Dracula heeft echt geleefd

Een Turkse archeoloog claimt dat hij de cel heeft gevonden waar Vlad III, het historische model voor de vampiergraaf Dracula, samen met zijn broer in Ottomaanse gevangenschap heeft gezeten. Als hij gelijk heeft, wat niet erg waarschijnlijk is, zou kasteel Tokat een nieuwe etappe worden op het ‘Dracula trail’, dat ik een paar jaar geleden volgde voor een hoofdstuk in mijn boek Dracula heeft echt geleefd, dat deze zomer werd heruitgebracht door uitgeverij Nieuw Amsterdam. Voor een longread over de historische en de mythische Dracula, lees verder; voor de korte samenvatting uit Made in Europe kijk hier.

***

Wie was de historische Dracula? Een middeleeuwse wreedaard met een voorkeur voor spietsen? Of een Roemeense natiebouwer wiens levenswerk gedwarsboomd werd door machtige keizers en weerspannige edelen? In Transsylvanië blijkt in elk geval dat romancier Bram Stoker zich weinig aan de geschiedenis gelegen heeft laten liggen.

Dracula (Vlad III)31 juli. Boekarest, Straat van de Overwinning.

‘The Master is at hand.’ De beroemde woorden uit Bram Stokers vampierkroniek Dracula krijgen hier, in de hoofdstad van Roemenië, een letterlijke betekenis. In het Nationaal Kunstmuseum is net de tentoonstelling Dracula, voivode en vampier opengegaan; en overal in de stad kom ik de beeltenis van de vijftiende-eeuwse graaf Vlad III Dracula (‘de zoon van de Draak’) tegen. Een jong gezicht, met grote groenbruine ogen, mooie ronde wenkbrauwen en een scherpe puntige neus. Zijn bovenlip is verborgen achter een sigaarvormige, perfect spiralende snor, die aangepast lijkt aan zijn lange pijpekrullen. Hij draagt een rood wambuis en een bontjak waarvan het boordje zijn hals bloot laat; op zijn hoofd een roodfluwelen muts die wordt afgebiesd met negen rijen parels en een stervormig diadeem in het midden.

Elegantie is het enige dat deze Vlad gemeen heeft met de Dracula die ik ken uit Stokers roman en de vele verfilmingen ervan. Net als de Hongaarse acteur Bela Lugosi en de Brit Christopher Lee straalt hij aristocratie uit; maar hij oogt op geen enkele manier angstaanjagend. Zijn tanden gaan schuil achter een volle onderlip, zijn oren onder zijn haar, het wit van zijn ogen is niet bloeddoorlopen en zijn gezichtsuitdrukking is niet maniakaal maar melancholiek.

Dit is Vlad III zoals de Roemenen hem het liefst zien. Niet als de horrorfiguur in de zwarte cape die dankzij Hollywood de wereld is overgegaan (en die tot een nationaal beeldmerk is geworden). Niet als de middeleeuwse wreedaard die zijn bijnaam Ţepeş, ‘de Spietser’, dankte aan zijn favoriete executiemethode; niet als een voorafspiegeling van die andere beruchte Roemeense tiran, Nicolae Ceauşescu. Maar als de strenge doch rechtvaardige voivode (vorst) van Walachije (Zuid-Roemenië) die tegen de Turken vocht en rond 1460 het Duitse Transylvanië onderwierp. Een natiebouwer wiens levenswerk gedwarsboomd werd door machtige keizers en weerspannige edelen. En niet te vergeten de vorst die geldt als de officieuze stichter van de hoofdstad. Immers, de eerste vermelding van ‘de citadel van Boekarest’ was in een oorkonde van Vlad uit 1459. In dezelfde tijd bouwde de voivode er een residentie, waarvan de resten te zien zijn in een keurig aangeharkt parkje in het oude centrum. Een bronzen borstbeeld van een barse Vlad kijkt er neer op de archeologische vondsten.

