Dada en punk

Afgelopen week was het 35 jaar geleden dat Johnny Rotten uit de Sex Pistols stapte en 95 jaar geleden dat het tweede manifest van Dada verscheen. Wat hebben die twee met elkaar te maken, en wat hebben ze betekend voor de Europese gemeenschap?

Dada-posterFebruari 1916. In Cabaret Voltaire, een kleine bar in het oude centrum van Zürich, bezet een eigenaardig gezelschap het podium. Een Roemeense dichter, luisterend naar de naam Tristan Tzara, doet een buikdans met zijn billen; zijn landgenoot, de schilder Marcel Janco,  bespeelt de luchtviool; de Duitse ‘chanteuse’ Emmy Hennings neemt balletposities in, terwijl een oorverdovend lawaai wordt geproduceerd door de Duitse dichter Richard Huelsenbeck op de grote trom en de witgeschminkte Duitse dramaturg Hugo Ball op de piano.

Februari 1976. In The Marquee, een hippe club in Londen, speelt de viermansband Sex Pistols in het voorprogramma van een tegenwoordig vergeten pubrock-act. ‘Speelt’ is een groot woord: de drums en gitaren compenseren hun valsheid met volume, de liedjes zijn even onverstaanbaar als onmelodieus, en de zanger schreeuwt en snerpt terwijl hij met stoelen smijt en mensen van het podium afduwt. ‘Actually, we’re not into music, we’re into chaos,’ zou de leadgitarist Steve Jones niet lang daarna in een interview verklaren.

Zestig jaar scheidt dada van punk, maar de overeenkomst is duidelijk. Tenminste, voor wie het wil zien, zoals de Amerikaanse pophistoricus Greil Marcus in zijn verbluffende ‘geheime geschiedenis van de twintigste eeuw’ Lipstick Traces (1989). Beide snel over Europa uitwaaierende stromingen maakten korte metten met de kunst zoals die op dat moment gewaardeerd werd en vervingen die door anti-esthetiek. Épater le bourgeois was niet genoeg, het ging erom de burger te schoppen. Zo hard mogelijk. Zoals Marcel Janco het formuleerde: ‘We hadden het vertrouwen in onze cultuur verloren. Alles moest kapot. […] We schokten het gezond verstand, de publieke opinie, het onderwijs, de instituties, de musea, de goede smaak – kortom de hele heersende orde.’

Sex PistolsHet is alsof je de punkrockers van de jaren zeventig hoort spreken. De tijden mochten dan veranderd zijn – in plaats van door een wereldoorlog werd Europa geteisterd door crisis en jeugdwerkeloosheid –  maar het anarchistisch sentiment was hetzelfde. ‘No Future’ zong Johnny Rotten in ‘God Save The Queen’, het perverse cadeautje dat de Sex Pistols opnamen voor het zilveren jubileum van Koningin Elizabeth in 1977. Een jaar eerder was hij de eerste single van de Pistols, ‘Anarchy In The UK’, begonnen met de uitroep ‘I am an Antichrist’  en geëindigd met het woord ‘destroy.’

Punk en dada waren te bescheiden, want ze creëerden ten minste zoveel als ze zogenaamd kapotmaakten. Behalve met performancekunst hielden de dadaïsten Hans Arp, Francis Picabia en Kurt Schwitters zich bezig met nieuwe technieken als de collage, de (driedimensionale) assemblage, de fotomontage en klankpoëzie; Marcel Duchamp introduceerde de ‘readymade’, een doodgewoon voorwerp dat kunst wordt door het als zodanig te presenteren. Punkrockers als The Sex Pistols en The Clash bonden met hun uptempo garagerock en do-it-yourself-filosofie de strijd aan met de mastodonten van de symfonische rock, maar gaven de popmuziek tegelijkertijd nieuwe energie en maakten de weg vrij voor de revolutionaire new wave van Elvis Costello, The Police en Joy Division.

