12 spreekwoordelijke literaire helden

Frankenstein is niet het enige literaire personage dat zijn weg naar het woordenboek heeft gevonden. In mijn boek Macbeth heeft echt geleefd – Een reis door Europa in de voetsporen van 16 literaire helden (2010) behandel ik er zes die ook nog eens historisch zijn. Voor deze blog heb ik er zes spreekwoordelijk geworden figuren bijgezocht die door literatoren zijn verzonnen. 

Van geschiedenis tot mythe:Robin Hood

1) Roeland, de achtste-eeuwse ridder van Karel de Grote die stierf in de slag bij Roncesvalles. Vereeuwigd in het Chanson de Roland (12de eeuw) en Orlando furioso (van de Italiaanse dichter Ariosto. Bekend van een razende roeland, volgens Van Dale ‘een zeer onstuimig en woest persoon’.

2) Robin Hood, 13de-eeuwse struikrover die volgens oude ballades stal van de rijken om de buit onder de armen te verdelen. Vereeuwigd door onder anderen Walter Scott (19de eeuw). Bekend van het robinhoodprincipe, volgens Van Dale een ‘financieringsprincipe waarbij een deel van de opbrengst van winstgevende projecten wordt gebruikt ter dekking van de mogelijke verliezen van andere projecten die echter eveneens maatschappelijk belangrijk zijn’.

3) Don Juan, 14de-eeuwse edelman aan het hof van Alfonso XI in Sevilla, berucht casanova avant la lettre. Vereeuwigd door onder anderen Tirso de Molina (1630), Molière (1665) en Mozart & Da Ponte (1787). Gewoordenboekstaafd als donjuan, een ‘hoffelijke vrouwenverleider’.

4) Tijl Uilenspiegel, 14de-eeuwse practical joker uit Noord-Duitsland. Vereeuwigd door de Duitser Hermann Bote (1510) en de Franstalige Vlaming Charles de Coster (1867). Bekend van uilenspiegel, ‘iem. die graag schelmenstreken uithaalt’ (Van Dale).

Faust (Rembrandt)5) Faust, 16de-eeuwse alchemist en wonderdokter uit Midden-Duitsland. Vereeuwigd door onder anderen Christopher Marlowe (1592) en Goethe (1808). In de Van Dale als faustisch, ‘worstelend met (de zin van) het leven’.

6) Freiherr von Münchhausen, 18de-eeuwse ‘leugenbaron’ uit Bodenwerder. Vereeuwigd in boeken van Rudolph Erich Raspe (1785) en Gottfried August Bürger (1786). Bekend van het münchhausensyndroom, in Van Dale gedefinieerd als ‘psychiatrische aandoening waarbij iem. met een ingebeelde ziekte een aanhoudend appel doet op zorgverleners’.

Uit de fictie:

7) Gargantua, de onmatige reus uit de gelijknamige satire van Rabelais (1534). Gargantuesk: ‘overdadig (in spijs en drank)’.

8) Don Quichot, de idealistische ridder in een verkeerde tijd uit Don Quichot  (1605/1615) van Cervantes. Donquichotterie: ‘handeling die voortspruit uit onpraktisch idealisme’.

9) Quasimodo, de tragische gebochelde klokkenluider uit Notre Dame de Paris (1832) van Victor Hugo. Quasimodo: ‘zeer lelijk persoon’.

Lolita10) Nurks, de hoofdpersoon van het verhaal ‘Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout’ uit Hildebrands Camera Obscura (1839). Nurks: ‘onaangenaam mens’.

11) Oblomov, de lethargische titelheld van de roman Oblomov (1859). Oblomovisme: ‘extreme lamlendigheid’.

12) Lolita, de heldin van Vladimir Nabokovs nimfijnenroman Lolita (1959). Lolita: ‘meisje als object en subject van seksuele gevoelens’.

Alle definities uit het Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal

Advertenties

7 thoughts on “12 spreekwoordelijke literaire helden

  1. Waar zijn de spreekwoordelijke literaire (anti)helden Reinaert de Vos en Batavus Droogstoppel gebleven? Kijk de woordenboeken er maar op na. Of mogen dieren als spiegel van menselijke (on)deugden niet meedoen?

