Nobelprijs

Wordt het Murakami, Joyce Carol Oates, Umberto Eco, Amos Oz, Jon Fosse, Adonis of toch Cees Nooteboom? Aanstaande donderdag wordt in Stockholm de winnaar van de Nobelprijs voor literatuur bekendgemaakt. De geschiedenis biedt alvast troost: de grootste schrijvers kregen hem niet.

***

NOBEL MEDALSHet idee is even simpel als briljant. Je opent een spaarrekening, je zet er een som gelds op en keert de rente jaarlijks uit in de vorm van prijzen. Als je daar maar lang genoeg mee doorgaat, maak je niet alleen je laureaten onsterfelijk, maar ook jezelf.

Alfred Nobel, uitvinder en grootindustrieel uit Zweden, gaf aan het eind van de negentiende eeuw het goede voorbeeld – zij het dat de naar hem genoemde prijzen pas vijf jaar na zijn dood voor het eerst werden uitgereikt. Nobel (1833-1896) had zijn kapitaal vergaard met de productie van dynamiet en ‘rookzwak kruit’ en kreeg naar verluidt wroeging over het leed dat hij de wereld had aangedaan met zijn uitvindingen. In zijn testament bepaalde hij dat de rente op zijn vermogen (dertig miljoen Zweedse kronen) na zijn dood elk jaar in vijven moest worden verdeeld over personen die een bijzondere prestatie hadden geleverd in de natuurkunde, de scheikunde, de geneeskunde, de literatuur en de vrede. Jaren later, in 1969, kwam daar op instigatie van de Zweedse Rijksbank de economie bij. En zo valt ieder jaar in de eerste of tweede week van oktober zes keer tien miljoen kronen (1,1 miljoen euro) uit de lucht. Tot vreugde van de Engelse wedkantoren, de wereldpers en iedereen die houdt van verrassingen. Want de wegen van de Nobelprijscomités in Zweden en Noorwegen (geneeskunde en vrede) zijn ondoorgrondelijk.

De deur van de Zweedse Academie, setting van de jaarlijkse toekenning op donderdag om een uur

De deur van de Zweedse Academie, setting van de jaarlijkse toekenning op donderdag om een uur

Hoewel de Nobelprijs voor de vrede regelmatig voor ophef zorgt (Kissinger? De Klerk? Arafat?) en zelfs niet wordt uitgereikt, is het die voor de literatuur die tot de felste discussies leidt. Waarschijnlijk omdat over de beste schrijver nog minder consensus bestaat dan over de vredelievendste persoon of de baanbrekendste natuurwetenschapper. Dat is al zo sinds 1901, toen de Nobelprijs voor literatuur voor het eerst door de Academie van Wetenschappen werd uitgereikt. Ter ere van het feit dat Nobel zijn testament in Parijs had opgesteld, moest de eerste Nobelprijs ‘voor het beste literaire werk met een idealistische strekking’ (zoals aanvankelijk het criterium luidde) naar een Fransman gaan. Maar de beroemdste nominé, Émile Zola, kreeg de prijs niet, omdat zijn werk door Nobel ooit ‘smoezelig’ was genoemd. De eerste laureaat werd de dichter Sully Prudhomme, die al tien jaar niets had gepubliceerd.