Dracula Vlad1 augustus. Boekarest, Nationaal Kunstmuseum.

Het is donker in de zijvleugel van het voormalige Koninklijk Paleis; de Roemeense tentoonstellingsbouwers konden kennelijk de verleiding niet weerstaan om Dracula met mysterie te omgeven. Ook niet om hem te verbinden met het vampirisme, zo blijkt wanneer mijn ogen aan het zwakke licht gewend zijn. Nog voor ik aanloop tegen een portret-ten-voeten-uit van de voivode – parelmuts, superknevel, bontkraag, kromzwaard – heb ik al moeten lezen hoe het beeld van de historische Vlad III is vertroebeld door twee mythes: die van de extreem wrede heerser die vijftiende-eeuws Walachije terroriseerde, en die van de bloedzuigende ‘ondoden’ die de randen van het Oostenrijks-Hongaarse rijk onveilig maakten. Onzin allebei, zo wil deze expositie duidelijk stellen; Vlad was een ‘gewone’ middeleeuwse despoot en vampiers – die pas in de achttiende eeuw doordrongen in de volkscultuur – bestaan niet. Beide mythes stoelen op vooroordelen tegen het zogenaamd barbaarse oosten, later op anti-Russische sentimenten van de Habsburgs en de Engelsen, en het was Bram Stoker die ze op een onvergetelijke manier met elkaar verbond.

Hoe dat laatste in zijn werk ging, wordt onder meer geïllustreerd door een bladzijde uit de getypte aantekeningen voor de roman die Stoker oorspronkelijk Count Wampyr wilde noemen. De bron is een reisboek van de ex-consul in Roemenië, die uitlegt dat dracula in de Wallachijse taal ‘duivel’ betekent maar ook dat een van de felste bestrijders van de opdringerige Turken in de vijftiende eeuw zo heette. Stoker besloot de naam van zijn graaf te veranderen, al beschrijft hij hem verder niet als een afstammeling van de voivodes maar van de Hongaarse adelsfamilie Székely; en ja, hij maakte zijn antiheld tot een vampier, een sprookjesmonster dat zich kan veranderen in een vleermuis en een wolf en dat zich voedt met het bloed van jonge vrouwen en iedereen die hem verder voor de voeten kwam. Stoker en zijn tijdgenoten kenden het type uit de tachtig jaar oude griezelroman The Vampyre (van Lord Byrons vriend John Polidori) en uit de vele klonen die daarop volgden: levend in de nacht, niet zichtbaar in de spiegel, bang voor knoflook en heilige symbolen, alleen te verdelgen door hem een staak door het hart te boren.

Dracula Vlad de SpietserDie spies, daarin zit hem de connectie met Vlad Ţepeş. Alleen placht hij zijn tegenstanders anders te doorboren, zoals te zien is op verschillende houtsneden die de kronieken over zijn heerschappij illustreren. Zij kregen in hun anus een houten paal, die vervolgens rechtop werd gezet. De zwaartekracht deed de rest van het werk, vaak bijzonder langzaam. Een gruwelijke methode, maar geen uitvinding van Vlad, aangezien zowel de Turken als de Hongaren er al jarenlang verraders mee executeerden. Vlad paste hem alleen op grote schaal toe, als we tenminste de Duitstalige bronnen mogen geloven waarin Vlad vrolijk zit te ontbijten in het zicht van de massaslachtingen. ‘Laster en overdrijving’ suggereren de tentoonstellingsmakers, want de Oostenrijkers en Hongaren konden Vlads onafhankelijkheidsstreven niet waarderen, en de Saksische inwoners van Siebenburgen, zoals Transylvanië ook heette, waren door hem met harde hand onderworpen.

