerd wordt met een ouderwetse toneelstem: ,,Sir, there are great lovers who spank ladies and they are loved just because of it. Toen ik De Naam van de Roos schreef, gebruikte ik nogal wat Latijn. Iedereen zei dat je dat beter niet kon doen; mijn Amerikaanse uitgever piepte dat er hoogstens drieduizend exemplaren van de roman verkocht zouden worden. Hij kreeg ongelijk. Een paar jaar later, toen ik me bijna gechanteerd voelde door het waanzinnige succes van De Naam van de Roos, besloot ik om mijn nieuwe roman te beginnen met een blokje Hebreeuws – alleen al om mijn lezers te provoceren. Het legde het boek geen windeieren, en vanaf dat moment wist ik dat me alles kon veroorloven.”

Wie is de ideale lezer van Loana?
,,Ieder boek krijgt de lezers die het verdient. In het geval van Loana twijfelde ik aan het aantal lezers dat ik met een roman over Italië in de jaren dertig zou kunnen bereiken. Dit boek was voor Noord-Italianen die Mussolini nog hebben meegemaakt. Ik heb mijn buitenlandse uitgevers afgeraden om Loana uit te geven; maar die waren juist enthousiast. Toen pas realiseerde ik me dat Homerus een oorlog van duizenden jaren geleden beschrijft, zonder dat de lezers dat als een bezwaar hebben gezien; en ook dat ik genoten heb van de boeken van García Márquez, hoewel ik nooit in Macondo ben geweest. Zelfs jongeren lezen Loana, waarschijnlijk omdat ze willen weten hoe de mensen in de tijd van hun grootvader leefden.”’

In Loana zijn stripboeken en bewerkte klassieken een opstapje naar serieuze literatuur. Is de leescultuur gedoemd in een tijdperk van televisie en computergames?
,,Liessun, ik heb een kleinkind van viereneenhalf. Die heeft een mooi bibliotheekje met kinderboeken – heel wat beter dan wat ik op zijn leeftijd had. Hij kijkt ook televisie, hij zal vast al eens achter de computer zitten, en als hij groot is heeft hij net zo veel beelden, woorden en liedjes in zijn geheugen opgeslagen als ik – alleen andere. Ik ben geen cultuurpessimist. Niets is geletterder dan de computer, die een generatie zal voortbrengen die verschrikkelijk snel kan lezen. Het beeldscherm zal het boek niet verdringen, net zo min als de fotografie de schilderkunst heeft vernietigd, of de cinema het theater.”

En wordt de literatuur bedreigd door eendimensionale bestsellers? Dan Brown heeft onwaarschijnlijk succes met een thriller die dezelfde theorieën naar voren brengt als u in De slinger van Foucault.
,,In De slinger heb ik een grotesk beeld gegeven van alle samenzweringstheorieën die er rondom de Heilige Graal en de Orde der Tempeliers geweven zijn. In The Da Vinci Code doet Dan Brown iets vergelijkbaars, maar hij suggereert dat hij zelf in al die indianenverhalen gelooft. Hij is óf heel naïef, en dan lijkt hij zó weggelopen uit De slinger van Foucault, óf heel slim, en dan verdient hij zijn hoge verkoopcijfers.”

Bent u jaloers?
,,Hoe zou ik jaloers kunnen zijn? Ik had dat boek van Dan Brown nooit kunnen schrijven. Ik kan ook geen bank beroven, maar dat betekent nog niet dat ik jaloers ben op de mensen die een goede kraak zetten.”

Eco is steeds heser gaan praten, en heeft vandaag nog een drietal gesprekken voor de boeg. Morgen volgt een Amerikaanse tournee van drie weken. Op weg naar de deur slaat hij nog een gangetje in naar wat hij zijn basisbibliotheek noemt: een wand van drie meter hoge kasten met alleen maar strips – studiemateriaal sinds hij in de jaren zestig hoogleraar semiotiek werd. Staande voor de Italiaanse en Amerikaanse comics vraag ik hem iets dat buiten de orde van het literaire interview ligt. Die naam van hem, Eco, is dat een pseudoniem? Het kan toch bijna geen toeval zijn dat een postmoderne schrijver die zo geobsedeerd is door intertekstualiteit, door de weerklank van de literaire traditie, ‘Echo’ heet? De schrijver glimlacht. ,,Gelooft u me, die naam is echt. En als ik u een romantische illusie mag ontnemen: ik ben geen postmodernist geworden omdat ik Eco heette. What’s in a name? Stel je voor dat alle mensen met de naam Smith smid zouden worden en alle Bakers bakker. Er zou een groot tekort aan systeemanalisten zijn.”

(Dit interview verscheen op 1 juli 2005 in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad)

Advertenties

One thought on “Maandag 22/2 (2)

  1. Bedankt voor het herpubliceren van dit interview. Erg leuk. Ik vind de mysterieuze vlam van Koningin Loana Eco’s toegankelijkste boek en daarom een goed boek om in zijn werk te beginnen. Zijn non-fictie boek “Geschiedenis van de schoonheid” is ook erg mooi. Bij de naam van de roos had ik een verklarend boekje wat hier en daar ook wel nodig was. De ex libris die ik een hele tijd heb gebruikt had ik uit “De naam van de roos” gehaald: “In omnibus requiem quaesivi, et nusquam inveni nisi in angulo cum libro.” In alles heb ik rust gezocht en ik heb die nergens gevonden dan alleen in een hoek met een boek, een uitdrukking die volgens sommigen aan Thomas a Kempis kan worden toegeschreven. Ik heb nog een aantal van zijn boeken op mijn nog te lezen stapel liggen waaronder “De begraafplaats van Praag” dus ik kan nog even vooruit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s