Het Nobelprijs-'diploma' van Churchill

Het Nobelprijs-‘diploma’ van Churchill

En ook in de jaren daarna was het raak: in 1902 ging de prijs naar de Duitse oudhistoricus Theodor Mommsen, wiens werk ironisch genoeg alleen door zijn vakgenoten tot de bellettrie werd gerekend; in 1904 was er niet alleen gedoe over het feit dat er twee winnaars waren (iets wat in de Nobelgeschiedenis nog drie keer zou gebeuren), maar ook over het literaire belang van de Spaanse dichter José Echegaray – een discussie die zich onder andere zou herhalen in 1926 (rondom de Sardijnse ‘streekromancière’ Grazia Deledda), in 1974 (de Zweedse compromislaureaten Eyvind Johnson en Harry Martinson), in 1997 (de Italiaanse theatermaker Dario Fo) en vooral in 1953. In dat jaar was het Winston Churchill die de prijs kreeg ‘voor zijn meesterlijke historische beschrijvingen en voor zijn oratorisch talent’. De reacties van mensen die smaalden dat de auteur geëerd werd omdat hij de Tweede Wereldoorlog had gewonnen, waren niet helemaal terecht, aangezien Churchill als essayist en redenaar – twee literaire hoedanigheden die ook voor de Nobelprijs in aanmerking komen – bepaald niet de minste van zijn generatie was; maar de Zweedse Academie heeft van de weeromstuit nooit meer een Nobelprijs durven uitreiken aan iemand die alleen door non-fictie beroemd is.

Samuel Beckett, 1977 (foto Roger Pic)

Samuel Beckett, 1977 (foto Roger Pic)

Ondanks (of moeten we zeggen: dankzij) alle relletjes heeft de Nobelprijs voor literatuur de wereld veroverd. En passant is ook de Europese literatuur geëxporteerd. Allereerst omdat de prijs het vehikel was voor wereldroem van schrijvers als Heinrich Böll (1972), Elias Canetti (1981), Wislawa Szymborska (1996) en Orhan Pamuk (2004). Daarnaast omdat in de andere continenten vooral schrijvers zijn bekroond die beïnvloed waren door de Europese literaire traditie. De Zuid-Afrikaan J.M. Coetzee is een adept van Dostojevski en Orwell, Nagieb Mahfoez werd de Balzac van Egypte genoemd, de Chinees Gao Xingjian schreef toneelstukken in de stijl van Beckett.

Het Nobelprijscomité, bestaande uit drie tot vijf afgevaardigden van de achttienkoppige Academie,  heeft zich altijd bijzonder eurocentrisch opgesteld. De eerste laureaat uit een ander continent was de Bengaalse dichter Rabindranath Tagore (1913) en vervolgens zou het tot 1930 duren voordat de eerste Amerikaan (Sinclair Lewis) bekroond werd. De eenkennigheid van de jury wordt niet alleen geïllustreerd door het feit dat maar een kwart van de 108 gelauwerden van buiten Europa komt, maar ook door de controversiële uitspraken van de eervorige secretaris van het Nobelprijscomité. In 2008 zei deze Horace Engdahl: “De Verenigde Staten zijn te geïsoleerd, te eenzelvig. Ze vertalen niet genoeg en nemen geen deel aan de grote dialoog van de wereldliteratuur. Die onwetendheid is beperkend. […] Je kunt er niet omheen dat Europa nog steeds het centrum van de literaire wereld is.”8576add4-397c-47e2-a801-3d15a3fb5f2dGrote Noord-Amerikaanse schrijvers als Philip Roth en Alice Munro wachten dus nog steeds op de hoogste literaire erkenning. Maar mochten ze nooit gelauwerd worden, dan zijn ze in goed gezelschap. Sinds Zola werden onder meer Lev Tolstoj, Henrik Ibsen, Henry James, Rainer Maria Rilke, Thomas Hardy, Marcel Proust, James Joyce, Virginia Woolf, Ezra Pound, Anna Achmatova, Jorge Luis Borges en Graham Greene overgeslagen. En dan rekenen we Kafka, Pessoa en Kavafis niet eens mee omdat hún beste werk postuum gepubliceerd werd.

Ach ja, zoals de eeuwige Nobelprijskandidaat Harry Mulisch (1927-2010) placht te zeggen: het rijtje van schrijvers die de Nobelprijs hebben gehad is mooi; maar het rijtje van de schrijvers die de prijs niet hebben gehad is nog mooier.

Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad, op 1 oktober 2011

Advertenties

3 thoughts on “Nobelprijs

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s