De Draculatentoonstelling in Boekarest komt uit op een filmzaaltje, waar de aandacht meteen getrokken wordt door een compilatie van enkele van de naar schatting honderdvijftig Draculafilms. Een flink aantal ervan is erotisch geladen, net als sommige scènes uit de roman van Stoker, die maar al te goed de dubbele betekenissen inzag van jonge vrouwen in nachthemden, tall dark strangers, beten in de nek en uitvloeiende lichaamssappen. Maar geen ervan had de invloed van de eerste Stoker-verfilming, Nosferatu uit 1922 – althans niet op de filmgeschiedenis en op het collectief bewustzijn. F.W. Murnau, een van de meesters van de zwijgende film, maakte van zijn ‘Symphonie des Grauens’ een expressionistisch schaduwspel, extra sfeervol doordat het op locatie werd opgenomen in de Karpaten. De anderhalf uur durende film, met een hoofdrol voor de toepasselijk genaamde Max Schreck, wordt in een nis van het zaaltje integraal geprojecteerd, vanaf de reis die een makelaarsassistent maakt naar Transylvanië om een Romeense graaf aan een huis in de beschaafde wereld te helpen tot aan de dood van de ontketende vampier in het ochtendgrauwen. Dankzij Murnaus film raakte niet alleen het woord nosferatu (afgeleid van het Griekse woord voor ‘ziekteverwekkend’) als synoniem voor vampier in zwang, maar ook het idee dat vampiers stierven als ze in aanraking kwamen met daglicht.

Toch heeft nóch Nosferatu nóch een van de filmfragmenten de impact van de laat-Middeleeuwse voorstellingen van Vlads wreedheid die ik eerder heb gezien. Ik loop nog een keer naar de houtsnede met de gruwelijke ontbijtscène aan het begin van de tentoonstelling. Het bos van gespietsten aan de rechterhand van de etende Vlad is al gruwelijk genoeg, maar de voorgrond slaat alles: een slager is bezig om een drietal gestorvenen in mootjes te hakken; in een pan op het vuur ligt een afgehakt hoofd. Te stoven? Om vervolgens opgediend te worden? Het is duidelijk dat Vlads tegenstanders de voivode ertoe in staat achtten.

Het klooster van Snagov (foto Ferran Cornellà / WC)

Het klooster van Snagov (foto Ferran Cornellà / WC)

2 augustus. Snagov, meer en klooster.

Wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen. Het einde van Vlad Ţepeş was ontijdig en roemloos. Toen hij voor de derde keer vorst van Walachije was geworden en optrok tegen de Turken, werd hij door zijn eigen mensen gedood – niemand weet of het verraad was of een vergissing op het slagveld. Zekerder is dat zijn hoofd op last van de Walachijse troonpretendent werd afgehakt, geprepareerd en naar sultan Mehmet gezonden. Zijn lichaam werd begraven in het klooster van Snagov, een eilandje in een meer op een kilometer of veertig boven Boekarest. Een logische plaats, omdat het dichtbij het slagveld lag en omdat Vlad het zelf had laten versterken en uitbreiden, met onder meer een gevangenis en een martelkamer. Krijgsgewoel en aardbevingen hebben weinig van het oorspronkelijke complex overgelaten, maar bij opgravingen in 1935 werden onder het altaar van de kloosterkerk inderdaad de resten van een edelman zonder hoofd gevonden. Reden genoeg om van Snagov een bedevaartsoord op de Dracularoute te maken.

“Discovery Channel is hier onlangs nog geweest,” zegt een man bij de steiger waar ik een boot heb gehuurd. Zelf roeien is verboden, en voordat er een schipper was opgetrommeld, heb ik uitgebreid de gelegenheid gehad om kennis te maken met een ex-communistisch vakantieoord. Het Complex Astoria – ligstoelen, terrassen en grasvelden met picknickplaatsen – is op deze maandag praktisch verlaten, en maakt ondanks het mooie weer een troosteloze indruk. Het bezoek van de populairwetenschappelijke televisiezender aan het klooster van Snagov (“ze hebben alles nog een keer opgegraven,” zegt de man) heeft geen leven in de brouwerij gebracht. Een kwartier later zal ik van de schipper van de motorboot horen dat de meeste mensen hier komen om te spelevaren op het grillig gevormde meer en om zich te vergapen aan het jaren-dertigpaleis op de andere oever dat een van de residenties was van Ceauşescu. Tijdens de revolutie van 1989 was het zijn eerste stop op de vlucht uit Boekarest per helicopter.

