Negen favoriete boeken

Veel reacties op mijn voorzet voor een Europese literaire canon, een paar dagen geleden. Er waren mensen die schreven dat de keuze wel erg persoonlijk was. Maar dat was niet zo; de criteria waren grotendeels dezelfde als voor opname op de groslijst van de Europese cultuur. Mijn eigen keuze uit de Europese literatuur, enkele jaren geleden voor Biblion gemaakt, laat ik hier volgen.  Zoek de zeven verschillen.

KarlssonWat is een canon van de Europese literatuur zonder Homeros en Dante, zonder Shakespeare en Goethe, zonder Dostojevski en Joyce, zonder Cervantes en Goscinny? Geen canon van de wereldliteratuur natuurlijk. Gelukkig hoef ik in deze post niet de literaire pendant van de commissie-Van Oostrom uit te hangen, en kan ik gewoon op een rijtje zetten welke boeken mijn persoonlijke favorieten zijn. Of liever, welke literatuur mij gevormd heeft en welke boeken ik telkens weer zou willen lezen. Jazeker, ik weet heel goed dat Lindgren en Orwell als stilisten de mindere zijn van Proust en Cervantes; en ik moet er meteen bij zeggen dat ik Een liefde van Swann en Don Quichot tot de toppers in mijn boekenkast reken. Maar er zijn nu eenmaal geliefde romans en verhalen die je lezen veranderd hebben, en de mijne heb ik hieronder op autobiografische volgorde gezet.

Astrid Lindgren: Karlsson van het dak (1955-68). De personages van de Zweedse superschrijfster hebben generaties lezers (en schrijvers!) geïnspireerd, maar voor mij als twaalfjarige waren het de drie boeken met avonturen van de ‘verstandige man in zijn beste jaren en net dik genoeg’ (oftewel van het vliegende ettertje dat iedereen in zijn omgeving het bloed onder de nagels ‘tirriteert’) die voor het eerst lieten zien hoe diep en tegelijkertijd grappig literatuur kan zijn.

Alexandre Dumas-père: Le comte de Monte-Cristo (1845). Drie dikke blauwe bandjes, in oude spelling, gekregen van mijn vader en verslonden tijdens een griepaanval in de tweede klas van de middelbare school. Het mooiste verhaal over uitgestelde wraak en hopeloze liefde dat ik ooit had gelezen, maar vooral het eerste volwassen boek waarom ik moest huilen. Was ik verzwakt en gesentimentaliseerd door de koorts? Nee, nog steeds kan ik de passage waarin de graaf van Monte-Cristo zijn geliefde voor het laatst ziet, niet met droge ogen lezen.

Emily Brontë: Wuthering Heights (1847). Misschien wel het meest romantische boek ooit – zeker als je het zoals ik voor het eerst op je vijftiende leest. De roman over een mysterieuze vondeling die zijn omgeving en zichzelf te gronde richt, begint als een spookverhaal en legt met veel gevoel voor psychologie kolkende hartstochten bloot. Maar wat de roman frisser houdt dan veel werk uit dezelfde periode, is de manier waarop hij verteld wordt: door twee niet bijster betrouwbare figuren die het verhaal voorzien van intrigerende vaagheden.

Nineteen Eighty-FourGeorge Orwell: Nineteen Eighty-Four (1949). Beginnende lezers zullen vooral onder de indruk zijn van de martelsessies waaraan Winston Smith in de kelders van het Ministerie van Liefde onderworpen wordt. Non-fictieliefhebbers worden gegrepen door Orwells uiteenzettingen over de manipulatie van het verleden en de taal in een dictatuur. Weer anderen kunnen genieten van de amour fou van Winston en Julia, te midden van de teleschermen en de agenten van de Denkpolitie. En voor mij als vijfde-klasser was Orwells toekomstsatire een belangrijke reden om geschiedenis te gaan studeren.

Multatuli: Max Havelaar (1860). Verplicht gelezen (voor de leeslijst in de 5de klas), maar daar heb ik natuurlijk nooit spijt van gehad. Havelaars vergeefse gevecht tegen koloniale uitwassen is onderdeel van een raamvertelling die begint met de hilarisch zelfingenomen monologen van de makelaar in koffie Droogstoppel. Maar Max Havelaar heeft nog meer te bieden: memorabele retoriek, romantische sprookjes, en een postmodern aandoend einde waarin de schrijver zijn personages terzijde schuift (‘stik in koffie en verdwijn!’) om zich te richten tot Koning Willem III. Wat je allemaal niet kunt doen met taal en met een verhaal.

Tacitus: De annalen (ca 100 na Chr.). Het verhaal van de eerste keizers van Rome in korte en krachtige zinnen, prachtig vertaald door professor Meijer (geen familie van Fik). Tacitus’ pessimistische beeld van ‘the grandeur that was Rome’  deed mij kiezen voor de oudheid, toen ik me moest specialiseren bij geschiedenis.

