Absurd theater (Beckett)

Zestig jaar geleden ging in Parijs het invloedrijkste toneelstuk van de 20ste eeuw in première. En attendant Godot van Samuel Beckett valt op talloze manieren te interpreteren, maar laat zich vooral genieten als zwartkomisch meesterwerk.

***

waiting-for-godot-by-samuel-beckett‘Een stuk waarin niets gebeurt, maar dat niettemin de toeschouwers aan hun stoelen nagelt.’ Zo werd Waiting for Godot van Samuel Beckett (1906-1989) omschreven bij de Ierse première in 1956. Het was bedoeld als compliment en zo zal de auteur het ook hebben opgevat. Beckett was een bewonderaar van de 17de-eeuwse classicist Racine, die in het voorwoord van een van zijn toneelstukken had geschreven dat creativiteit niets meer of minder is dan het scheppen van iets uit niets. In En attendant Godot, zoals het stuk bij de wereldpremière in Parijs drie jaar eerder heette, toonde Beckett zich Racines beste leerling. De ‘tragikomedie in twee bedrijven’ bracht voor en na de pauze min of meer dezelfde handeling op het toneel. Twee keer niks dus.

Wat heeft ervoor gezorgd dat Wachten op Godot uitgroeide tot het beroemdste Europese toneelstuk van de 20ste eeuw? In elk geval niet de plot, die op zijn allerkortst is samen te vatten als ‘twee zwervers wachten op een man die niet komt’ en wat langer als: ‘Vladimir en Estragon doden de tijd met hakketakken, kissebissen met twee voorbijgangers en ziegezagen over de zin van het leven.’ Misschien kwam het door de taal, die aan de ene kant kaal is als de monologen in Becketts romantrilogie uit de jaren veertig (Molloy, Malone meurt en L’innommable) en aan de andere kant een deftigheid heeft die goed is voor eeuwige oneliners (‘There’s no lack of void’) en spitse dialogen (‘I can’t go on with this’ – ‘That’s what you think’). Misschien door de komische potentie, die niet alleen in de tekst zit maar ook in de licht-absurde personages die in de vertolking van goede toneelspelers Laurel & Hardy-achtige proporties krijgen. Maar het was vóór alles het feit dat je zo veel in En attendant Godot kunt lezen, dat het stuk tjokvol betekenis zit.

Samuel Beckett, 1977 (foto Roger Pic)

Samuel Beckett, 1977 (foto Roger Pic)

Sinds de première op 5 januari 1953 is En attendant Godot – in het Frans geschreven door een emigrant uit Dublin – op vele manieren geïnterpreteerd. Als politieke satire bijvoorbeeld, waarbij het voor de exegeten de vraag was of Beckett de Koude Oorlog hekelde of de onderdrukking van de Ieren door de Engelsen. Als psychologische puzzel, waartoe de tekst van Beckett freudiaans of jungiaans geduid werd (met veel bespiegelingen over het id en het ego). Als autobiografische metafoor, voor de verhouding tussen Beckett en zijn vriend en leermeester James Joyce. Als christelijke parabel, waarvoor je alleen maar de laatste twee letters van de Engelstalige titel hoeft weg te strepen. En – veruit het vruchtbaarst – als filosofische bespiegeling; een literaire verwoording van het absurdisme dat na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog dankzij de boeken van Albert Camus populair was geworden.

Het absurdisme, en ook het verwante existentialisme van Jean Paul Sartre en Simone de Beauvoir, greep terug op de theorie van het ‘sadistisch universum’ van de 19de-eeuwse Deense filosoof Søren Kierkegaard: als het bestaan al zin heeft, dan kan de mens het in elk geval niet doorgronden. Dat maakt het leven doelloos en absurd. Een toestand waaruit volgens Kierkegaard en Camus maar drie uitwegen waren: zelfmoord, geloof in een hogere macht en aanvaarding van de condition absurde. Dat laatste had de voorkeur van Camus en ook van de andere kopstukken van het Theâtre de l’Absurde, zoals Jean Genet (Les bonnes, 1947) en de Roemeense Fransman Eugène Ionesco (La cantatrice chauve, 1950), die de mens lieten zien als een speelbal van onzichtbare machten. Vaak maakten ze daarbij gebruik van komische effecten, nonsensdialogen en vooral herhaling, want in zinloze repetitie van handelingen en dialogen – en vooral in het gedoemde verzet van de mens daartegen – schuilt de essentie van het absurde. De meeste toneelstukken uit het Absurd Theater hebben dan ook iets weg van de Hollywoodfilm Groundhog Day, waarin Bill Murray verwoede pogingen doet om te ontsnappen aan dag die hij gedoemd is telkens opnieuw te beleven.

Harold Pinter, begin jaren zeventig

Harold Pinter, begin jaren zeventig

Het absurdisme was in eerste instantie een Parijse stroming, al kwamen de meeste toneelschrijvers van buiten Frankrijk – behalve Beckett en Ionesco ook Fernando Arrabal (Spanje) en Arthur Adamov (Rusland). Maar de grootste successen werden in de jaren zestig en zeventig geboekt door de Angelsaksische vertegenwoordigers van het Theatre of the Absurd. Edward Albee schreef met Who’s Afraid of Virginia Woolf (1962) het beroemdste Amerikaanse toneelwerk van de 20ste eeuw, Tom Stoppard illustreerde in Rosencrantz and Guildenstern Are Dead (1966) de zinloosheid van het leven aan de hand van een toneelstuk in een toneelstuk, en Harold Pinter kreeg in 2005 de Nobelprijs voor zijn niet aflatende pogingen in dialogen vol nonsequiturs de menselijke miscommunicatie te laten zien. Een eenakter als The Dumb Waiter (1960) – twee huurmoordenaars wachten in mysterieuze omstandigheden op hun slachtoffer – is een vette knipoog naar En attendant Godot en een spiegel voor de moderne mens. Angst en onzekerheid is ons lot, ouwehoeren onze houvast en fluiten in het donker onze strategie – alles om, zoals Beckett het formuleert ‘to hold the terrible silence at bay’. Want in het onverschillig universum wacht onherroepelijk de lange leegte.

Zegt Estragon tegen Vladimir: ‘We always find something, eh Didi, to give us the impression we exist?
Antwoordt Vladimir: ‘Yes, yes, we’re magicians.’’

Advertenties

2 thoughts on “Absurd theater (Beckett)

  1. Hoe waardevol dit alles! Maar hoe ontzettend jammer dat dit niet gedeeld wordt door een representatieve groep mensen die over Europa nadenken. Deze inspiratievonken horen het referentiekader van die invloedrijke mensen te bevolken met bestuurderskwaliteiten. Ik bedoel, koppel deze mooie lijst aan een groep van zeg honderd intellectuelen, als basiskennis om Europa mee van inspirerend commentaar te voorzien. Durf het aan een ‘wij’ te formeren rond dit uitgangspunt. We missen dat, zo’n lichaam dat helpt sturen. (Een Eerste Kamer mist bijvoorbeeld elke vorm van gedeelde bronnen, op de media na dan.) Het roer wordt door u aangereikt, we moeten alleen nog willen instappen en een koers uitzetten.

  2. Helemaal mee eens. Dat komt ook neer op het weghalen van schotten tussen politiek, kunst, wetenschap en literatuur enz. En geen vrees hebben voor canons (zoals een hoogleraar uit Amsterdam) die uiteraard uiteindelijk ook tijdelijk zijn.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s