Koning Arthur en de Ronde Tafel

Stamhoofd, gentleman, rouwdouw, fantasyheld, man onder de plak – Koning Arthur heeft vele gezichten; en iedere tijd heeft zijn eigen Ridders van de Ronde Tafel. Een hernieuwde kennismaking met de grootste koning aller tijden.

***

Monty Python (Holy Grail)Op de lange lijst van Invloedrijke Maar Nauwelijks Gelezen Literatoren neemt de twaalfde-eeuwse kroniekschrijver Geoffrey of Monmouth een ereplaats in. Zonder zijn Historia regum Brittanniae (‘Geschiedenis van de koningen van Brittannië’, 1138), en de daarin verwerkte sagen over de vijfde-eeuwse Koning Arthur, zouden we een belangrijk deel van de Europese cultuurgeschiedenis missen: de Arthur-romances van Chrétien de Troyes, en dus de Parsifal van Wagner en The Da Vinci Code van Dan Brown; de epen van Sir Thomas Malory en Lord Tennyson, en dus de moderne Arthurverhalen van Terence H. White in The Once and Future King (1944); tientallen Camelot-films en -musicals, en dus ook Monty Python and the Holy Grail en de talloze computerspellen en role playing games over de ridders van de Ronde Tafel.

N.C. Wyeth: illustratie uit 'The Boys' King Arthur'(1922)

N.C. Wyeth: illustratie uit ‘The Boys’ King Arthur’ (1922)

Geoffrey’s erfenis is rijk, terwijl veel van de bekende Arthurelementen pas later aan de legende werden toegevoegd. Bij hem geen zwaard in de steen, geen zoektocht naar de Heilige Graal (hij schrijft een Keltische en dus heidense geschiedenis!) en geen verraad van Sir Lancelot, want het is Arthurs aartsvijand Modred met wie koningin Guinevere ervandoor gaat. Al die romantische tierelantijnen zijn een uitvinding van de hoofse dichters in Frankrijk, die Geoffrey’s held tot een bijfiguur in hun gedichten degradeerden. Terwijl Arthur werd afgeschilderd als een ‘nietsnut-koning’ trokken succesduo’s als Lancelot en Guinevere, Tristan en Isolde, Gawain en de Groene Ridder, Walewein en het Zwevende Schaakbord en Perceval en de Heilige Graal alle aandacht naar zich toe. Van de historische Arthur was men inmiddels ver verwijderd.

Áls je al kunt spreken van een historische Arthur, want alle bronnen die wij kunnen raadplegen zijn op zijn vroegst gekopieerd aan het eind van het eerste millennium, meer dan vierhonderd jaar na de beschreven gebeurtenissen. Lang genoeg om verlucht te zijn met fantasierijke toevoegingen over een mythische legerleider die in de chaos na de val van het Romeinse Rijk een even heroïsche als gedoemde strijd voerde met plunderende stammen uit Schotland en van overzee: de Picten, de Scoten, de Angelen en de Saksen. Wat werd doorgegeven is het verhaal van een straaltje licht in de donkerste Middeleeuwen.

Edward Burne-Jones: 'The Last  Sleep of Arthur' (1881-1898)

Edward Burne-Jones: ‘The Last Sleep of Arthur in Avalon’ (1881-1898)

De Franse navolgers van Geoffrey maakten het verhaal nog spectaculairder. Neem de dertiende-eeuwse Morte de roi Artu, het slotstuk van een vierdelige cyclus waarin ook uitgebreid de geschiedenissen van de Graal, Merlijn en Lancelot du Lac werden verteld. In dit anonieme Oudfranse prozawerk is het Lancelots onweerstaanbare liefde voor de vrouw van zijn heer die een dominoramp veroorzaakt. Arthur wordt door jaloerse getrouwen op het overspel attent gemaakt, Guinevere wordt veroordeeld tot de brandstapel, Lancelot redt haar, Arthur trekt naar Bretagne om Lancelots leger te verslaan, zijn als regent achtergebleven zoon Mordred neemt de macht in Brittannië over – en uiteindelijk is er na de beslissende slag in de velden van Somerset bijna niemand meer in leven. Arthur wordt door feeën naar zijn graf gedragen, en zijn laatste leenman werpt op zijn verzoek het machtige zwaard Excalibur in het meer waaruit het ooit door Arthur was opgevist.

Koning ArthurGeen twijfel mogelijk: dit waren de lichamen van Arthur en Guinevere, en dus was de precieze locatie van het mythische Avalon, waarheen Arthur na zijn dood was vervoerd, eindelijk bekend. Tenminste, dat claimden de kloosterautoriteiten, die onmiddellijk een tombe lieten bouwen om het legendarische koningskoppel te eren. Een tombe die intact bleef tot de Dissolution of the Monasteries door Henry VIII, waarna zowel het omhulsel als de inhoud verloren ging. De huidige beheerders hebben niet eens de moeite genomen om de cenotaaf te voorzien van het onvergetelijke, volstrekt uit de duim gezogen opschrift dat volgens Thomas Malory’s Morte d’Arthur (1470) ooit het graf sierde: Rex quondam, rexque futurus (‘koning voor eens en altijd’).

William Morris: 'King Arthur and Sir Lancelot' (1862)

William Morris: ‘King Arthur and Sir Lancelot’ (1862)

Zo verstrooid als het vermeende gebeente van Arthur is, zo wijdverbreid is zijn mythe. In de literatuur, de muziek, de film, de beeldende kunst en de popcultuur. Juist de ongrijpbaarheid van de Keltische legerleider heeft ervoor gezorgd dat iedere tijd zijn eigen Arthur kreeg: een volmaakte Victoriaanse gentleman in Tennysons Idylls of the King en de schilderijen van de prerafaëlieten, een innovatieve rouwdouw bij Mark Twain (A Connecticut Yankee in King Arthur’s Court, 1889), een romantische fantasyheld in het jongensboek van T.H. White, een man-onder-de plak bij de feministische fantasyschrijfster Marion Zimmer Bradley (The Mists of Avalon, 1983) en een blunderende sukkel in de Monty Python-musical Spamalot. In dat opzicht is Arthur werkelijk the once and future king.

Het bovenstaande artikel is een sterk bekort hoofdstuk uit mijn boek ‘Macbeth heeft echt geleefd –  Een reis door Europa in de voetsporen van 16 literaire helden’ (uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2011)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s