Doctor Faust

Driehonderd woorden was misschien toch te weinig voor een van de grootste literaire antihelden uit de geschiedenis. Op verzoek daarom een langer essay over Doctor Faust, de duivelskunstenaar die al een culturele Werdegang door Europa achter de rug had voordat hij door Goethe werd vereeuwigd.

***

I Waarin Faust geboren wordt en zijn eerste literaire stapjes zet

faustEr was eens een Faust, Johannes Faust. Of misschien Georg Faust, de geleerden zijn het er niet over eens. Hij leefde van circa 1480 tot 1540 en liet een dozijn directe getuigenissen van zijn opmerkelijke leven na. Documenten over zijn afstuderen aan de universiteit van Heidelberg en zijn carrière aan diverse Duitse hoven. Vermeldingen van juiste voorspellingen die hij als sterrenwichelaar gedaan had. Raadsbesluiten over zijn verbanning uit Ingolstadt en Neurenberg wegens ongeoorloofde magische praktijken. Sterke verhalen over zijn optredens als dodenbezweerder, waarzegger, handlezer en piskijker.

Het waren niet de minste tijdgenoten die zich in geschrifte uitlieten over doctor Faust. Zo komt hij voor in de Tafelgesprekken van de kerkhervormer Luther en de Uitleggingen van de humanist Melanchthon, en is hij bovendien onderwerp van een lange brief van de abt en occulte wetenschapper Trithemius. Veel vriendelijks hadden deze godsdienaars niet over hem te melden, waarschijnlijk omdat Faust geen religieus type was en geassocieerd werd met duivelskunstenarij. Maar hun scheldkanonnades en misprijzingen droegen alleen maar bij aan de roem van de reizende doctor, over wiens gewelddadige dood – vermoord door de duivel in Württemberg, in Breisgau, of misschien zelfs in Gelderland? – de gruwelijkste verhalen de ronde deden.

Rembrandt: 'De alchemist', vaak geïdentificeerd met Faust

Rembrandt: ‘De alchemist’, vaak geïdentificeerd met Faust

Zoals een spectaculaire gebeurtenis tegenwoordig ‘roept om verfilming’, zo schreeuwde het levensverhaal van Faust erom verboekt te worden. Een aantal van de anecdotes rondom de duivelse wetenschapper was al een jaar of dertig na zijn dood verzameld, maar het was een zekere Johannes Spies die in 1587 in Frankfurt am Main het eerste lopende verhaal publiceerde: de Historia von D. Johann Fausten. In 68 hoofdstukken wordt het leven  beschreven van een boerenzoon uit Wittenberg (een Saksische universiteitsstad op enkele honderden kilometers van het hertogdom Württemberg!) die theologie en medicijnen studeert, maar in zijn honger naar kennis en macht een geest oproept om met hem een overeenkomst te sluiten. Vierentwintig jaar zal deze Mephostophiles Faust in alles ter wille zijn, daarna mag hij zijn ziel hebben en hem meesleuren naar de hel.

Faust heeft de tijd van zijn leven. Hij krijgt antwoord op al zijn vragen, of ze nu van theologische of meteorologische aard zijn; hij bezoekt de hel en het paradijs, hij maakt zijn opwachting bij keizer Karel V en wordt de geliefde van de oud-Griekse beauty Helena; hij haalt tal van Uilenspiegel-achtige streken uit. En dan, na 24 dolle jaren, is het payback time. In doodsangst neemt Faust in een herberg afscheid van zijn studenten en raadt hij ze met klem aan nooit zijn voorbeeld te volgen. Later die avond, wanneer iedereen slaapt, wordt hij met hels kabaal door de duivel gehaald. De studenten vinden de volgende morgen zijn bloed in de kamer (‘zijn hersenen kleefden aan de muur’ […] er lagen ogen en ettelijke tanden’) en zijn verminkte lichaam op de mesthoop.