Het is maar tien minuten varen naar het groene eilandje waar drie romaanse torentjes bovenuit steken. We leggen aan bij een plankier en ik wandel over een paadje naar het kloostercomplex, dat bestaat uit een kerk, een poortgebouw, een bijhuisje, en iets verderop een boerderij. Het hele eiland kun je in minder dan een kwartier rondlopen, en dat is op zijn zachtst gezegd een verrassing. Ik had een heel ander beeld gekregen uit Wolfsroedel (2002) van Floortje Zwigtman, een vaak bekroond jeugdboek dat zich voor een belangrijk deel op het Snagov van de negentiende eeuw afspeelt. In Wolfsroedel wordt het verhaal verteld van de broers Lupu en Vulpe, die op leven en dood met elkaar vechten om het leiderschap van een jonge roversbende. Hun rivaliteit weerspiegelt de vijftiende-eeuwse geschiedenis van Vlad en zijn broer Radu – wat niet toevallig is omdat Lupu in het klooster van Snagov het graf van Vlad plundert en zo de boze geesten uit het verleden over zich afroept. Zwigtman is een fantasyschrijfster, dus anything goes; maar het lijkt erop dat ze de locatie van Wolfsroedel niet zelf in ogenschouw heeft genomen: uit de roman kreeg ik het idee dat het geheimzinnige eiland ten minste tien keer zo groot was. Op het reëel bestaande Snagov is simpelweg te weinig ruimte om avonturen te beleven.

Het eilandje lijkt uitgestorven, maar wanneer ik aan de deur van de overgerestaureeerde kloosterkerk rammel, komt er snel een jongen aanlopen. Geen monnik, zoals ik verwacht had, maar een gids die graag nog een toegangskaartje verkoopt voordat hij naar de wal terugvaart met een groepje andere toeristen. Een dure folder geeft uitleg bij de drukke, slecht verlichte schilderingen aan de binnenkant van de Byzantijnse kerk, maar daar kom ik niet voor. Mij gaat het om het graf van Vlad III Dracula bij het altaar, een grijze steen van het formaat van een matras. Er staan wat kaarsenhouders en waxinelichtjes op, plus een ovaal reliëfportret van de voivode in een lijstje. De gids geeft geen verdere uitleg; hij wil de kerk zo snel mogelijk weer afsluiten en wegvaren. Ik laat me naar buiten werken.

Een paar minuten later zit ik weer – met verplicht reddingsvest – in de boot en varen we langs de andere kant van het eiland terug. De noordelijke oever van het meer blijkt nog geen vijftig meter van het eiland af te liggen, en het verbaast me dan ook niet dat er een voetgangersbrug in aanbouw is. Wanneer we de verroeste pijlers er resten gewapend beton passeren maakt de schipper met handen en voeten duidelijk dat de onvoltooide brug de enige herinnering is aan het grote Dracula-attractiepark dat hier tegenover het eiland had moeten verrijzen. Het Disneyland-achtige plan werd definitief afgeblazen in 2006, zodat de rust van Vlad Ţepeş de komende decennia gewaarborgd is. Dat wil zeggen: zolang Snagov niet wordt getroffen door een verwoestende aardbeving, zoals in 1940, toen alleen de middelste toren van het klooster overeind bleef staan.

Het kasteel van Bran (foto Todor Bozhinov / WC)

Het kasteel van Bran (foto Todor Bozhinov / WC)

3 augustus. Kasteel Bran.

