Sacre du Printemps

Vandaag precies honderd jaar geleden brachten de Ballets Russes in Parijs het Lente-offer van Stravinsky (muziek) en Nijinsky (choreografie). Het kabaal dat uitbrak echode de hele twintigste eeuw na.

***

‘Er ontstaat hier plotseling een volledig nieuwe visie, iets volkomen ongeziens, pakkends, overtuigends. Een nieuwe kunst van wildheid in onkunst en kunst tegelijk: alle vorm verwoest, nieuwe plots uit de chaos verrijzend.’

Kostuum van Léon Bakst uit de Sacre

Kostuum van Léon Bakst uit de Sacre

Aldus Harry Graf Kessler, Duits diplomaat en liefhebber van avant-gardekunst, in zijn dagboek op 29 mei 1913 (geciteerd in Sergej Diaghilev, een leven voor de kunst van Sjeng Scheijen). Het was de avond van de première van Le sacre du printemps, misschien wel de geruchtmakendste productie uit de geschiedenis van de klassieke muziek –  en die van de dans. De opzwepende ritmes en experimentele dissonanten van Igor Stravinsky (1882-1971) en de wilde, schijnbaar onbeholpen choreografie van Vaslav Nijinsky (1889-1850) hadden het publiek in het Théâtre des Champs-Elysées in twee kampen verdeeld. Al na vijf minuten barstte onder een deel van de beschaafde demi-monde een hoongelach uit, gevolgd door gejuich en reacties van de gestaalde avant-gardisten in het publiek, onder wie Gabriele d’Annunzio, Jean Cocteau en Claude Debussy. Terwijl de dansers volgens Kessler ‘onverstoorbaar en nijver prehistorisch dansten’, gingen de toeschouwers elkaar te lijf met wandelstokken, terwijl van menig heer de hoed ‘smadelijk over ogen en oren werd getrokken’. Aan het eind van het stuk, na 35 minuten, herstelde de politie de orde in de zaal, waarna Stravinsky en Nijinsky het applaus van althans een deel van het publiek in ontvangst konden nemen.

Portret van Diaghilev door Bakst (1906)

Portret van Diaghilev door Bakst (1906) Foto Sailko

De rel maakte van Le sacre du printemps een instantklassieker, en er zijn dan ook boze tongen die fluisteren dat Sergej Diaghilev, de regisseur-producent van de uitvoerende Ballets Russes, de tegenstand hoogstpersoonlijk georkestreerd had. Diaghilev hield wel van wat ophef, zeker wanneer hij die kon bewerkstelligen met vernieuwende voorstellingen. Sinds hij in 1909 de impresario was geworden van de Ballets Russes – een muziektheatergezelschap dat Russische topkunst naar het ingeslapen Parijs wilde brengen – had hij de ene na de andere gedenkwaardige voorstelling op de planken gebracht, vaak met Nijinsky als danser en Léon Bakst als decor- en kostuumontwerper, en bijna altijd met Michel Fokine als choreograaf. In 1910 presenteerde hij het eerste Russische ballet van de jonge avant-gardecomponist Stravinsky, L’oiseau de feu (een jaar later gevolgd door het even populaire als muzikaal vernieuwende Pétrouchka), en in 1912 bezorgde hij Debussy nog meer roem met de balletversie van het symfonische gedicht L’après-midi d’un faun, waarbij vooral de suggestieve choreografie (met aan het eind zelfs ronduit obscene bewegingen) van Nijinsky opzien baarde.

Stravinsky getekend door Picasso

Stravinsky getekend door Picasso

Het was allemaal niets vergeleken met de verpletterende indruk die de Sacre maakte. Deels door het rauwe onderwerp, dat Stravinsky samen met de artdirector Nicholas Roerich had uitgewerkt: een jonge maagd danst zich dood bij wijze van lente-offer. Deels door de modernistische choreografie, die niets met het klassieke Russische ballettraditie van doen leek te hebben. Maar vooral door de muziek. Stravinsky baseerde zich op Russische volksmelodieën – de ondertitel van de Sacre was ‘Scènes uit het heidense Rusland’ – maar verwerkte ze in kleine stukjes en op een collage-achtige manier in de ritmes en (dis)harmonieën van zijn compositie. De muziek bleek trouwens heel goed op zichzelf te kunnen staan. Minder dan een jaar na de première werd de Sacre al concertant in Sint Petersburg uitgevoerd, en een paar maanden later was ook Parijs gewonnen voor Stravinsky’s meesterwerk. De componist dirigeerde zijn eigen stuk voor het eerst in 1926 in het Concertgebouw in Amsterdam; misschien zijn er nog wel honderdjarigen die zich dat kunnen herinneren.

dsc_2410Als ballet werd de Sacre evengoed nog vaak opgevoerd, zij het niet in de choreografie van Nijinsky. Een paar maanden na de première verruilde de biseksuele danser zijn vriend en geliefde Diaghilev voor een Hongaarse miljonairsdochter, iets wat de leider van de Ballets Russes hem niet zou vergeven. Diaghilev verwijderde Nijinsky uit het gezelschap en koos bij de reprise van de Sacre na de Eerste Wereldoorlog – ook gedwongen door het feit dat Nijinsky’s choreografie verloren was gegaan – voor een nieuwe Russische choreograaf, Léonide Massine. Hoewel Stravinsky minder tevreden was over deze versie uit 1920, was het Massines choreografie die tien jaar later werd gebruikt bij de eerste uitvoering van de Sacre in de Verenigde Staten. In Philadelphia danste Martha Graham de rol van de Uitverkorene en werd het orkest gedirigeerd door Leopold Stokowski. Dezelfde Stokowski die muzikaal verantwoordelijk was voor de zonder twijfel invloedrijkste uitvoering van de Sacre: die in de Disney-film Fantasia (1940). Miljoenen kinderen zullen de vooruitstrevende klanken van Stravinsky hun levenlang associëren met een briljante animatie over het ontstaan van de aarde en de opkomst en ondergang van de dinosauriërs.

De Pina Bausch-bewerking van de Sacre

De Pina Bausch-bewerking van de Sacre

En onder die miljoenen kinderen ook tientallen componisten die zich – in navolging van Edgard Varèse, Aaron Copland en Olivier Messiaen – door Stravinsky lieten inspireren; en honderden musici die zouden meespelen in een van de meer dan 150 producties van de opera. Met de Sacre kon je alle kanten op: Lester Horton, Amerikaans pionier van de Modern Dance, verplaatste de handeling naar het Wilde Westen (1937); de Franse choreograaf Maurice Béjart overlaadde vooral de climax met erotische symboliek (1959); Pina Bausch ging het Wuppertaler Tanztheater voor in een antipatriarchale versie (1975); Glen Tetley maakte van de Uitverkorene een jonge man (1974); en Michael Clark toverde het stuk om in een punkrockfestijn. Zelfs de oorspronkelijke choreografie van Nijinsky is weer opgevoerd. Althans als reconstructie – met engelengeduld bij elkaar gepuzzeld op basis van de verslagen van mensen die zich niet door wandelstokken en hoge hoeden hadden laten afleiden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s