II Waarin Faust een tragische held wordt

Illustratie op het titelblad van Marlowes 'Doctor Faustus'

Illustratie op het titelblad van Marlowes ‘Doctor Faustus’

Aan Spies komt de eer toe als eerste het pact met de duivel én de Mefisto-figuur te hebben beschreven – tot op de dag van vandaag de meest tot de verbeelding sprekende elementen van de Faust-legende. Verder is zijn boek literair weinig verfijnd en erg braaf: voordat hij gaat vertellen, waarschuwt hij de lezer dat het leven van Faust voor een christen niet navolgenswaard is; aan het eind van de Historia citeert hij het bijbelvers I Petrus V: ‘Zijt nuchteren en waakt, want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende wien hij zou mogen verslinden.’  Dit soort kwezelarij legde het ‘volksboek’ geen windeieren: binnen tien jaar was het al twintig keer herdrukt, twee keer met nieuwe details uitgebreid en drie keer vertaald – in Frankrijk, de Nederlanden en Engeland.

De Engelse versie zou literair de invloedrijkste blijken, want ze werd vrijwel meteen opgepikt en verwerkt door de toneelschrijver Christopher Marlowe, een jong en gewelddadig gestorven rouwdouw (co-auteur van Shakespeare) die zelf beslist iets duivels over zich had. Marlowe nam het simpele volksverhaal en veranderde het in een bespiegeling over de typisch renaissancistische lust naar kennis, die lijnrecht tegenover het middeleeuwse streven naar (religieuze) verlossing stond. Het resultaat was The Tragicall History of Doctor Faustus, een rond 1590 voor het eerst opgevoerd toneelspel in blank verse en vijf bedrijven waarin de hoofdpersoon een tragische figuur is met wie je kunt meeleven.

Georg Friedrich Kersting: 'Faust im Studierzimmer' (1829)

Georg Friedrich Kersting: ‘Faust im Studierzimmer’ (1829)

Marlowe’s Faustus is een ambitieuze wetenschapper, met een goed ontwikkeld geweten en vooral een scherp verstand. ‘Ik ben niet bang voor het woord “verdoemenis”,’ zegt hij tegen Mephistopheles; ‘want ik kan hel en Elysium niet uit elkaar houden. Laat mijn geest maar bij de oude [heidense, oftewel verdoemde]  filosofen zijn.’  En dus braadt hij de boter uit zijn contract:

My four and twenty years of liberty
I’ll spend in pleasure and in dalliance,
That Faustus’ name, whilst this bright frame does stand,
May be admired through the furthest land.

Hij gaat de Olympus op om de geheimen van de astronomie te leren kennen, hij reist op de rug van een draak om de kosmografie te controleren, hij ontmoet Karel de Vijfde en de Paus (toevallig de enige Nederlandse paus, Adrianus VI!), en hij wordt verliefd op de schone Helena, die hem de veelgeciteerde woorden ontlokt:

Was this the face that launched a thousand ships
And burned the topless towers of Ilium?

Maar ook voor deze poëtische Faust is er geen genade. Zijn tijd komt, en zelfs zijn prachtige laatste monoloog, waarin hij de klokken smeekt om stil te blijven staan, kan God noch Duivel vermurwen. Hij wordt gehaald door de duivels van Lucifer en is voor eeuwig verdoemd. Zijn enige troost – een schrale – is dat zijn ‘gemangelde ledematen’ een waardige begrafenis krijgen, want zoals een van zijn studenten zegt, ‘hij was een geleerde, ooit bewonderd in onze Duitse universiteiten om zijn wonderbaarlijke kennis.’

'De reizen van dokter Faust' door het Amsterdams Marionettentheater

‘De reizen van dokter Faust’ door het Amsterdams Marionettentheater

III Waarin Faust herboren wordt

Marlowe’s Doctor Faustus werd vertaald in het Duits en in vele varianten gespeeld in Duitse theaters, totdat het in de achttiende eeuw van de podia verdween onder invloed van het classicistische toneel, dat niet veel ophad met sensatie en bijgeloof. Maar het verhaal van de duivelsdoctor kreeg een tweede leven, in het immens populaire marionettentheater, dat vooral de komische aspecten van het verhaal naar voren haalde. Daartoe werd zelfs een tweede hoofdfiguur geïntroduceerd, Hans Wurst of Kasperl, die anders dan zijn meester Faust de duivel te slim af was. Erg serieus werd doctor Faust niet meer genomen, zelfs niet in het veel verkochte Faustboek ‘von Einem Christlich-Meynenden’ dat in 1725 werd uitgebracht.

