Impressionisme

Claude Monets Impression, soleil levant’ was de naamgever én het paradepaardje van de impressionistische beweging, die in 1874 hun eerste officiële tentoonstelling organiseerden.

***

'Impression' (1872), te zien in het Musée Marmottan, Parijs

‘Impression’ (1872), te zien in het Musée Marmottan, Parijs

Een geuzennaam was het; afkomstig uit een vernietigend artikel in een satirische krant. Vanaf april 1874 noemden de nieuwe Franse schilders, die al een jaar of tien ageerden tegen het conservatisme van de Académie des Beaux-Arts, zichzelf de impressionisten. De naam was afgeleid van de titel van het opvallendste schilderij van hun eerste officiële tentoonstelling: Impression, soleil levant, een gezicht op de haven van Le Havre door Claude Monet. Dat hij zo snel ingang vond, had vast te maken met de onmogelijke noemer waaronder de jonge hemelbestormers zich tot dan toe presenteerden. ‘De impressionisten’ klonk heel wat beter dan ‘de Anonieme Coöperatieve Vereniging van Schilders, Beeldhouwers en Graveurs’.

Monets Impression was in veel opzichten een paradepaardje van de hele beweging. Niet alleen door de titel, die uitdrukte dat iedere afbeelding van de werkelijkheid alleen maar een impressie kan zijn; maar ook door het schilderij zelf. De zonsopkomst boven Le Havre – drie losjes gepenseelde bootjes tegen een nevelige achtergrond met een fel reflecterend rood stipje – was vanuit het raam van Monets kamer geschilderd, nét niet helemaal en plein air, zoals onder de impressionisten gebruikelijk was. Het onderwerp was ‘doodgewoon’, je kon zien dat de kunstenaar eigenlijk vooral geïnteresseerd was in de reflectie van het licht. De verfstreken waren dik en krachtig en zonder al te veel mengen naast elkaar gezet, heel anders dan op de realistische, donker gekleurde schilderijen van de academisten; het oog van de toeschouwer moest het verbindende werk doen. En zelfs het genre was een breuk met wat voorafging: in de Académie was het landschap, net als het stilleven, uit de gratie. Je moest religieuze of mythologische voorstellingen schilderen, portretten of historiestukken.

Zelfportret van Monet (1886, privécollectie)

Zelfportret van Monet (1886, privécollectie)

Natuurlijk waren de impressionisten niet de eersten die zo te werk gingen. Hun oudere collega’s van de school van Barbizon – realisten zoals Gustave Courbet – gingen al de vrije natuur in, en maakten gebruik van nieuwe uitvindingen als de verftube en de fotografie. De romantische meesters J.M.W. Turner en Eugène Delacroix hadden al volop geëxperimenteerd met wat je kleuren buiten de lijntjes zou kunnen noemen, net als een oude meester als Frans Hals. Scènes uit het dagelijks leven waren al populair bij de Hollandse genreschilders, pasteus schilderen zie je bij Rembrandt en Rubens, proto-impressionistische ‘studies in licht’ waren eerder gemaakt door onder meer Constable en Corot. Maar het waren de impressionisten die al deze technieken en perspectieven met elkaar verbonden. En niemand zo nauwgezet en volhardend als Monet, die zijn hele lange leven (1840-1926) impressionist zou blijven en zou excelleren in het schilderen van het licht op verschillende tijdstippen – in series met hooischelven, kathedralen, waterlelies.

Manets 'Déjeuner sur l'herbe' (1863, Musée d'Orsay)

Manets ‘Déjeuner sur l’herbe’ (1863, Musée d’Orsay)

Peetvader van de impressionisten was de iets oudere Édouard Manet, wiens Le déjeuner sur l’herbe precies honderd jaar geleden geweigerd werd door de Salon de Paris, de officiële jaartentoonstelling van de Académie. Dat was niet onverwacht, want enigszins kinky was de picknickscène in het Bois de Boulogne wél: een realistisch geschilderde naakte vrouw – op geen enkele manier thuis te brengen als een mythologische of historische figuur – wordt geflankeerd door een omgevallen picknickmand en twee volledig geklede heren; en ze kijkt je nog rechtstreeks aan ook (een truc die Manet hetzelfde jaar zou herhalen in het even controversiële schilderij Olympia). Ophef in de Parijse kunstwereld, die uiteindelijk ook Napoleon III bereikte. Nadat de keizer een rondleiding had gekregen langs alle dat jaar geweigerde werken, verordonneerde hij een speciale tentoonstelling voor het grote publiek; de Salon des Réfusés was geboren. Waarna het negen jaar duurde voor de Geweigerden, onder wie Alfred Sisley, Berthe Morisot, Pierre Auguste Renoir en Edgar Degas, opnieuw gezamenlijk exposeerden.

Tot 1886 organiseerden de impressionisten acht keer een tentoonstelling, waarbij Camille Pissarro als enige altijd vertegenwoordigd was. Toen viel de groep uit elkaar, vooral omdat men het niet eens kon worden over een uitnodiging voor de pointillisten Paul Signac en Georges Seurat. Hun neo-impressionistische schilderen met primaire kleurstipjes (die van een afstand ‘samensmolten’ tot één afbeelding) was de eerste van een reeks nieuwe ‘post-impressionistische’ stromingen: japonisme (beïnvloed door Japanse houtsneden), Les Nabis, ‘de profeten’ (het naar abstractie neigende, kleurrijke schilderen van Pierre Bonnard en Édouard Vuillard), fauvisme (de wilde, emotionele penseelvoering van bijvoorbeeld Henri Matisse), expressionisme (dat niet de indrukken van buitenaf wilde uitdrukken, maar de emoties van de schilder zelf). En dan was er ook nog de impressionistische invloed op eclectische eenlingen als Vincent van Gogh en Paul Cézanne, wiens kleurvlakken in landschappen en stillevens aan de basis stonden van de abstracte kunst.

'Nymphéas' (1916-26), Orangerie Parijs

‘Nymphéas’ (1916-26), Orangerie Parijs

De maker van de oorspronkelijke Impression schilderde intussen gewoon door in de stijl van het impressionisme. In 1883 kocht hij een huis in Giverny (Normandië) met een tuin, die hij steeds verder uitbreidde – onder meer met een fotogeniek Japans bruggetje – en die zijn belangrijkste model werd. Hij schilderde de bomen, de bloemen, de vijver en vanaf 1913 vooral de waterlelies. Bij zijn dood in 1926 liet hij onder meer 22 overvloeiende doeken van twee bij plusminus vijf meter na die bedoeld waren voor twee ronde zalen. Ze kwamen te hangen in de Orangerie in Parijs, waar ze de toeschouwer er nog steeds van doordringen hoe dicht het impressionisme bij de abstracte kunst kon komen. Het is niet verwonderlijk dat Monets Nymphéas een belangrijke inspiratiebron vormden voor de vaak in serie tentoongestelde colourfield paintings van de Letse Amerikaan Mark Rothko.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s