‘Ik kon geen kaart of gids vinden die de precieze locatie gaf van Kasteel Dracula,’ schrijft Jonathan Harker, de hoofdpersoon van Stokers Dracula, in zijn eerste dagboekaantekening. Iets later blijkt dat het grafelijk slot ergens in de Karpaten ligt, op de grens van Transylvanië, Moldavië en Bukovina. Ver van Boekarest, Sibiu of een van de andere toeristensteden in Roemenië. En dus moest de nationale VVV onder Ceauşescu op zoek naar een beter bereikbaar kasteel, ook al omdat de échte paleizen van Vlad – in Boekarest, Tărgovişte en Poienari – in ruïneuze staat verkeerden. De keuze viel op het kasteel bij Bran, dertig kilometer van de toeristenmagneet Braşov en in de veertiende eeuw door de Saksen gebouwd in een Transylvaanse bergpas. Bijkomend voordeel: niet al te ver van het werelderfgoedstadje Sighişoara, een goed geconserveerde Saksische citadel waar je matige vleesspiezen kunt eten in Vlads geboortehuis.

Dat Vlad Dracula met het kasteel van Bran weinig te maken heeft – hij kan het belegerd hebben toen hij in 1460 de Saksen probeerde te onderwerpen – mag de pret niet drukken. Geen toeristenbus of hij doet het stadje in de Transylvaanse Alpen aan. De grote parkeerplaatsen rondom het kasteel raken ´s morgens al snel vol, de eetcafés zetten stoelen op de terrassen, Roma-meisjes en -jongens verkopen kleine rieten mandjes met bramen en frambozen. Bij de toegang tot het kasteelpark is een folkloristische markt, waar behalve kunstwerken, kledingstukken, mutsen en schapenvachten ook vampierpoppetjes en Vladmaskers verkocht worden. Er staat een rij bij het loket die snel groeit; de sfeer is die van een toeristencircus. In Bran lijkt het Dracula-attractiepark al half gerealiseerd.

Het kasteel is dan ook spectaculair. Als een bundel paddestoelen rijst het complex van hoge muren, witte torens en rode pannendaken boven de bomen uit – Ludwig van Beieren, de geestelijke vader van het Sneeuwwitjekasteel Neuschwanstein, zou zich er niet voor geschaamd hebben. Dat Bran nog zo gaaf oogt, is trouwens de verdienste van een andere koninklijke hoogheid: Marie van Roemenië. De vrouw van koning Ferdinand (1914-1927), een kleindochter van Queen Victoria, kreeg het kasteel begin jaren twintig cadeau van de burgers van Braşov, als dank voor haar onvermoeibaar ijveren voor een Groot-Roemenië. “Roemenië heeft een gezicht nodig, en ik ben gekomen om het mijne te laten zien,” zou ze gezegd hebben toen ze een plaats opeiste aan de onderhandelingstafel van de Parijse vredesconferentie na de Eerste Wereldoorlog. Haar reputatie en haar schoonheid waren zo groot dat ze zelfs terechtkwam in een sarcastisch epigram van de New-Yorkse satirica Dorothy Parker: ‘Oh, life is a glorious cycle of song, / A medley of extemporanea; / And love is a thing that can never go wrong; / And I am Marie of Romania.’

Als ik na een klimmetje door het park via een hoge trap een van de torens van het kasteel ben binnengegaan, blijkt al snel dat koningin Marie het interieur grondig heeft laten verbouwen. De kamers zijn in art nouveau-stijl ingericht, met schitterende houten meubels, praktische serres en warme stoffering. Het is er bijna gezellig, waardoor het eventuele Draculagevoel bij de bezoeker snel verdwijnt. Vlad is trouwens naar de zolder verbannen; je komt hem pas tegen als je je langs muren vol foto’s en documenten van Marie en haar nageslacht hebt geworsteld. Op een paar tekstbladen in een van de torens wordt zijn biografie opgelepeld en zijn connectie met de aloude volkverhalen over vampiers uit de doeken gedaan. De beheerders van Bran gaan nog een stap verder dan de tentoonstellingsmakers in Boekarest: volgens hen was Vlad ‘een soort Robin Hood’ die het opnam voor de armen en a pain in the ass was voor de rijken. Ze zeggen opvallend genoeg niets over de connectie tussen Vlad en het kasteel, maar verdedigen wel de keuze van Bran als Draculaburcht. Het is immers ‘heel goed mogelijk’ dat Bram Stoker ‘op zijn reis door Transylvanië’ juist door dit kasteel geïnspireerd raakte. ‘Quiet possible’ zegt de tekst – een onbelangrijk foutje, afgezet tegen het feit dat Stoker nooit in Transylvanië geweest.