Toch kon de herontdekking van Faust niet lang op zich laten wachten. Dit was tenslotte de eeuw van de Verlichting, en die kon wel een areligieuze, naar alwetendheid en almacht hakende wetenschapper als rolmodel gebruiken. Een van de beroemde schrijvers die zich op de Fauststof wierpen was Gotthold Ephraim Lessing, maar hij kwam niet verder dan wat fragmenten. Pas met Friedrich Maximilian Klinger, de auteur van de tragedie Sturm und Drang (die de naam zou geven aan een hele literaire stroming), werd Faust een ‘held van onze tijd’. De hoofdpersoon van Fausts Leben,Taten und Höllenfahrt (1791) is een man voor wie onafhankelijkheid nog belangrijker was dan kennis; hij is een hemelbestormer, en daarmee een natuurlijke geestverwant van de schrijvers en kunstenaars die als halve revolutionairen het laatste kwart van de achttiende eeuw onveilig maakten.

Faust en Mephisto (en Greetje in de spiegel)

Faust en Mephisto (en Greetje in de spiegel)

Een van hen was Goethe, Johann Wolfgang Goethe. Als jongeman was hij gefascineerd geraakt door een uitvoering van het poppenspel, en het verhaal van de homo universalis Faust – die zowel natuurkundige als magiër was, kunstenaar en wetenschapper – zou hem zijn hele leven bezighouden. Het begon met een simpel toneelstuk waarvan hij in 1772 fragmenten voorlas aan een adellijke weldoenster (en dat in 1887 werd teruggevonden en uitgegeven als de Urfaust). Achttien jaar later publiceerde hij de eerste versie van een toneelstuk dat hij in 1808 zou afmaken: Faust. Der Tragödie Erster Teil. En daarna zou hij van 1825 tot een paar maanden vóór zijn dood in 1832 aan één stuk door werken aan Der Tragödie zweyter Theil.

Speelbaar was het 7000 verzen tellende stuk nauwelijks; met zijn variatie in poëtische vorm (van het Oudduitse knittelvers en het Italiaanse madrigaalvers tot het blank verse van Shakespeare en het vrije vers van de moderne dramaschrijvers), en met zijn verwijzingen naar filosofen en klassieken, was het meer een compendium van de wereldliteratuur – een Duitse versie van James Joyce’ Ulysses. Niettemin, of juist daarom, groeiden Faust I en Faust II in no time uit tot nationaal epos, een boek waarmee alle schrijvers na Goethe zich moesten verstaan – bloedserieus (zoals de toneelschrijver Nikolaus Lenau) óf ironisch (zoals de dichter Heinrich Heine, die Faust herschreef als ‘Tanzpoem’ en onder meer een dansende Mephistophela liet optreden). Niet alleen schrijvers trouwens, maar ook politici: Goethes gedachtegoed werd geannexeerd door het Keizerrijk (Faust als pionier van de industriële revolutie), door de Weimarrepubliek (Faust als Kulturmensch), door nazi-Duitsland (Faust als man van de daad), en door de DDR (Faust als socialist, die het volk de weg wijst naar de toekomst). Geen wonder dat tientallen citaten uit het stuk spreekwoordelijk werden, van

Poster van de Faustfilm van Aleksandr Sokoerov (2012)

Poster van de Faustfilm van Aleksandr Sokoerov (2012)

Da steh’ Ich nun, Ich armer Tor
Und bin so klug als wie zuvor

tot

Das Ewig-Weibliche
Zieht uns hinan.

