Totaalvoetbal

Het is inmiddels 40 jaar geleden dat het Nederlands totaalvoetbal toewervelde naar de finale van het WK voetbal 1974 – en ten onder ging tegen de West-Duitsers van Beckenbauer.

clockwork-orange

Is voetbal kunst? Ik zou het niet durven stellen. Voetbal is sport, wetenschap, economie, amusement, drama, oorlog desnoods, maar kunst? Nee. Natuurlijk is er kunst over voetbal: Andy Warhol die de Duitse goalkeeper from hell Toni Schumacher portretteert, een Tsjechisch team dat een klassiek ballet opvoert, films en strips over de WK-finale van 1974, de sublieme foto’s van amateurwedstrijden van Hans van der Meer. En ja, er is kunst van voetballers, zoals de droedelige actieportretten van ex-Roda JC-speler Raymond Cuijpers. Maar het spel op zichzelf, hoe esthetisch bevredigend ook met die felgekleurde poppetjes op het dito gras, is geen kwestie van wat Van Dale omschrijft als ‘het vermogen dat wat in geest of gemoed leeft tot voorstelling te brengen op een wijze die schoonheidsontroering kan veroorzaken.’

Pieter Saenredam: 'De Nieuwe- of Sint Annakerk te Haarlem' ()

Pieter Saenredam: ‘De Nieuwe- of Sint Annakerk te Haarlem’ (Foto Wikimedia Commons)

Of toch wel? Een decennium geleden verscheen Brilliant Orange – The Neurotic Genius of Dutch Football, een boek waarin de Engelsman David Winner zijn bewondering voor het Nederlandse voetbal van de jaren zeventig en tachtig kracht bijzette door het te plaatsen in de Nederlandse kunstgeschiedenis. Het overkoepelende begrip daarbij was ‘ruimte’. De ruimte die de voetballers van het Gouden Ajax (1968-1973) en het Nederlands Elftal van het WK ’74 zochten en creëerden op het veld – met behulp van vleugelspelers, snel positiespel en ‘naar voren verdedigen’ –  was dezelfde die werd geschapen in de interieurs van Vermeer en de composities van Mondriaan. De efficiëntie, flexibiliteit en speelsheid die door de teams van trainer Rinus Michels (1928-2005) op de mat werd gelegd, had een parallel in de architectuur van de Amsterdamse School en de vormgeving van Total Design in de jaren zestig. Johan Cruijff zag volgens Winner het veld op de manier waarop Saenredam de Nederlandse kerken zag. Zoals de literaire voetbalanalyticus Arjen Fortuin het formuleerde in zijn recensie van Brilliant Orange: ‘De schoonheid van een Braziliaanse balgoochelaar is in essentie figuratief, terwijl het Nederlandse voetbal zijn pracht ontleent aan abstracte patronen.’

Johan Cruijff in de finalewedstrijd WK 1974 tegen West-Duitsland

Johan Cruijff in de finalewedstrijd WK 1974 tegen West-Duitsland

Ruimte was ook de kern van het ‘totaalvoetbal’, een bij het Ajax van de jaren zestig ontwikkelde tactiek waarbij iedere speler op ieder moment de rol van een andere speler in het veld kon overnemen. Tegenstanders werd – door middel van oprukkende linies en creatief gebruik van de buitenspelval – zoveel mogelijk ruimte ontnomen. Verdedigers vielen aan, aanvallers werden middenvelders, de keeper moest meevoetballen en Johan Cruijff, de ‘Rembrandt van het voetbalveld’ en de ‘Nureyev van de groene zoden’, was overal tegelijk – en gaf aanwijzingen. ‘Orange clockwork’ werd dit hoogwaardige positiespel genoemd toen het Nederlands elftal, gegroepeerd rondom Cruijff, Neeskens en Krol, tijdens het wereldkampioenschap voetbal van 1974 de wereld ermee verbaasde. Het was een verwijzing naar de oranje shirts van de geolied draaiende Nederlandse ploeg én naar de destijds hippe geweldsfilm A Clockwork Orange van Stanley Kubrick; maar ze ging al gauw – net als de speelwijze zelf – een eigen leven leiden in alle landen van Europa. Nog steeds wordt er met ontzag gesproken over orange mécanique / arancia meccanica / mechaniký pomeranc / kellopeliappelsiini, zelfs al sneuvelden de langharige totaalvoetballers na zes superieure wedstrijden in de finale tegen West-Duitsland – een nationaal trauma waarover inmiddels meer dan genoeg is geschreven.

