Leni Riefenstahl

Een onlangs vertaalde dubbelbiografie van Marlene Dietrich en Leni Riefenstahl heeft ‘Hitlers favoriete regisseuse’ weer in het middelpunt van de belangstelling gezet. Politiek is Riefenstahl controversieel, maar ook artistiek is ze tien jaar na haar dood niet onomstreden.

***

Riefenstahl en Hitler,,Natuurlijk vervloek ik de dag dat ik Hitler ontmoette. Ik ben nu 98 jaar, maar nog steeds kan ik geen stap zetten of mensen komen terug op de zeven maanden die ik voor Hitler heb gewerkt. Zeven maanden ja, tijdens het maken van Triumph des Willens. Met Olympia, mijn film over de Olympische Spelen van 1936, had Hitler niets van doen; hij wilde niet eens dat ik hem maakte.”

Aldus Leni Riefenstahl tijdens de geruchtmakende presentatie van haar fotobiografie Fünf Leben op de Frankfurter Buchmesse van 2000. De Duitse filmster en fotografe, wereldberoemd door haar cinematografisch revolutionaire registratie van de nazipartijdagen in 1934, trok voor de zoveelste keer ten strijde tegen de ‘leugens’ die over haar verteld werden, of het nu haar vermeend nauwe band met Adolf Hitler was of het verhaal dat ze zigeuners uit de concentratiekampen had laten halen om mee te spelen in haar film Tiefland. ,,Vijftig procent van wat in de kranten staat is onwaar, en als het over mij gaat is 90 procent gelogen.”

Riefenstahls Triumph des WillensZelf nam Riefenstahl het ook niet zo nauw met de waarheid. Zo was ze twaalf volle jaren bevriend met de Führer en diens propagandaminister Joseph Goebbels, en maakte ze behalve haar twee meesterwerken ook nog Sieg des Glaubens, een documentaire van een uur over de Neurenbergse partijdagen van 1933, en een filmverslag van Hitlers overwinningsparade in Warschau (5 oktober 1939). Daarnaast was in 2000 allang bekend dat Hitler haar persoonlijk had gevraagd om de door het Internationaal Olympisch Comité gecommissioneerde film over de Spelen in Berlijn te draaien. En dat ze Sinti- en Romafiguranten uit kampen bij Salzburg en Berlijn had gerecruteerd voor haar in Catalonië gesitueerde operaverfilming Tiefland, was eveneens publiek geheim.

Helene Berthe Amalie Riefenstahl (1902-2003) was dus ‘fout’ tijdens de oorlog – of op zijn minst een rasopportuniste die volop gebruik maakte van de kansen die de nazi’s haar, als beginnende regisseur na een carrière als actrice in B(erg)-films  boden. Ze was geen Louis-Ferdinand Céline, die naast zijn vernieuwende romans rabiaat antisemitische pamfletten  publiceerde, maar ze werd na de Tweede Wereldoorlog onderwerp van een vergelijkbare controverse: kun je iemand wel bewonderen om zijn kunst als hij verwerpelijke dingen op zijn geweten heeft?

Riefenstahls OlympiaNatuurlijk, die zaken moet je scheiden, vond bijvoorbeeld de filmhistoricus Kevin Brownlow, die Riefenstahl bij haar optreden in Frankfurt inleidde. Hij noemde de verkettering van “de laatste overlevende der filmpioniers” hypocriet: ,,Niemand heeft Ingmar Bergman nagedragen dat hij lid was van de Zweedse nationaal-socialistische partij; of Winston Churchill dat hij Hitler in het midden van de jaren dertig prees. Maar mevrouw Riefenstahl mocht na de oorlog niet meer filmen, alsof zij de Tweede Wereldoorlog in haar eentje begonnen was.”

En dat terwijl Riefenstahl met Triumph des Willens en Olympia de film- en zeker de documentairekunst op een hoger plan had gebracht. Ze was de koningin van de lage (heroïek suggererende) standpunten, ze monteerde camera’s op rails om atleten in beweging te kunnen filmen, ze maakte creatief gebruik van tegenlicht, telelenzen, snelle montage en slowmotion – allemaal vernieuwingen die nog steeds de kenmerken zijn van politiek en sport in beeld. En niet alleen daarvan: een paar jaar geleden bekende Paul Verhoeven tegenover zijn ghostwriter Rob van Scheers dat hij in zijn sciencefictionepos Starship Troopers (1997) flink had geciteerd uit Triumph des Willens: ,,In een film bedoeld als parodie op totalitaire regimes, kwam die stijl goed van pas.”

RiefenstillRiefenstahl was net als de Amerikaan D.W. Griffiths (Intolerance, 1916) en de Rus Sergej Eisenstein (Pantserkruiser Potjomkin, 1925) een pionier van de propagandafilm, maar ze was veel meer: een kunstenaar die als geen ander het menselijk lichaam kon verheerlijken; een regisseur van massascènes die hun schaduwen vooruitwierpen naar de openingsceremonieën van de Olympische Spelen van Moskou, Los Angeles, en Beijing; een auteur die bij haar belangrijkste films regisseur, producer, scenarist én actrice was (in deel 1 van Olympia heeft ze een naaktrolletje); een kat met negen levens die na haar Berufsverbot  een tweede carrière begon als (natuur)fotografe; een feministisch rolmodel omdat ze de eerste regisseuse van naam was. Geen wonder dat sterke vrouwen als Jodie Foster en Madonna in de jaren negentig hebben gevochten om de filmrechten van haar autobiografie.

Riefenstahl still,,Ik was de beste zondebok voor de misdaden van het nazi-regime, omdat mijn films de beste waren uit die afschuwelijke periode,” placht Riefenstahl te zeggen. Maar eigenlijk is ze na de jaren vijftig eerder verheerlijkt dan verguisd. En natuurlijk kreeg ze uiteindelijk te maken met een backlash. In een fijn tegendraads stuk in de Volkskrant  (‘Hup, weer Hitler van onderen’, 15/8/2002) stelde de filosoof en filmer Jurriën Rood dat de reputatie van Riefenstahl gebaseerd is op misvattingen: veel van haar zogenaamd iconische beelden (Hitler die in zijn vliegtuig vanuit de wolken in Neurenberg neerdaalt, streng gechoreografeerde massa’s, het Olympisch vuur dat van Olympia naar Berlijn wordt gebracht) waren mutatis mutandis cliché in de kunstfilm van de jaren twintig, terwijl haar stilistische vernieuwingen al bekend waren uit de films van Eisenstein en de Duitse expressionisten. Vier jaar later hakte de critica Judith Thurman in The New Yorker in op Riefenstahls ‘veelbetekenende inzoomen op wolken, mist en beeldhouwwerk’ en op de ‘vervelende eenvormigheid’ van haar reactieshots. Net als Jurriën Rood betwijfelde ze of de bewonderaars van Triumph des Willens (110 minuten) en Olympia (twee delen, samen bijna drieëneenhalf uur) de films wel eens in hun geheel hadden gezien.

De criticasters hebben een punt, maar misschien ligt Riefenstahls grootsheid enerzijds in het feit dat ze de cinematografische vernieuwingen van de jaren twintig en dertig bij een groot publiek populair wist te maken, én anderzijds in die paar onvergetelijke beeldsequenties. Niet voor niets waren fragmenten uit haar films in de eerste kwarteeuw van het Vpro-programma Zomergasten de populairste verzoekjes.

Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad, op 18 augustus 2012

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s