Wat Goethe aan de Faust-mythe toevoegde – afgezien van de sprankelende taal en de filosofische uitweidingen – waren de Margarete-figuur en de redding van Faust. Die twee extra’s hebben direct met elkaar te maken, maar niet op een manier die je zou verwachten. Faust verleidt met behulp van Mephistopheles het onschuldige burgermeisje Gretchen, dat zwanger van hem wordt, hun kindje vermoordt en in de gevangenis sterft. Maar omdat Gretchen heeft vastgehouden aan haar liefde voor Faust, wordt hij vele jaren later niet naar de hel maar naar de hemel gevoerd. Goethe kon het niet over zijn hart verkrijgen om zijn held, de altijd strevende man van de daad, te verdoemen. Een mens die ten volle wil leven moet zelfs de grootste zonde, een pact met de duivel, vergeven worden.

FaustLogo-NoDate-FullIV Waarin Faust heengaat en zich vermenigvuldigt

In een brief uit juli 1797 had Goethe geschreven dat Faust ‘weldra tot verbazing en ontzetting van het publiek als een grote paddestoelenfamilie uit de aarde zou oprijzen.’ Hij kreeg meer gelijk dan hij ooit had durven dromen. Het Faust-mycelium verspreidde zich na zijn eigen toneelstuk, dat bijna twintigduizend boeken en analyses zou genereren, niet alleen over de kunsten (opera, film, boekillustraties) maar ook over de hele wereld. En zelfs alleen de literaire Faustbewerkingen – van een Goetheparodie uit 1862 (Der Tragödie dritter Theil) tot een Italiaanse seksstrip uit de jaren zeventig (Lucifera, geliefde van de duivel) – zijn te talrijk om op te noemen. De Argentijn Estanislao del Campo dichtte een goucho-versie na het zien van de opera uit 1859 van Charles Gounod, Alfred Jarry schreef een ‘neowetenschappelijke roman’ waarin ‘Docteur Faustroll’ een platte schelm is, Michail Boelgakov werkte tot zijn dood in 1940 aan De meester en Margarita, Emma Tennant maakte van Faust een vrouw met een geheim, Randy Newman orkestreerde een eigen libretto waarin de satanische machinaties zijn verplaatst naar de Verenigde Staten, Harry Mulisch liet zich bij De ontdekking van de hemel inspireren door Goethes Faust en Klaus Mann gaf in zijn sleutelroman Mephisto (1936) een vernietigend portret van een toneelspeler die zijn ziel aan het Derde Rijk had verkocht.

81fdbf01B7L._SL1178_Over de familie Mann gesproken: de meest bediscussieerde Faustbewerking is ongetwijfeld die van Thomas Mann uit 1947, Doktor Faustus – Das Leben des Deutschen Tonsetzers Adrian Leverkühn, erzählt von einem Freunde. De Nobelprijswinnaar van 1929, een groot bewonderaar van Goethe, nam als de basis van zijn moderne allegorie niet Faust I of II, maar het Faustboek uit 1587. Zijn portret van een verdoemde componist, die een pact met de duivel sluit en na 24 jaar gruwelijk sterft, is deels geschreven in laat-middeleeuws Duits en bevat nogal wat scherpe passages over het door de nazi’s in gang gezette eind der tijden.Tegelijkertijd is het een pseudo-biografie van de filosoof Nietzsche, die net als Manns hoofdpersoon aan syfilis stierf, én een in fictie verpakte analyse van het genie van Arnold Schönberg, de uitvinder van de twaalftoonsmuziek.

Omslag 'De duivelskunstenaar' (Prometheus, 2010)

Omslag ‘De duivelskunstenaar’ (Prometheus, 2010)

Ja, als Manns totaalroman één ding bewijst, dan is het dat je met het Faustverhaal alle kanten opkunt, en dat geen enkele bewerking de andere uitsluit. Doktor Faustus zal ook allesbehalve de laatste roman zijn over de oude alchemist en zijn brandende ambitie. Want zoals Hugo Claus al dichtte in zijn libretto voor een opera van Konrad Boehmer (Doktor Faustus, 1985):

Nog steeds klotst de zee van zijn gedachten
tegen het donker strand van onze nachten.

Dit artikel werd in 2009 geschreven voor festival de Wintertuin en is een bewerking van mijn non-fictieboek ‘De duivelskunstenaar – De reis van Doctor Faust door 500 jaar cultuurgeschiedenis

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s