Koffiehuizen

Het koffiehuis is niet zomaar een van de culturele verworvenheden van Europa, het is de essentie van de Europese beschaving. Tenminste volgens de cultuurfilosoof George Steiner, die het een ereplaatsje gaf in ‘the idea of Europe’.

***

Interieur van het New York Café in Budapest (foto Yelkrokoyade, WC)

Interieur van het New York Café in Budapest (foto Yelkrokoyade, WC)

Van buiten is het een statige mengeling van Jugendstil, classicisme, renaissance-bouwkunst en fantasiegotiek. Van binnen is het een barokpaleis, met gedraaide marmeren zuilen, Versailles-spiegels, Venetiaanse kroonluchters, gestuukte ornamenten, klassieke plafondschilderingen en overal bladgoud en rood pluche. Het New York Cafe (est. 1894) wordt gezien als het mooiste koffiehuis van Budapest. Vóór de Eerste Wereldoorlog en in de vroege jaren dertig was het kávéház het ontmoetingspunt voor de literaire en culturele fine fleur van Hongarije. De redactie van het tijdschrift Nyugat had er een stamtafel, net als kopstukken van de theater- en filmwereld; de grote meester Dezsö Kosztolányi schreef er zijn columns aan een tafeltje met uitzicht op de Elizabethboulevard. Tegenwoordig ontmoet je er vooral de gasten van het New York Palace Hotel van het Boscolo-consortium, dat in 2007 het door oorlog en communisme vervallen koffiehuis voor tachtig miljoen euro liet restaureren. Maar koffie kun je er nog steeds drinken, de kranten- en boekenlezer is er welkom, en hoewel er geen verhitte discussies over politiek meer opklinken, wordt er nog wel op laptops gehamerd.

Wiener Melange (foto Summ, WC)

Wiener Melange (foto Summ, WC)

Samen met Wenen vormde Budapest in de 19de en vroege 20ste eeuw het hart van de Midden-Europese koffiehuiscultuur, een traditie die teruggaat tot 1685, toen een Grieks-Armeense koopman in Wenen het eerste koffiehuis opende. Er is ook een romantischer stichtingsmythe, die verhaalt dat het een Poolse officier was. Hij zou na de mislukte tweede belegering van Wenen door de Turken (1683) een achtergelaten partij koffiebonen als buit hebben gekregen en daarmee een schenkerij zijn begonnen. Het voorbeeld daarvoor was het eerste koffiehuis van Europa, dat in 1554 in de Ottomaanse hoofdstad Istanbul was opengegaan. In Wenen werd de koffie aangepast aan de Europese smaak. ‘Nicht für Kinder ist der Türkendrank’ waarschuwt een oud liedje; melk en suiker maakten er de wat makkelijker drinkbare ‘Wiener Mélange’ van.

Anoniem: 'Zu den blauen Flaschen' (ca 1900)

Anoniem: ‘Zu den blauen Flaschen’ (ca 1900)

Eerlijk is eerlijk: het drinken van koffie is een uitvinding van de Arabische wereld, en de eerste cafés ontstonden dan ook in de vroege 16de eeuw in steden als Cairo en Aleppo. Toch was het juist in Europa dat het potentieel van het koffiehuis, een plaats om gedachten uit te wisselen onder het genot van een bakje troost, ten volle gerealiseerd werd. Waarbij de coffeïne in de koffieboon instrumenteel was. Tot de opkomst van koffie als massaconsumptieartikel dronk men bier in de kroegen, van ontbijt (Biersuppe) tot diner – met als resultaat een op zijn minste lichte roes. Koffie hield de geest scherp en werd de drug of choice van de grote geesten van de Verlichting, onder wie Rousseau, Diderot en Voltaire (die rond de veertig kopjes koffie per dag dronk). Hun ontmoetingsplaats was het Parijse café Procope, geopend in 1686, waar behalve de auteurs van de Encyclopédie ook Amerikaanse revolutionairen in spe als Franklin en Jefferson bij elkaar kwamen voor drank en discussies. Volgens de cultuurfilosoof George Steiner is het koffiehuis dan ook een van de vijf belangrijkste componenten van de Europese identiteit (de andere zijn de geografie, de hang naar het verleden, de samensmelting van Helleens en joods denken en cultuurpessimisme).