De toren van Vlad in Targoviste (foto Cristian Chirita / WC)

De toren van Vlad in Targoviste (foto Cristian Chirita / WC)

4 augustus. Tărgovişte.

Wie niet geïnteresseerd is in de Disneyversie van Dracula, kan altijd naar Tărgovişte. De industrieplaats aan de voet van de Karpaten was twee eeuwen lang de hoofdstad van Walachije. Vlad groeide er op aan het hof van zijn vader totdat hij als gijzelaar naar de Turkse sultan werd gestuurd; hij werd er gekroond in 1456; nam er drie jaar later bloedig wraak op de Walachijse edelen die twaalf jaar eerder zijn vader en oudste broer hadden vermoord; en liet in 1462 voor de muren van de stad twintigduizend krijgsgevangenen en vermeende vijfde-colonners spietsen om de binnengevallen Turkse troepen af te schrikken. (‘Er waren baby’s die zich vastklampten aan hun gespietste moeders met kraaiennesten in hun rottende borsten,’ schreef Salman Rushdie in The Enchantress of Florence, zijn roman over de laat-middeleeuwse botsing tussen Oost en West.) Tărgovişte is een plaats van gruwelen; als om dat te onderstrepen, werden hier op Eerste Kerstdag 1989 Nicolae en Elena Ceauşescu tegen de muur van een legerbarak bij het station geëxecuteerd.

Anno 2010 is Tărgovişte vooral een bedrijvig stadje, waar – zo blijkt al snel – hard wordt gewerkt aan het cultureel erfgoed. De uitgestrekte resten van het Prinselijk Hof aan de hoofdstraat ondergaan een grootscheepse restauratie, die als voordeel heeft dat ik me overal vrijelijk tussen de bouwlieden kan bewegen. De meeste toeristen komen voor de twee meest in het oog springende bouwwerken: de beschilderde kerk uit de zestiende eeuw en de bijna dertig meter hoge Zonsondergangstoren, die door Vlad werd gebouwd om zijn paleiswachters in te huisvesten. Op de vier verdiepingen van de toren is een tentoonstelling ingericht die het leven van Vlad zo goed en zo kwaad als het kan documenteert, maar nog meer de moeite waard is het uitzicht over de omgeving. Je kunt je voorstellen dat Vlad hier zelf stond op de dag dat de Turkse invasiemacht tegen Tărgovişte optrok en rechtsomkeert maakte bij de aanblik van een palissade van twintigduizend gespietsten.

Waar de slachting werd aangericht, is nu een lieflijk stadspark met een stoer beeld van Vlad als opzichter. Hij staat op een grassige heuvel met een bloemperk dat de datum aangeeft; iedere ochtend worden de planten zo verpoot dat ze de juiste cijfers aangeven. Het vredige tafereel is een onbedoeld pervers contrast met de gruwelen van 1462. Maar ook met die van Eerste Paasdag drie jaar daarvoor, toen Vlad een banket liet aanrichten voor de bojaren (edelen) die hij niet vertrouwde, om ze na het toetje met hun vrouwen en kinderen gevangen te nemen. De zwakken werden vrijwel meteen gespietst, de sterken werden afgevoerd naar de bergen bij Poienari, honderdvijftig kilometer naar het noordwesten. Daar moesten ze tot hun dood – niet bijster lang – werken aan de burcht waarmee Vlad het dal van de rivier de Argeş wilde controleren.

