Brancusi’s beelden

Constantin Brancusi is een van de drie pioniers van de moderne kunst die vanaf zaterdag op een tentoonstelling in Museum Bijmans Van Beuningen te zien zijn. De abstracte ‘Vogel in de ruimte’ van de Franse Roemeen is niet alleen een Europees meesterwerk maar ook de eerste non-figuratieve sculptuur die door de rechter tot kunstvoorwerp moest worden bestempeld.

Brancusi-vogel“Niets kan groeien in de schaduw van een grote boom,” zei Constantin Brancusi toen hij in 1906 na twee maanden de werkplaats van Auguste Rodin verliet. De jonge Roemeense beeldhouwer was pas een paar jaar in Parijs, na een kort verblijf in München en een sculptuuropleiding aan de School voor Schone Kunsten in Boekarest. Hij bewonderde het vernieuwende realisme waarmee Rodin had gebroken met de academische tradities, maar hij wilde nog verder gaan dan de oude meester – abstracter werken, zich meer richten op de essentie van de dingen dan op de uiterlijke vormen ervan. Een van zijn eerste werken, tentoongesteld in het Roemeense Athenaeum in 1903, was in dat opzicht een klaroenstoot: een man zonder huid, van wie je dus alleen de spieren zag.

Maar ook in zijn methode was de herderszoon Brancusi (geboren Brâncuş in 1876) onconventioneel. Anders dan zijn tijdgenoten maakte hij geen gips- of kleimodellen van zijn beelden, om ze vervolgens in brons te gieten, maar werkte hij aanvankelijk direct in steen, hout  en metaal – helemaal in de traditie van de Roemeense houtsnijders van wie hij in zijn jeugd het vak had geleerd. Kijk maar naar zijn eerste grote Parijse opdracht: een grafmonument in de vorm van een knielende vrouw met gekruiste armen; een beeld uit één stuk, of het nu in brons of natuursteen is uitgevoerd. Of kijk naar Le baiser uit 1908: twee rechthoekige stenen hoofden die in een zoen met elkaar versmelten en gezamenlijk iets weghebben van een prehistorisch afgodsbeeld. Waarbij de mate van versmelting steeds sterker werd bij iedere volgende versie die Brancusi van zijn beeld maakte.

Brancusi-zoenWant ook dat was kenmerkend voor Brancusi’s methode. Hij werkte in series, met verschillende materialen en vaak in toenemende abstractie. Van zijn misschien wel beroemdste sculptuur, Oiseau dans l’espace (1923-1936, ‘Vogel in de ruimte’), maakte hij zestien versies, zeven in marmer en negen in brons, telkens met andere sokkels, die voor Brancusi onderdeel waren van het kunstwerk. Het abstracte beeld, dat de opwaartse beweging en de essentie van een vogelvorm weergeeft, werd voorafgegaan door vergelijkbare sculpturen met nog enkele herkenbare vogelelementen, zoals nekken en vleugels. ‘Maiastra’ werden die door Brancusi gedoopt, naar de magische gouden vogel uit de Roemeense volksverhalen waarmee hij was opgegroeid.

Zo radicaal als Brancusi was nog geen beeldhouwer geweest; en in 1926 werd dat zelfs voor het nageslacht officieel vastgelegd, toen in de haven van New York een aantal van Brancusi’s sculpturen voor zijn eerste grote Amerikaanse tentoonstellingen werd ingeklaard. De douaniers weigerden te geloven dat de Bird in Space een kunstwerk was (en dus vrijelijk mocht worden ingevoerd) en belastten het beeld met het tarief voor bewerkte metalen objecten, 40 procent van de geschatte verkoopprijs van 230 dollar. Toen de kunstenaar Marcel Duchamp en de fotograaf Edward Steichen, die de Brancusi-exposities in de Verenigde Staten begeleidden, de pers waarschuwden, draaide de douane een beetje bij; in afwachting van een definitief oordeel werden alle sculpturen vrijgegeven met de classificatie ‘keukengerei en ziekenhuisaccessoires’. Maar vervolgens hield de hoogst verantwoordelijke douane-ambtenaar voet bij stuk; hij had wat mensen uit de New-Yorkse kunstwereld naar hun mening gevraagd en het vriendelijkste dat die over het beeld te zeggen hadden, was ‘dat Brancusi te veel aan de verbeelding overliet’.

Het werd een rechtzaak, waarin bewezen moest worden dat de Bird in Space een oorspronkelijk kunstwerk was – zonder praktisch nut. Brancusi beschreef in een officieel stuk hoe hij het beeld had gemaakt; tegengestelde meningen over wat kunst was werden aan de rechters voorgelegd; en uiteindelijk oordeelden die dat de sculptuur misschien moeilijk als vogel te herkennen was maar zich ontegenzeggelijk kwalificeerde als kunstwerk en dus ‘to free entry’. Voor het eerst was een non-figuratief kunstwerk door een rechtbank als kunst bestempeld; de faam van Brancusi als de vernieuwendste beeldhouwer van zijn tijd was definitief gevestigd.

Brancusi-museDe ironie was dat de rechtzaak ook het eind van Brancusi’s vruchtbaarste periode markeerde. De enigszins excentrieke verschijning – zijn kleren en meubels waren boeren-Roemeens – maakte volop deel uit van het Parijse kunstenaarsleven en ging om met Modigliani, Ezra Pound, Satie en de surrealisten; maar er kwamen weinig nieuwe sculpturen van het niveau Princesse X (1916, een geabstraheerde fallus) of La muse endormie (1917, een vrouwenhoofd in de vorm van een liggend ei) uit zijn handen, al maakte hij in 1935 met Le Coq  nog een geniale variatie op zijn gouden vogels. In de tweede helft van de jaren dertig wijdde hij zich aan een monumentenpark voor de Eerste Wereldoorlog in Târgu Jiu, in de buurt van zijn geboortedorp. Daar richtte hij onder meer de ‘eindeloze kolom’ op, een dertig meter hoge opeenstapeling van trapeziumvormen die door sommige kunsthistorici als zijn beste werk wordt gezien.

Toen Brancusi in 1957 op 81-jarige leeftijd stierf, had hij talloze leerlingen, bewonderaars en epigonen, van Henry Moore en Barbara Hepworth tot Arp en Noguchi. Hij liet 215 sculpturen na, verdeeld over een dozijn thema’s en verspreid over de hele wereld. Twee ervan zijn te zien in Museum Kröller-Müller op de Hoge Veluwe: Tête d’enfant endormi uit 1908 en Le commencement du monde (‘het ei van Brancusi’) uit 1924. Ze werden in de jaren negentig aangekocht, omdat het museum zich plotseling realiseerde dat het de belangrijkste link tussen het realisme van Rodin en de minimalistische beeldhouwkunst van Carl Andre en Donald Judd in zijn collectie miste.

Advertenties

2 thoughts on “Brancusi’s beelden

  1. Mooi verhaal – met kleine kanttekening: Brancusi was niet echt een herderszoon. Dat verhaal hield hij zelf graag in stand, zoals hij zijn beeldvorming graag in eigen hand hield. Getuige de vele verhalen over de shows die hij maakte voor zijn atelierbezoek, getuige ook de zelfontspanner die af en toe nog niet is weggeretoucheerd op de vele portretten van de maestro. Maar een geweldige beeldhouwer was hij. Zie ook het nieuwste nummer van Kunstschrift.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s