Een Londens koffiehuis in de 17de eeuw

Een Londens koffiehuis in de 17de eeuw

Die intellectuele, subversieve kant van het koffiehuis werd ook uitgebuit in Engeland, en vooral in Londen, dat rond 1750 meer dan vijfhonderd coffee houses telde. De 17de-eeuwse dichters John Dryden en Alexander Pope onderhielden een literaire kring in Will’s in Covent Garden, de schrijvers Richard Steele en Joseph Addison legden hun oor te luisteren in de koffiehuizen (en met name Button’s Coffee-House) om nieuws te vergaren voor hun tijdschriften Tatler en The Spectator, de voorlopers van de moderne kranten. Er werd over politiek gediscussieerd, tot woede van Charles II, die de koffiehuizen in 1675 trachtte te sluiten. Er werd geschaakt en getriktrakt om geld, een gewoonte die zou uitmonden in de schaakcafés van de eeuwen daarna. Er werd over boeken gepraat; de koffieclubs legden de basis voor de leesgezelschappen en -kabinetten van de 18de eeuw. En meer dan dat. Aan het eind van de 17de eeuw begon Jonathan’s Coffee-House, in de Exchange Alley, met het publiceren van de prijzen van grondstoffen en aandelen, iets wat zou uitgroeien tot de Londense Beurs. Tezelfdertijd begon Edward Lloyd in zijn koffiehuis bij de Theems scheepsnieuws te verspreiden en veilingen te houden ten behoeve van de verzamelde kapiteins en reders – de oorsprong van de scheepsverzekeraar Lloyd’s of London.

Wenen: Cafe Griensteidl, 1896

Wenen: Cafe Griensteidl, 1896

Meanwhile on the continent, of liever twee eeuwen later in Wenen, had de koffiehuiscultuur een directe invloed op literatuur en kunst. Een generatie fin-de-siècleschrijvers kwam bijeen in cafés als Griensteidl, Central en Museum; grootheden als Hermann Broch, Karl Kraus en Joseph Roth droegen er bij aan het genre van de Kaffeehausliteratur, die ook in Budapest, Praag en later Berlijn floreerde. Kaffeehausliterator Stefan Zweig schreef in zijn memoires: ‘Het was eigenlijk een soort democratische, voor iedereen tegen een goedkoop kopje koffie toegankelijke club […] Niets heeft zoveel aan de intellectuele flexibiliteit van de Oostenrijkers bijgedragen dan dat men in het koffiehuis met alle aspecten van de wereld uitgebreid kon kennismaken en die tegelijkertijd in vriendschappelijke kring kon bediscussiëren.’ Honderd jaar later is iets van deze geest nog vaardig over de espressobars, de koffieketens en niet te vergeten de boekhandels van het e-culturetijdperk. Zoals George Steiner zou zeggen: ‘So long as there are coffee houses, the “idea of Europe” will have content.

Advertenties

3 thoughts on “Koffiehuizen

  1. Bullshit ‘.. juist in Europa dat het potentieel van het koffiehuis, een plaats om gedachten uit te wisselen onder het genot van een bakje troost, ten volle gerealiseerd werd.’ Weense koffiehuis was toch gewoon een kopie van het Turkse koffiehuis, zoals we die bij ons om de hoek in de Turkse koffiehuizen nog steeds tegenkomen, en waar de grote-mensenkwesties door de mannen besproken worden…

  2. Zojuist verschenen: Charlotte Ashby, Tag Gronberg & Simon Shaw-Miller (red.), The Viennese Café and Fin-de-siecle Culture (New York 2013), een geweldige cultuurgeschiedenis van de Weense koffiehuizen, waarin de sociale, culturele en politieke functies ervan wordt besproken, maar waarin ook de hierboven beschreven herkomstmythe wordt uitgediept.

  3. Dit is niet de eerste keer dat men vraagtekens kan stellen bij de Europese identiteit. Europa is geen afgesloten geheel (en al helemaal geen continent!). Voor mij maakt dat de vraagstelling naar een eventuele Europese identiteit alleen maar interessanter.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s