Duchamps pissoirDe invloed van beide avantgardestromingen is nauwelijks te overschatten. Geholpen door het gelijknamige tijdschrift (1917-1918) verspreidde dada zich vanuit Zürich in no time over de rest van Europa. In Berlijn werd in 1920 door onder meer de fotomonteurs John Heartfield en Georg Grosz de Eerste Internationale Dadabeurs georganiseerd – een schandaalsucces dat nog niets vergeleken was met de kort daarvoor gehouden dadatentoonstelling in Keulen (waar bezoeker langs pisbakken moesten lopen terwijl er poëzie werd gedeclameerd). In Parijs zette de uitgeweken Tristan Tzara het culturele leven op zijn kop, onder meer met het antitoneelstuk Le coeur à gaz.  En voordat dada rond 1924 in Parijs opging in het verwante surrealisme, had het onder andere onderdak gevonden in Nederland (De Stijl), de Balkan (‘Joego-dada’), Ierland (de ‘Guinness-dadaïsten’) en niet te vergeten New York, waar Duchamp in 1921 zijn instant-beroemde Fontein, een pissoir met de handtekening R. Mutt,  tentoonstelde. Tegenwoordig wordt dada gezien als de voorloper van de pop art, het nieuwe realisme uit de Franse jaren zestig, en de Fluxusbeweging waarvan Yoko Ono en Wim T. Schippers in Nederland de bekendste vertegenwoordigers zijn.

Sex PistolsPunk beleefde zijn hoogtepunt in 1976-1977 en had behalve op de muziek een verpletterende uitwerking op de samenleving. Onder invloed van de trendsettende kledinglijn van Vivienne Westwood en haar echtgenoot Malcolm McLaren (tevens manager van de Sex Pistols) gingen jongeren zich anders kleden (gescheurde kleren, ‘safety-pin aesthetics’, sm-parafernalia), kappen (hanekammen, skinheads, suikerwaterpieken) en bewegen (de pogo en de stagedive). Rockmuziek werd weer subversief, zoals het in de jaren vijftig en zestig was geweest; punk was de reïncarnatie van de antikunst die door de dadaïsten groot was gemaakt –  een schitterend vehikel voor protest dat getuige de acties van bijvoorbeeld Pussy Riot in Rusland nog niet aan belang heeft ingeboet.

Opvallend genoeg waren de punkers niet te beroerd om naar hun grote voorbeelden te verwijzen. Een avantgardegroep uit Sheffield noemde zich Cabaret Voltaire; de New Yorkse Talking Heads zetten het klankgedicht ‘I Zimbra’ van Hugo Ball op Afrikaanse muziek. En de beroemde collages van punkontwerper Jamie Reid – Koningin Elizabeth met veiligheidsspelden, de knipletterhoes van Never Mind The Bollocks  van de Sex Pistols – hielden het werk van Schwitters, Heartfield en Duchamp op onverwachte plaatsen levend.

Dit stuk verscheen op 20 oktober 2012 in NRC Handelsblad

4 thoughts on “Dada en punk

  1. Wat toevallig! Ik heb afgelopen week een schoolexamen voor vwo 6 gemaakt en ze daarin bevraagd over het verband tussen dada en punk. Handig, nu hoef ik niet zelf het antwoord te verzinnen maar kan ik ‘gewoon’ knippen en plakken!

  2. Punk is muzikaal inhoudelijk volstrekt het tegenovergestelde van Dada. Het is oerconservatief en regressief terwijl Dada juist echt anarchistisch was. Versimpeld gespeelde Hard-Rock. Een cliché-diarree van jewelste. Ik hoor juist veel meer overeenkomsten tussen veel Progressieve Rock groepen (waar Punkgroepen zich dan zogenaamd tegen afzetten) en Dada, vooral in de zg Avant Prog, juist omdat die niet recht toe recht aan is en bijvoorbeeld door Free Jazz (misschien wel de echte muzikale pendant van Dada) is beïnvloed. Punk was meer een politieke en maatschappelijke beweging veelal gebaseerd op rancune jegens mensen afkomstig uit de beter gesitueerde sociale klassen (waar juist veel pro-punk journalisten ook uit afkomstig zijn) en anti-intellectualisme. En reactionair tot op het bot.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s