Classicisme (Palladio)

De ‘vier boeken over de architectuur’ (1570) van Andrea Palladio waren eeuwenlang een catalogus voor iedere edelman die voor zichzelf een paleis, villa of kerk wilde laten bouwen. Kopieën van Palladio’s classicistische villa’s vind je over de hele wereld (en in iedere zichzelf respecterende Engelse tuin).

***

Het Capitool in Washington, D.C. (foto Andrew Bossi)

Het Capitool in Washington, D.C. (foto Andrew Bossi)

Rome, Augusta, Utica, Titusville, Cincinnati – de Verenigde Staten wemelen van de plaatsnamen die verwijzen naar de oude Romeinen. Geen wonder, want de Founding Fathers van Amerika waren bijna allemaal klassiek geschoold en staken hun bewondering voor de Romeinse Republiek, de tijd van vrijheidslievende politici als Cato en Cicero, niet onder stoelen of banken. Bij de debatten over de nieuwe constitutie in Philadelphia (1787) sloegen de afgevaardigden elkaar niet alleen met Latijnse citaten om de oren, ze modelleerden hun nieuwe staatsvorm naar de analyse die de geschiedschrijver Polybios van de res publica Romana had gegeven: een systeem van checks and balances – twee kamers, een beperkte termijn voor ambtsdragers, scheiding van de uitvoerende, wetgevende en rechtsprekende macht – dat ook van grote invloed was geweest op de politieke filosofie van hun andere grote voorbeeld, Montesquieu. Nog duidelijker blijkt de Amerikaanse voorliefde voor de klassieke oudheid uit de neoclassicistische gebouwen die in de eerste helft van de negentiende eeuw werden ontworpen, van het Capitool en het Witte Huis in Washington tot de kathedraal van Baltimore en de (inmiddels verdwenen) Bank of Pennsylvania in Philadelphia.

Jeffersons Monticello in Virginia (foto Christopher Hollis for Wdwic Pictures)

Jeffersons Monticello in Virginia (foto Christopher Hollis for Wdwic Pictures)

De grootste en invloedrijkste liefhebber van zuilen, friezen, pedimenten en koepels in de begindagen van de Amerikaanse republiek was Thomas Jefferson, auteur van de Onafhankelijkheidsverklaring, president van 1801 tot 1809 en architect uit liefhebberij.  Al in 1785 ontwierp hij voor de hoofdstad van Virginia, Richmond, een capitool dat een kopie was van het Maison Carrée in Nîmes – met als enige variatie de zuilen, die hij Ionisch maakte ‘on account of the difficulty of the Corintian capitals.’ Jefferson pleitte voor ‘modellen uit de oudheid, die de goedkeuring hebben van duizenden jaren’ en praktiseerde wat hij predikte. Zo ontwierp hij de classicistische campus van de universiteit van Virginia, inclusief zuilengalerijen, Romeinse paviljoens en een ‘rotunda’ met bibliotheek en sterrenwacht. En voor zichzelf had hij toen al het buitenhuis Monticello in Virginia gebouwd, een villa met koepel en Dorische zuilen die was geïnspireerd door het werk van de Italiaanse renaissance-architect Andrea di Pietro della Gondola, bijgenaamd Palladio (1508-1580).

Palladio's Villa Rotonda (foto Mario S.)

Palladio’s Villa Rotonda (foto Mario S.)

Jefferson was bepaald niet de eerste die zich op het werk van de Venetiaanse bouwmeester baseerde. Palladio’s beroemdste studie, De vier boeken over de architectuur (1570), was al twee eeuwen lang een handboek voor iedere edelman die voor zichzelf een paleis, villa of kerk wilde laten bouwen. Vooral zijn symmetrische villa’s, gebouwd van gestuukt baksteen, versierd met boogramen en afgestemd op de omringende landerijen, hadden school gemaakt, met als bekendste voorbeeld La Rotonda bij Vicenza dat een Grieks kruis als grondplan heeft en een klassieke tempelfaçade op elk van de windrichtingen. ‘Neo-Palladiaanse’ villa’s verrezen in het Loiregebied, in Nederland en Duitsland en in de achttiende eeuw zelfs in Rusland, maar vooral in Engeland, waar Inigo Jones (1573-1652) met de Quattro Libri van Palladio in zijn hand onder meer het Queen’s House in Greenwich en de Banqueting Hall in Whitehall bouwde.

Stourhead House (foto Josep Renalias / WC)

Stourhead House (foto Josep Renalias / WC)

Jones begon ook aan een classicistisch paleis voor koning Charles I, maar werd ingehaald door de Engelse Burgeroorlog, die het einde betekende van zowel zijn beschermer als de Palladiaanse stijl in Engeland. Tot  het begin van de achttiende eeuw regeerde de barok, en het was pas door de vertaling van Palladio’s Quattro Libri (1715) en de architectuurstudies van zijn Schotse navolger Colen Campbell dat de simpele, harmonieuze, Grieks-Romeinse ontwerpen van Palladio weer in zwang kwamen. Campbell bouwde het woonhuis op het landgoed Stourhead, een variatie op de Villa Emo van Palladio die de Venetiaanse architect eindeloos populair zou maken. Om te beginnen in Engeland, waar het platteland werd volgebouwd met constructies als Chiswick House in Londen (een kopie van La Rotonda) en Holkham Hall in Norfolk (dat gemaakt lijkt uit een blokkendoos met renaissance-elementen). Maar vanaf de achttiende eeuw werd het neo-Palladianisme ook razend populair in de Engelse kolonies aan de Amerikaanse oostkust.

Leonardo's 'Vitruviusman' (foto Luc Viatour / WC)

Leonardo’s ‘Vitruviusman’ (foto Luc Viatour / WC)

Het bekendste boek van Colen Campbell heette Vitruvius Britannicus – een verwijzing naar de bron van de klassieke architectuurtheorie (en het grote voorbeeld van Palladio), de Romein Vitruvius. In de late eerste eeuw voor Christus compileerde deze voormalige militair ingenieur zijn Tien boeken over de architectuur, waarin niet alleen werd beschreven hoe je huizen, aquaducten, ontwateringsmachines en verwarmingsinstallaties kon bouwen, maar ook welke materialen je daarbij moest gebruiken, en vooral welke uitgangspunten je daarbij diende te hanteren. Drie eigenschappen waren noodzakelijk: firmitas, utilitas, venustas – stevigheid, nut en bekoorlijkheid; en het was ook goed om te bedenken dat iedere architectuur een imitatie van de natuur was, en dat alle ideale proporties konden worden teruggebracht tot de cirkel en het vierkant. De theorieën van Vitruvius zouden Leonardo da Vinci ertoe aanzetten om de zogenaamde Vitruviusman te tekenen: een ideaal geproportioneerde mens die inderdaad precies in een cirkel en een vierkant past.

Vitruvius, die werd herontdekt in het begin van de vijftiende eeuw, zou naast Leonardo zo’n beetje alle kunstenaars van de Renaissance beïnvloeden en via Palladio, die hem actualiseerde, ook alle (neo)classicistische architecten in Europa en Amerika. Het is dan ook een historische onrechtvaardigheid dat er tussen alle Romeinse plaatsnamen in de Verenigde Staten geen Vitruvia of Vitruviusville te vinden is.

 

Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad, op 11 februari 2012

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s