Oriëntalisme

Denkend aan de Oriënt zag de westerse mens verleidelijke schonen en languissante potentaten, in Turkse baden en op blanke-slavenmarkten. Dat was vooral de schuld van de Franse schilders uit de Romantiek, die het oriëntalisme op ons netvlies etsten.

les-aventures-de-tintin---le-lotus-bleu-264973***

Het Rondo alla Turca van Mozart, de Verdi-opera Aida, de roman Salammbôh van Flaubert, de Spaanse Synagoge in Praag, Kuifje en de blauwe lotus en niet te vergeten de haremscènes uit de 19de-eeuwse schilderkunst – het zijn allemaal voorbeelden van de fascinatie van Europese kunstenaars voor het zogenaamd mysterieuze en sensuele Oosten. ‘Oriëntalisme’ wordt dat genoemd, een thema in kunst en literatuur dat al zo oud is als de Zijderoute. Het 13de-eeuwse reisverslag van Marco Polo, met zijn mythologiserende verhalen over de pracht en praal van China, is het eerste wijdverspreide voorbeeld, hoewel al in archaïsch Griekenland de beeldhouwers zich lieten inspireren tot kouroi en korai (jongens- en meisjesbeelden) met Egyptische trekken. Vanaf de 15de eeuw zouden de oriëntalistische stromingen in de westerse kunst en architectuur elkaar afwisselen: van turquerie, chinoiserie en japonisme tot Moorse stijl en faux-Egyptisch.

'La Grande Odalisque' (foto Zenodot / WC)

‘La Grande Odalisque’ (foto Zenodot / WC)

Denkend aan oriëntalistische kunst zien we in de eerste plaats verleidelijke schonen en languissante potentaten aan ons geestesoog voorbij trekken, tegen de achtergrond van Turkse baden, slavenmarkten, oosterse paleizen en luxueuze interieurs. Dat is vooral de schuld van de Franse schilders uit de Romantiek, die zich in het kielzog van Napoleons expeditie naar Egypte (1798), de Griekse onafhankelijkheidsstrijd tegen de Turken (1821-1829) en de verovering van Algiers door de Fransen (1830) met dit soort onderwerpen gingen bezighouden. Soms zonder er zelf geweest te zijn, zoals Jean-Auguste-Dominique Ingres, die in 1814 opzien baarde met zijn Grande odalisque, een voluptueuze haremdame tussen exotische stoffen die naakt over haar schouder naar de toeschouwer kijkt. Het feit dat ze, zoals een tijdgenoot het uitdrukte, ‘een paar ruggewervels te veel had’ maakte alleen maar meer indruk.

Manets 'Olympia' (foto Gautier Poupeau)

Manets ‘Olympia’ (foto Gautier Poupeau / WC)

Eugène Delacroix, die in 1832 naar Marokko en Algerije reisde, maakte van de odalisk een terugkerend motief in zijn oriëntaliserende schilderijen, en vele schilders na hem zouden zich aan variaties wagen. In 1863 schilderde Édouard Manet zelfs een parodie op het thema, die de Franse kunstliefhebbers op de kast joeg en vervolgens op haar beurt veelvuldig geparodieerd zou worden. Olympia, een frontaal naakte vrouw met een zwarte bediende aan haar bed, kijkt ons net als het blote meisje op Manets Déjeuner sur l’herbe uitdagend rechtstreeks aan, maar was vooral schokkend omdat de beeldtaal van het schilderij (de orchidee in heur haar, de hand ferm op haar geslacht, zwarte kat aan het voeteneind) duidelijk maakte dat hier een prostituee werd geportretteerd.

'Les femmes d’Alger' (foto Web Gallery of Art / WC)

‘Les femmes d’Alger’ (foto Web Gallery of Art / WC)

Je zou bijna denken dat Manet met Olympia niet zomaar de hypocrisie van zijn tijdgenoten aan de kaak wilde stellen, maar vooral hun zogenaamd artistieke liefde voor oriëntaalse schilderijen. Zoals de Playboy een eeuw later gelezen werd voor de goede interviews, zo werden odalisken en badscènes vooral bewonderd om hun gedurfde compositie en hun weelderige penseelvoering. Verantwoorde erotiek, dat was het selling point, en Delacroix was een van de hofleveranciers, al vanaf zijn eerste oosterse schilderijen. Op Le massacre de Scio (1824), een bloedige scène uit de Grieks-Turkse oorlog, wachten twee onfunctioneel blote vrouwen op de dood of de slavernij, terwijl op La mort de Sardanapale (1827) maar liefst vijf bevallige naakten op bevel van de decadente Assyrische vorst gedwongen worden hem in de dood voor te gaan. Zeven jaar later gebruikte Delacroix in plaats van zijn fantasie zijn ervaringen in Noord-Afrika voor zijn beroemdste oriëntaalse schilderij: Les femmes d’Alger, een decente maar verleidelijke impressie van het dagelijks leven van een viertal vrouwen in de harem van de havenmeester.

Gérome: 'Le marché des esclaves' (1866)

Gérome: ‘Le marché des esclaves’ (1866)

De kampioen van het Franse oriëntalisme was Jean-Léon Gérome, een academist die tegenwoordig vooral bekend is doordat zijn taferelen uit de klassieke oudheid grote invloed hebben uitgeoefend op de art direction van Hollywoodfilms als Quo vadis?, Ben-Hur en Gladiator. Zijn beeld van het Oosten als een opwindende cocktail van mysterieuze moslims, slangenbezweerders, buikdanseressen, Afrikaanse bazji-boezoeks (huurlingen uit het Ottomaanse leger) en handelaars in blanke slavinnen zou zich, net als de gedichten van Lord Byron en de reisverslagen van Flaubert en andere schrijvers, in het collectieve bewustzijn van de westerse mens vastzetten. Grote kunstenaars uit de 20ste eeuw, zoals Henri Matisse, Sergej Rachmaninoff en Marguerite Yourcenar borduurden erop voort.

SaidEdwardTot hoon van Edward Said, een Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper die in 1978 het invloedrijke Orientalism publiceerde. Hierin stelde hij dat de westerse wereld nooit onbevooroordeeld naar het Oosten heeft gekeken, maar altijd door een oriëntalistische bril. Het beeld van Azië en het Midden-Oosten wordt nog steeds bepaald door de clichés die in de 19de eeuw werden gemaakt en door het Europese imperialisme verbreid; valse romantiek gaat daarbij hand in hand met tegen het racisme aanleunende xenofobie. Said gaf vooral voorbeelden uit de literatuur en de wetenschap, maar het was voor hem en zijn vele fans duidelijk dat de stereotypen over het Oosten – mysterieus, sensueel, onvolwassen – ook welig tierden in de kunsten; niet voor niets stond op de kaft van Orientalism een schilderij van Gérome.

Saids stellingen vormden de basis voor wat aan Amerikaanse universiteiten ‘postcolonial studies’ heet, een poging om vooral de literatuur te bevrijden van de witte, Europacentrische blik. Dat dit soort ingesleten patronen niet snel te veranderen is, bleek onder meer zes jaar later bij het uitkomen van de blockbuster Indiana Jones and the Temple of Doom. Alle clichés over het verre en Nabije Oosten werden daarin met veel smaak en in de verfoeilijkste westerse traditie uitgeserveerd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s