Cruijff wisselt vlaggetjes uit met de aanvoerder van het Argentijnse elftal, Perfumo; WK 1974

Cruijff wisselt vlaggetjes uit met de aanvoerder van het Argentijnse elftal, Perfumo; WK 1974

Orange clockwork was ontwikkeld door Rinus Michels, de trainer die in 1965 bij Ajax was gekomen en naar eigen zeggen een speelwijze invoerde “waarbij je probeerde voortdurend zo ver mogelijk van de goal te komen, pressie uit te oefenen zo ver mogelijk van het doel af, en dan dus weer zo snel mogelijk in balbezit te komen” (De Volkskrant,  4 juni 1994). Michels kon ook de sterdansers voor dit ballet opstellen: Piet Keizer, Sjaak Swart en de jonge Johan Cruijff, die zich van begin af aan meer als choreograaf en dirigent in het veld gedroeg. Binnen vijf jaar was Ajax vier keer landskampioen, vijf keer bekerwinnaar en twee keer Europacupfinalist. In het jaar dat de eerste Europacupfinale werd gewonnen, 1971, vertrok Michels naar FC Barcelona, dat een van de succesvolste uitvoerders van het totaalvoetbal in het buitenland zou worden. Ajax won nog twee keer de Europacup, in 1972 en 1973, en was de hofleverancier van het team dat een jaar later tijdens het WK grote voetballanden als Uruguay, Argentinië,de DDR en Brazilië over de knie zou leggen.

Opstellingen in de WK-finale 1974

Opstellingen in de WK-finale 1974

Het verlies van het Nederlands elftal in de WK-finale in München (2-1, penalty Neeskens, penalty Breitner, winnende goal Müller) deed de ster van het totaalvoetbal alleen maar rijzen. Bij het wonder was nu ook nog het drama gekomen, en de heroïek van het vermeend onverdiende verlies (de Duitsers waren in deze wedstrijd de besten, helaas). Het spel van Holland ’74 maakte school, in Spanje en in Engeland en later ook in Italië (de bakermat van het verdedigende catenaccio) en Duitsland (!). Total football, waarvoor de fundamenten werden gelegd door het flitsende Hongarije van Puszkas in de jaren vijftig, en dat geëvolueerd is tot ‘tiki-taka’ (snel spel gericht op balbezit), geldt tegenwoordig als de essentie van de voetbalsport, die sinds op zijn beurt een van de succesvolste exportproducten van Europa is. Kunst mag je het misschien niet noemen, maar als cultureel fenomeen – als sportieve utopie zou Winner zeggen – is het totaalvoetbal (total fodbold, futebol total, totaler Fussball) onverslaanbaar gebleken.

Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad, op 9 juni 2012

Advertenties

2 thoughts on “Totaalvoetbal

  1. Ooit de abstracte patronen gezien en uitgetekend waarmee Mick Jagger zich in zijn hoogtijdagen over het podium bewoog? Een tot in de finesses uitgekiend lijnenspel uit de school van Bach, Saenredam en Mondriaan, volkomen beheerst en logisch afgewisseld met Braziliaanse balgoochelarij en bronstig edelhertengedrag uit de Elzas, belichting en regie keurig volgens de beproefde werkwijze van Leni Riefenstahl.

    Mick Jagger the best of many worlds – 129 or 53 minutes

    Zie: The Roling Stones Bridges to Babylon Tour ’97-’98

    “The Stones in the Park”, Hyde Park 5 juli 1969 is heel andere koek. Mick Jagger kan hier nog alle kanten op. Net als Leonard da Vincii in zijn schilderij “Annunciatie” (1475-1480)

    Rudolf Nureyev en Johan Cruyff vertonen inderdaad talloze overeenkomsten.

    Een gebruiksvoorwerp als de Citroën DS, een broodrooster of zelfs een onschuldige pornografische afbeelding die geen kitsch is, heeft naar mijn idee: ‘het vermogen dat wat in geest of gemoed leeft tot voorstelling te brengen op een wijze die schoonheidsontroering kan veroorzaken.’

    [Als hier onzin tussen staat ligt het aan het tijdstip van de dag, de temperatuur en vooral de vochtigheidsgraad]

  2. POST SCRIPTUM: Wie “echt” wil weten hoe de hazen lopen – esthetisch, effectief – in Europa na WO2, bekijk onmiddellijk de buitengewoon geestige BBC-documentaire “Das Auto – The Germans, Their Cars and Us” (2013). Het gaat over de auto-industrie, maar ook over mentaliteit, techniek, vormgeving en beeldvorming in het algemeen. Deutschland – UK. De teneur van de documentaire is duidelijk. Een opkrabbelende verliezer die een nieuwe kans krijgt – en met beide handen grijpt – tegenover een winnaar die in zijn arrogantie te veel verwacht van zijn oude glorie of van hippe moderne personalities. Geen woord over Franse auto’s als de Citroën DS, de Panhard of de eend en welgeteld één terloopse opmerking over Volvo en Saab in een lange lofzang op BWM. Stelling: Als we niet oppassen is uiteindelijk heel Europa “Made in Germany”. Trotse Britse iconen als de “Mini”, de “Bentley”, de “Rolls Royce”, werd nieuw leven ingeblazen vanuit Duitsland. Vanuit Duitsland worden ze geëxploiteerd. “Our old rivals are the envy of the world.”

    Voetbal is kunst. Auto’s ontwerpen is kunst. Dat wil zeggen op de spaarzame momenten dat zich in het voetbal of in de auto-industrie iets afspeelt wat valt binnen een overtuigende definitie van kunst.

    Spellingcorrectie vorige reactie: Rolling Stones, Leonardo da Vinci.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s