Dracula Poienari5 augustus. Poienari.

Van de ongelooflijke wreedheid van het spietsen ben ik na een paar dagen in het voetspoor van Vlad Ţepeş wel doordrongen. Toch vraag ik me af of het lot van de overlevers van 1459 zoveel beter was. Dwangarbeid moet al verschrikkelijk zijn geweest, maar stenen sjouwen voor Poienari was ongetwijfeld de hel. De citadel ligt een paar honderd meter boven de rivier, op een ruige klif omringd door bossen. Vanaf een parkeerplaats aan de spectaculaire autoweg door de Făgarăşbergen is het een klim van 1480 treden – ‘a powerful disincentive to most visitors’ schrijft de Rough Guide. Het lijkt erop dat de samenstellers vooral voor zichzelf spreken, en Poienari maar hebben overgeslagen, want van hun aanwijzingen om er te komen, klopte helemaal niets. Ik ben van de grote weg af gestuurd naar een klein plaatsje waar het asfalt ophield, en heb de bewoonde wereld alleen weer teruggevonden omdat een oude boer begreep dat ik naar de “Cetatea Vlad Ţepeş” op zoek was.

Twee kilometer na het dwaalspoor van de Rough Guide is er direct aan de weg een souvenirshop waar je aan de beklimming van Poienari kunt beginnen. Voordat het pad tussen de bomen verdwijnt, zie ik hoog op de rots de burcht als een grote muur liggen. De eerste duizend brede treden omhoog gaan nog wel, omdat ze door een koel bos voeren, maar daarna wordt het hard werken. Ik moet er niet aan denken dat ik hier blootsvoets over glibberige modderpaden zou strompelen met een mand stenen op mijn rug terwijl een ijskoude wind door de lompen aan mijn lijf snijdt. Na een paar keer op en neer zou de verleiding groot zijn geweest om van de loopbrug die op de top van de rots naar het kasteel leidt, in het ravijn te springen. Iets wat de vrouw van Vlad, Mara, ten einde raad zou doen in 1462, toen de burcht was afgebouwd en werd belegerd door de Turken. Haar rusteloze geest is maar een van de vele die Poienari ’s nachts tot een van de spookachtigste ruïnes ter wereld schijnen te maken.

Ik ben boven – en binnen. De burcht is heel smal en heeft een klein oppervlak: een flinke donjon (die al in de dertiende eeuw op de rots is gebouwd) en een paar muren waar de wind omheen giert. Ooit waren de resten imposanter, maar in 1888 donderde eenderde van Poienari samen met een stuk rots naar beneden. Diep onder me zie ik aan de ene kant van de muur de weg en aan de andere de rivier die zich kronkelend heeft uitgesleten in de canyon. Van alle plaatsen die aan Vlad herinneren spreekt deze het meest tot de verbeelding, vooral als je bedenkt op hoeveel pijn, vernedering en wanhoop Poienari gebouwd is. Dit is een burcht waar een vampier zich zou thuisvoelen, en waar nu alleen nog vleermuizen wonen.

Dracula heeft echt geleefdTeruglopend naar de auto bedenk ik dat ik weliswaar nader tot Vlad ben gekomen, maar dat ik ver ben afgedwaald van Stokers Dracula, die zijn burcht had in de oostelijke Karpaten en niet in zuidelijk Transylvanië; en die trouwens ook geen wrede middeleeuwse heerser was maar een bloedzuigende ondode. Het geeft niet; soms blijkt de werkelijkheid indrukwekkender dan de fictie. Vergeleken met Vlad de Spietser krijgt het monster uit de roman van Stoker iets van een attractie uit een tweederangs spookhuis.

Het bovenstaande is een hoofdstuk uit Pieter Steinz’ boek Dracula heeft echt geleefd – een reis door Europa in de voetsporen van 16 literaire helden (Nieuw Amsterdam, juni 2014, € 19,90)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s