Zaterdag 7 februari

Tien jaar (en een week) geleden verscheen de doorbraakroman van Tommy Wieringa, een tot dan toe marginale schrijver die alleen met de biografieroman Alles over Tristan (2002) enige eer had ingelegd.

***

Wieringa Joe SpeedbootJoe Speedboot, de vierde roman van Tommy Wieringa, enterde in januari 2005 de Nederlandse literatuur – een beetje zoals de titelheld het dorp aan de rivier waar het verhaal zich afspeelt: met geweld en zwier. Het boek was een instant-succes, concurreerde met Jan Siebelinks Knielen op een bed violen voor de AKO- én de Librisprijs en werd uiteindelijk bekroond met de Bordewijkprijs. Terechte erkenning voor een wervelend geschreven ontwikkelingsroman, die minder uit te staan heeft met het in de Nederlandse literatuur wijd verbreide huiskamerrealisme dan met de exuberante verteltraditie van bijvoorbeeld John Irving. De twee excentrieke hoofdpersonen, een lichamelijk zwaar gehandicapte schrijver in spe en een hoogbegaafde uitvinder-in-de-dop, lijken zelfs weggelopen uit A Prayer for Owen Meany, Irvings populaire roman over een aandoenlijk joch dat zich ontpopt als een kinderredder.

De helden van Joe Speedboot worden door Wieringa op een doeltreffende manier plompverloren aan de lezer voorgesteld. De ik-figuur, Fransje Hermans, kijkt in de eerste bladzijden van de roman terug op de acht maanden die hij in coma lag, en beschrijft zichzelf daarna als ‘één functionele arm met veertig kilo lam vlees eraan’; pas veel later horen we waaraan zijn toestand te wijten is. De titelheld – al gauw Fransjes boezemvriend – komt ‘als een meteoriet’ het dorp binnen dat het liefst ‘iets anders buiten houdt’: de vrachtauto van zijn vader ramt per ongeluk de pui van een huis en alleen Joe stapt er levend uit. Hij is, zo wordt al snel duidelijk, een pubermessias die de jongens van het dorp zal verlossen van alle saaiheid die hen aankleeft.

Wieringa tweeJoe verkondigt theorieën ‘die met hun voeten in de werkelijkheid stonden en met hun hoofd in de wolken staken’. Hij heeft eigenhandig zijn naam veranderd, hij maakt furore als bommenknutselaar, hij bouwt samen met zijn vrienden een vliegtuig waarmee hij daadwerkelijk de lucht ingaat, hij traint Fransje als een van de succesvolste armworstelaars van Europa, en hij doet als begin-twintiger met een verbouwde shovel mee aan de rally Parijs-Dakar. Kortom: ‘Hij was niet zozeer een buitengewone jongen, hij was een kracht die vrijkwam’ – gedreven door een kinderlijk geheim dat hij sinds zijn tiende met zich meedraagt.

Het contrast met de onbeweeglijke, afatische, meer dan half verlamde Fransje kan niet groter zijn. Fransje voelt zich na zijn ongeluk een samoerai die de weg van het zwaard niet langer kan volgen en is aangewezen op de weg van het penseel, oftewel de pen. Hij wordt Joe’s Eckermann en een fanatieke dorpschroniqueur, schrijvend ‘tussen twee spasmen in’, dagboek na dagboek vullend onder het motto ‘Wat niet weerkaatst, bestaat niet’. Alles bij wijze van oudedagsvoorziening, in de hoop dat er later mensen naar hem toe zullen komen die zullen vragen ‘wat gebeurde er op 27 oktober in dat en dat jaar’. Maar hij komt er al rond zijn twintigste achter dat de mensen daar geen behoefte aan hebben (‘Ze willen helemaal niet horen hoe het echt was’) en de enige die uiteindelijk zijn dagboeken leest is PJ, het Zuid-Afrikaanse klasgenootje dat eerst de geliefde van Joe wordt en daarna die van Fransje. Jij ziet alles en zegt niets, zegt ze tegen hem; ‘DEFINITIE VAN GOD’ schrijft hij als antwoord op een blaadje.

Wieringa drieDe driehoeksverhouding tussen Joe, Fransje en PJ is – inclusief de jaloezie en het verraad die ermee gepaard gaan – de emotionerendste verhaallijn uit Joe Speedboot. Ze is ook de opmaat voor de zowel komische als melancholieke epiloog, waarin Fransje vertelt hoe uiteindelijk een derde heenloopt met de trouweloze PJ – en hoe Joe gepast wraak neemt. De laatste zinnen zijn gewijd aan de net voltooide snelweg die het hele boek door heeft gedreigd het katholieke dorpje in het rivierengebied (dat door Wieringa zo mooi wordt opgeroepen) te isoleren; maar ze slaan vanzelfsprekend ook op de situatie van Fransje nadat Joe definitief uit het dorp is verdwenen:
‘De E 981 is in gebruik genomen, een gletsjer van asfalt heeft nieuwe tijd voor zich uitgewalst en wij zijn verdwenen achter een metershoge geluidswal van aarde en kunststof. (-) Maar daarachter zijn wij niet gestorven, noch zijn wij van gedaante veranderd. Wij zijn hier nog.’

Advertenties

One thought on “Zaterdag 7 februari

  1. Pingback: ‘Joe Speedboot’ van Tommy Wieringa – na 10 jaar nog steeds een hit

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s