Tsjechov

Nu in de winkel: het door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes opnieuw vertaalde toneelwerk van Tsjechov – deel zes van zijn verzameld werk in de Russische Bibliotheek. Voor wie na Poetin behoefte heeft aan good news from Russia.

***

toneel-6-verzamelde-werken-anton-p-tsjechov-9789028242692-voorkant-480x768Is er geen Shakespeare, dan is er wel Tsjechov. Wie in september de programma’s van de verzamelde toneelgezelschappen doorneemt, stuit steevast op een of meer stukken van de Engelsman en de Rus. Hun drama’s behoren tot het ijzeren repertoire en kunnen door iedere regisseur op een verschillende manier geïnterpreteerd worden; ze zijn een vuurwerk van taal en psychologie en een uitdaging voor de spelers. Zoals Ian McKellen, een van de grand old men van het Britse toneel, placht te zeggen: ‘Acteurs klimmen tegen Tsjechov op als tegen een berg, vastgeknoopt  aan elkaar en samen delend in de glorie mochten ze ooit de top bereiken.’

Shakespeare schreef 38 tragedies en komedies; de reputatie van Anton Pavlovitsj Tsjechov is gebaseerd op een handvol eenakters (waaronder De beer, 1888), drie vroege meesterwerken (Platonov, Ivanov, Meeuw) en drie stukken die de toneelliteratuur hebben veranderd: Oom Wanja (1899), Drie zusters (1901) en Kersenboomgaard (1904, meestal vertaald als ‘De kersentuin’). Dat Tsjechovs toneelproductie relatief klein is, komt doordat hij het theater er eigenlijk bij deed. Tussen zijn literaire debuut in 1880 en zijn overlijden aan de gevolgen van longtuberculose in 1904 schreef hij vijfhonderd verhalen van weemoed en verlangen die ten minste zo invloedrijk waren als zijn toneelwerk. Juweeltjes als ‘De zoen’ (een man ziet zijn leven veranderd door een per vergissing ontvangen zoen) , ‘Verloofd’ (een meisje ontsnapt aan haar kleinsteedse milieu) en ‘De dame met het hondje’ (overspel en onbehagen) inspireerden vele generaties short story writers van Franz Kafka tot Katherine Mansfield en van Raymond Carver tot Alice Munro.

anton_checkovTot 1892 praktiseerde Tsjechov bovendien als arts, iets wat hem ongetwijfeld inspiratie verschafte voor zijn aanvankelijk vooral komische verhalen. Sommige van zijn schetsen, vooral die in de eerste persoon enkelvoud, lezen als de ontboezemingen van een patiënt bij dokter. Tsjechov legt de drama’s bloot in de levens van ploeterende provincialen en gedesillusioneerde nostalgici, zonder dat hij de menselijke ziel pretendeert te doorgronden. ‘De ziel van een ander is duisternis,’ verzuchtte Tsjechov in 1898 in een van de vele brieven die hij (ook nog) naar vrienden en familie stuurde. En tien jaar eerder: ‘Het is niet de taak van de psycholoog om te begrijpen wat hij niet begrijpt. En het is zeker niet zijn taak te doen alsof hij begrijpt wat niemand begrijpt. […] Alles weten en alles begrijpen doen alleen domkoppen en kwakzalvers’ (vertaling Karel van het Reve).

Veel blijft ongezegd in het werk van Tsjechov; hij is een meester van wat tegenwoordig wordt aangeduid als the zero ending, handeling zonder climax. Hoewel juist de laatste zin van een Tsjechov-verhaal de adem kan doen stokken, bijvoorbeeld die van ‘De dame met het hondje’: ‘En het kwam hem voor dat heel binnenkort de oplossing gevonden zou zijn, en dat er dan een nieuw, prachtig leven zou aanbreken; en beiden was het duidelijk dat het einde nog lang niet in zicht was en dat het allermoeilijkste en lastigste nog maar net begon.’  Een beter leven wenkt voor de personages van Tsjechov, maar dat loopt steevast op een teleurstelling uit – op verveling, dronkenschap, armoede, lelijkheid, provincialisme.

Tsjechov leest zijn stuk 'Meeuw' voor aan het Moskouse theater; rechts van hem regisseur Konstantin Stanislavski, daarnaast Olga Knipper

Tsjechov leest zijn stuk ‘Meeuw’ voor aan het Moskouse theater; rechts van hem regisseur Konstantin Stanislavski, daarnaast Olga Knipper