    Ook Reinaerts ”sluwheid” en ”spotlust” worden onder ”reinardie” ofwel ”listige streken” door Van Dale nogmaals uitdrukkelijk vermeld. En in de werkelijkheid duikt Reinaerts duivelse inborst – ook voor en na de middeleeuwen – regelmatig op als ”sluwe vos” in mensengedaante. Denk alleen maar aan de Italiaanse politicus Giulio Andreotti, wiens duistere streken tijdens zijn lange regeerperiode al een mythische status kregen. ”Craxi lo chiamava Belzebù: «Andreotti è una volpe, ma presto o tardi tutte le volpi finiscono in pellicceria».”

    En dan Droogstoppel, net als Reinaert weet hij het publiek vaak beter te amuseren dan zijn al te uitmuntende, deugdzame en voorbeeldige tegenhangers. Volgens Van Dale (dertiende druk) is een droogstoppel: 1. saai, vervelend mens, en 2. iemand zonder enig hoger streven of idealistische neigingen, dor, prozaïsch mens [tegen dat saai, vervelend, dor zou Batavus Droogsoppel zelf terecht bezwaar aantekenen]. Overigens meende de veel te jong overleden literair vertaalster Indonesisch-Nederlands en vice versa Linde Voûte dat Batavus Droogstoppel sterk was gemodelleerd naar een koffiemakelaar uit haar eigen prozaïsche familie: “Eigenlijk ben ik de enige niet- voûte ben in een voûte familie.” [tongue-in-cheek].
    Deze laatste uitspraak vooral even zorgvuldig checken bij onpartijdige betrokkenen en ingewijden.

    • Ja, en goed beschouwd heb ik nog veel meer spreekwoordelijke helden overgeslagen; wat te denken van Achilles(hiel), Assepoester, Blauwbaard, Cassandra, de Drie Musketiers, Sherlock Holmes, Dr Jekyll/Mr Hyde, Peter Pan(complex), Scrooge, Vliegende Hollander, Werther(iaans)? Bijna allemaal met kleine letters in Van Dale te vinden. (Bron: Klein ABC van de wereldliteratuur, Ambo 2008)

  2. Mijn eigen argumentatie zou nooit het enkele feit zijn dat helden in de woordenboeken of compendia staan, maar puur de hardnekkigheid waarmee ze in het echte volle leven blijven opduiken. En herkend worden. Zo kwam ik uit mijn hoofd op Reinaert en Droogstoppel. En Droogstoppel vind ik persoonlijk een interessantere vogel dan Nurks. Maar wie ben ik? Wat het lijstje uit het Klein ABC van de wereldliteratuur betreft, in hoeverre ze nog “leven” onder de mensen is per geval een interessant terrein van voortdurend onderzoek…

  3. Ik moet onmiddellijk denken aan Jan Salie, de onvergankelijke anti-held uit Potgieter’s negentiende eeuwse Jan, Jannetje en hun jongste kind. Je kunt dit boek beschouwen als een aanklacht tegen het ontbreken van de VOC-mentaliteit. Onze vorige premier weet er alles van.
    Nieuwsgierig geworden of er nog literaire heldinnen waren stuitte ik op mijn evenbeeld: het nieuwsgierig aagje, afkomstig uit het zeventiende eeuwse kluchtspel Kluchtigh Avontuurtje van ’t Nieuwsgierig Aegje van Enckhuysen.
    Tot slot nog de levensgenieter: een pallieter, beter bekend bij onze zuiderburen. Door Felix Timmermans in 1916 beschreven in zijn roman Pallieter.
    Als je op Google ‘nieuwsgierig aagje’ intikt kom je op de site van Onze Taal waar je een mooie lijst met – al dan niet literaire – helden en heldinnen kunt vinden.

  4. Mooie aanzet, en grappig om te zien dat je Don Juan beschrijft als een casanova, die zelf natuurlijk ook vette letters verdient.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s