KafkaFranz Kafka: Erzählungen (Verhalen, 1913-24). Een man ontwaakt als een enorm insect (‘De gedaanteverwisseling’), een beul demonstreert zelf een nieuwe martelmachine (‘In de strafkolonie’), een zoon laat zich door zijn vader tot de verdrinkingsdood veroordelen (‘Het oordeel’). Kafka’s verhalen zijn vaak absurd, maar ze worden met de hoogste graad van realisme en in de simpelste stijl gebracht. Zodat je meeleeft met de tragikomische hoofdpersonen, die gebukt gaan onder een op niets gebaseerd schuldgevoel. Filosofisch, geheimzinnig en grappig (voor wie erom durft te lachen). Literatuur lezen zou nooit meer hetzelfde zijn.

Lev Tolstoj: Oorlog en vrede (1864-69). Perfect leesvoer voor een eerstejaars student met geschiedenis als hoofdvak en de energie om nachtenlang door te lezen. Het begin van deze 1500 pagina’s tellende roman over Rusland tijdens de veldtocht van Napoleon mag enigszins taai zijn; al gauw word je meegesleept door de avonturen van de families Rostov en Bolkonski en door de zoektocht naar de zin van het leven van de blunderende idealist Pierre Bezoechov. Niet dat het Tolstoj te doen was om de plot; Oorlog en vrede is juist een aanklacht tegen mensen die overal een plot in zien, en met name tegen historici die lijnen en patronen aan de geschiedenis willen opleggen.

Virginia Woolf: Mrs Dalloway (1925). Dit stond op de leeslijst bij de studie Engels die ik midden jaren tachtig ging volgen. Gelukkig maar, want anders zou ik het misschien nooit ontdekt hebben. Door middel van streams of consciousness krijgen we een beeld van een society-dame, wier bestaan wordt gecontrasteerd met het avontuurlijke leven van een vriend die ze ooit de bons gaf en de hopeloze krankzinnigheid van een jonge loopgraafveteraan. Woolfs lange zinnen, met veel bijstellingen, stukken tussen haakjes en strategisch geplaatste puntkomma’s, geven Mrs Dalloway een dromerige sfeer, die de tragiek van haar personages des te schrijnender doet uitkomen.

Iedere persoonlijke canon is een momentopname, en daarom heb ik geen moeite gedaan het tiental vol te maken. Het had Is dit een mens? kunnen zijn, Primo Levi’s indrukwekkendste getuigenis van de Shoah. Of Bleak House van Charles Dickens, een nóg betere schrijver dan Gogol en Dostojevski. Of Nescio’s Dichtertje, dat stilistisch zijn gelijke niet heeft in de Nederlandse literatuur.  Of Nooit meer slapen, of Madame Bovary of Asterix en de Britten, of ….

Vooruit: vandaag deze, morgen die.

Advertenties

3 thoughts on “Negen favoriete boeken

  1. Boeken die mij gevormd hebben:
    * Louis Couperus – Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan
    * Nescio – Titaantjes
    * W.F. Hermans – Nooit meer slapen
    * Thomas Mann – Der Zauberberg
    * Elias Canetti – Die Fackel im Ohr
    * Franz Kafka – Erzählungen
    * William Golding – Lord of the Flies
    * Aldous Huxley – Brave New World
    * Stendhal – Rood en zwart
    * L.F. Céline – Reis naar het einde van de nacht

  2. Mijn persoonlijke canon:

    Charlotte Bronte – Jane Eyre (1847) – weergaloze romantiek
    Charles Dickens – Dombey& Zoon (1847) – hoe koppig kan een man zijn?
    Alexandre Dumas – De graaf van Monte-Cristo (1845) – uit de boekenkast van mijn vader
    Gustave Flaubert – Madame Bovary (1856) – vrouw gaat ten onder aan haar illusies
    Emile Zola – De mijn (1885) – als je voor een dubbeltje geboren bent…..
    Multatuli – Max Havelaar (1860) – bestand tegen de tand des tijds
    Tolstoj – Anna Karenina (1877) – vrouw verkeert in duivels dilemma
    Thomas Mann – Buddenbrooks (1901) – aftakeling van een rijke koopmansfamilie
    G. Tomasi di Lampedusa – De Tijgerkat (1958) – aanpassen aan de nieuwe tijd is moeilijk
    Harry Mulisch – De ontdekking van de hemel (1992) – Nobelprijs?

  3. Ooit, op mijn 60e verjaardag een lijst van jawel 60 toptitels opgesteld die mijn leesleven vorm gaven.Daaruit nu: S.Vestdijk, Terug tot Ina Damman; Gerard Reve, Op weg naar het einde, Georges Simenon, De kleine heilige( of bijna willekeurig iedere andere Simenon), Tsjechov, Verhalen deel 1,Hergé, Kuifje in Tibet, J.B.Schuil, De AFC-‘ers, Arnon Grunberg, Tirza, Menno ter Braak/E.du Perron, Brieven 1930-1940, Marten Toonder, Als je begrijpt wat ik bedoel:(Het boze oog, De grauwe razer en Het kukel).
    Tja, nummer 10: Couperus, Voskuil, Carmiggelt, Kees van Kooten,Tolstoj, Asterix en de Britten….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s