Le Corbusier

Hoe groter geest hoe groter beest. Tenminste, dat vinden de tegenstanders van Le Corbusier, ontegenzeggelijk de invloedrijkste architect van de twintigste eeuw. De Zwitserse Fransman wordt verantwoordelijk gesteld voor alles wat er mis is in de moderne stedebouw.

***

Een schok, dat is het. Je wandelt in Stockholm langs statige kades met uitzicht op de oude stad. Je loopt westwaarts door een negentiende-eeuwse wijk met aantrekkelijke gebouwen, en dan bots je plotseling op het Kulturhuset – een enorme glazen doos aan een grootsteeds plein van twee niveaus: een verzonken voetgangersgebied met daarboven een verkeersknooppunt van betonnen autowegen. Dit is Sergels Torg, de zuidelijke grens van de wijk Klara, die in de jaren vijftig en zestig werd getransformeerd van een gezellige verzameling huizen, winkels en werkplaatsen tot een modernistisch paradijs van hoge gebouwen en brede rijstroken. De nieuwe tijd, net wat u zegt; de toekomst van gisteren, en voor velen een monument voor de verderfelijke ideeën van Le Corbusier, die weliswaar zelf niet in Stockholm (or for that matter in de Bijlmer of de banlieus van Lyon) gebouwd heeft, maar die een warm pleitbezorger was van het neerhalen van oude stadskernen en het scheppen van licht, lucht en ruimte op sovjetschaal. Had hij niet in zijn standaardwerk La ville radieuse (1935) een luchtfoto van de Zweedse hoofdstad opgenomen met de opmerking dat die getuigde van ‘angstwekkende chaos en bedroevende monotonie’?

Geen genie zo controversieel als Charles-Édouard Jeanneret alias Le Corbusier. De Zwitsers-Franse architect en vormgever (1887-1965) geldt als de invloedrijkste stedebouwkundige van de twintigste eeuw. Hij is de ontwerper van klassieke gebouwen als de Villa Savoye, een vierkante witte villa op pilaren bij Poissy, de Unité d’Habitation, een betonnen wooncomplex in Marseille, en de grillig gebogen witte kerken van Firminy (Saint-Pierre) en Ronchamp (Nôtre-Dame-du-Haut); maar ook van de stad Chandigarh in India. Hij schreef wereldvermaarde manifesten als Vers une architecture (1923), waarin hij de theorieën van het Bauhaus verbreidde, en La ville radieuse waarin hij de zegeningen van staal, glas en beton bezong. Maar hoewel hij is nagevolgd door vermaarde architecten als Oscar Niemeyer, Jean Nouvel en Richard Meier, werd hij door anderen verketterd – vooral na zijn dood.

Le Corbusiers pogingen om op een verantwoorde manier te bouwen voor de massa (grote, ruime flats omgeven door veel groen, met gescheiden verkeersstromen) produceerden in de ogen van sommigen een ‘steriele hybride’ van het utilitarisme van de wolkenkrabberstad en de romantiek van de ecologie. Anderen hielden hem zelfs verantwoordelijk voor de dood van de stad, terwijl de ‘new journalist’ Tom Wolfe hem met wurgende ironie beschreef als ‘Marx, Hegel, Engels and Prince Kropotkin rolled in to one’. En nog maar een paar jaar geleden publiceerde de Britse psychiater en maatschappijcriticus Theodore Dalrymple een vernietigend essay waarin hij de stelling verdedigde dat Le Corbusier getuigde van een totalitaire geest en dat er maar weinig mensen waren die de wereld zó lelijk hadden gemaakt als hij. De Luftwaffe of de architect van de ‘Baedeker bombings’, Arthur Harris, was er niets bij vergeleken.

Dalrymple was nog wel zo sportief om toe te geven dat Le Corbusier ‘een angstaanjagend begaafde man’ was die – voordat hij ten prooi viel aan ‘zijn egoïsme en zijn drang naar originaliteit’ – prachtige meubels had ontworpen. Maar die opmerking valt in de categorie Prijs Je Vijand Het Graf In, want de jonge Jeanneret, die zichzelf pas in 1920 zijn pseudoniem aanmat, was een geboren modernist. Al op twintigjarige leeftijd ging hij in Parijs in de leer bij een van de early adopters van gewapend beton als bouwmateriaal. Twee jaar later werkte hij in Berlijn voor de architect Peter Behrens, die verkeerde in de Bauhaus-kringen van Mies van der Rohe en Gropius. En tijdens de Eerste Wereldoorlog bedacht hij in Zwitserland het Dom-ino huis, een prefab-achtige structuur van betonnen vloeren die gedragen worden door dunne zuilen en met trappen aan de zijkant.

Het was een ontwerp dat hij zou perfectioneren in de Villa Savoye (1929-1931), een elegante vierkante doos die de uitwerking was van zijn eerder geformuleerde vijfpuntenprogramma voor een nieuwe architectuur. Een gebouw moest volgens Le Corbusier met behulp van pilaren van de grond verheven worden (les pilotis); de gevels mochten niet dragend zijn (la façade libre); de verdiepingen konden dankzij een betonskelet vrij ingedeeld worden (le plan libre); lange strookramen garanderen goed uitzicht op de omgeving (la fenêtre en longueur); en op het dak hoorde een tuin (le toit-jardin). Overigens heeft Le Corbusier niet eens zo gek veel zelf gebouwd; de meeste plannen die hij in zijn theoretische werken ontvouwde bleven onuitgevoerd. Daarin was hij ook de voorloper van ‘papieren’ architecten als Rem Koolhaas, voor wie bouwen altijd minder belangrijk is dan theoretiseren.

Le Corbusier was een idealist – zoals veel totalitaire denkers, zeggen de criticasters. Hij wilde de bewoners van zijn gebouwen helpen beter te leven; zijn flats waren goedkoop door standaardisering en ontbreken van ornamentiek; ze moesten extra leefbaar worden doordat voetgangers en auto’s niet met elkaar in aanraking kwamen. Ironisch genoeg ging hij bij al zijn ontwerpen uit van de menselijke maat, of zoals hij zijn persoonlijke gulden snede noemde: ‘de modulor’, een systeem gebaseerd op de gemiddelde lengte van de mens (1 meter 83). Zijn ideaal was de ‘stralende stad’, die de wereld mooier zou maken en sociale onrust zou indammen. ‘Architectuur of revolutie’ luidde zijn strijdkreet. Maar de praktijk was weerbarstiger; niet alleen in de wijken die in lijn met zijn theorieën aan de randen van de groeiende Grossstädte in Europa en Amerika werden gebouwd, maar ook in zijn ‘eigen’ Chandigarh, waar Le Corbusiers rechtlijnigheid er onder andere debet aan was dat er op het centrale plein geen greintje schaduw te vinden is. Een grote geest is nu eenmaal geen garantie voor onbekommerd woongenot.

Advertenties

One thought on “Le Corbusier

  1. Le Corbusier: De Notre Dame du Haut, de kapel in Ronchamp in de Vogesen, heb ik met heel veel bewondering bekeken, Deze Blog bracht me 25 jaar terug naar Ronchamp. Argeloos reden we door de heuvels van de Vogesen, totdat daar ineens … Ademloos waren we.
    Edy Bevk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s