Tsjechovs onderwerpen zijn zwaar en somber, maar hij slaagt erin om ze met lichtheid en humor te behandelen. Soms zó subtiel dat zijn publiek zich vertwijfeld afvraagt of hij zijn werk tragisch of komisch heeft bedoeld. Dat was al zo bij zijn beroemdste toneelstuk Kersenboomgaard, over een aristocratische Russische familie die het niet kan opbrengen zich aan te passen aan de moderne tijd. De eerste opvoering van het stuk werd geregisseerd door de later via Lee Strasberg in Hollywood verafgode Konstantin Stanislavski. Toen de doodzieke Tsjechov een kijkje kwam nemen bij de repetities was hij geschokt door de ‘huilerigheid’ van de regie; van de komedie die hij naar eigen zeggen had geschreven – een stuk vol hopeloos inerte landbezitters, nouveau riches en excentrieke bijfiguren – had Stanislavski een tragedie gemaakt. Met succes overigens: meteen na de première in Moskou (met in de hoofdrol Tsjechovs vrouw Olga Knipper) werd het stuk op het toneel gebracht in alle Russische provinciesteden. Daarna begon een opmars die tot de dag van vandaag voortduurt; het stuk is onder anderen geregisseerd door Pjotr Sjarov, Peter Hall, Peter Brook, Jean Louis Barrault, Giorgio Strehler en Sam Mendes, en in de vele verfilmingen vertolkten onder meer Peggy Ashcroft, Judi Dench en Charlotte Rampling de rol van de aristocrate die probeert het landgoed van haar familie te bewaren en de kersenboomgaard (symbool voor alles wat mooi is in het oude Rusland) van de kap te redden.

The_Cherry_Orchard_Act_ThreeObjectiviteit, beknoptheid, durf en mededogen – daarnaar streefde Tsjechov naar eigen zeggen in zijn werk. Maar de voornaamste reden dat grote toneelschrijvers als George Bernard Shaw, Eugene O’Neill en Arthur Miller zich aan hem spiegelden is zijn vermogen om realisme op een hoger plan te brengen. In Meeuw laat hij een toneelschrijver zeggen dat kunst het leven niet moet tonen zoals het is, ‘en niet zoals het moet zijn, maar zoals het zich in dromen voordoet’ (vert. Van het Reve). Bij Tsjechov gaat het niet om de handeling maar om de emoties die daarachter verborgen liggen; hij doet een beroep op de verbeeldingskracht van de toeschouwer. Dat hij er en passant in slaagt om humor en tragiek in elkaar te laten overlopen, tekent zijn grootheid. ‘Kunst is kippevel en tranen’ zouden Koot en Bie zeventig jaar na zijn dood concluderen.

Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad, op 15 september 2012

Advertenties

One thought on “Tsjechov

  1. Onder de bewonderaars van Tsjechov hoort ook de Oostenrijkse filmmaker Michael Haneke, zoals uit diens eigen mond kan worden opgetekend in een afgelopen dinsdag door het Uur van de Wolf uitgezonden documentaire van Yves Montmayeur, ”De liefde volgens Haneke”, via uitzending gemist slechts terug te zien tussen 22.00 en 6.00 uur vanwege een ”leeftijdsbeperking”. Is Michael Haneke ook typisch Made in Europe? Als docent regie aan de “Filmakademie Wien” spreekt hij in elk geval vol bewondering over Tsjechov, omdat die van alle toneelschrijvers de mooiste “zinnen met vele lagen” zou hebben geschreven. Wellicht ongepast om hem in één adem te noemen met Shakespeare en Tsjechov, maar volgens de NTR creëert Haneke ”een uniek eigen universum, waarin hij als geen ander existentiële angsten, heftige emoties en het uitschot van de samenleving weergeeft.”

    Toen Hanekes film “Funny Games” (1997) op het Rotterdams Filmfestival draaide, liep de zaal rondom ons voor minstens driekwart leeg uit spontaan protest, terwijl dat op het oog doorgewinterd publiek al veel provocaties en filmgeweld moet hebben verdragen. Waarom liet – of: laat – men zich door Haneke dan toch weer op stang jagen? In werk en uitspraken is Haneke een vat vol tegenstrijdigheden: vervreemdingseffecten uit de opvoedkundige school van Brecht grillig vermengd met schijnbaar en/of hyper realistische en geloofwaardige nabootsing van ”de werkelijkheid”, een wereld waar ”dromen” weer heel anders uitpakken dan bij Tsjechov en waar ”dagdromen” ontaarden in onverdragelijke horrorscenario’s.

    Eindexamenvraag: Bekijk het ”uniek eigen universum” van Haneke met de ogen van Shakespeare, Tsjechov en Poetin. Gebruik daarbij onderstaand citaat als uitgangspunt.

    Michael Haneke: “Mit dem Film stehen einem alle Mittel zur Verfügung – und man hat die einmalige Chance, das Reale zu zeigen. Oder zumindest so zu tun. Jean-Luc Godard hat bekanntlich gesagt, Film sei 24-mal in der Sekunde die Wahrheit. Ich sage: Film ist 24-mal die Lüge. Vielleicht im Dienste der Wahrheit, aber natürlich ist alles, was wir behaupten, ein Artefakt. Und unsere künstlerische wie moralische Verantwortung liegt unter anderem darin, dieses Artefakt transparent zu machen und nicht so zu tun, als wäre es Wirklichkeit.”

    [Zie voor meer uitspraken van Haneke: “Ohne Kultur können wir uns gleich erschießen!” Interview Tanja Traxler, Dominik Zechner, 6. März 2013. DerStandard.at]

    Eindexamenkandidaat: ”Bij Haneke mis ik het in elkaar overlopen van humor en tragiek. Althans in zijn films. Godzijdank heb ik ze samen met vrienden gezien. In je eentje overleef je zoiets niet.”

    Examinator: “Valt veel meer over te zeggen, maar daartoe ontbreekt ons nu de tijd.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s