Carmina Burana

Rebellen waren het, de reizende studenten die in de Hoge Middeleeuwen de Carmina Burana schreven. De liederen vol seks, satire en andere slices of life kwamen uit alle delen van Europa. Achthonderd jaar later zette Carl Orff er 24 op muziek, om er vervolgens de wereld mee te veroveren.

Carmina BuranaNeurie het ‘O Fortuna’ uit de Carmina Burana van Carl Orff en je zult verbaasd staan hoeveel verschillende mensen het kennen. In de eerste plaats filmliefhebbers, want het imponerende (om niet te zeggen intimiderende) openingslied werd gebruikt in het ridderepos Excalibur, de Koude-Oorlogshit The Hunt for Red October, de hippiefilm The Doors en vele andere films waarin de ernst van een situatie moest worden aangezet. Dan natuurlijk televisiekijkers, want het ensemble van koor, pauken, bekkens, strijkers en blazers leent zich goed voor reclames (Carlton-bier, Old Spice-aftershave), parodieën (The Simpsons, South Park) en finales van talentenjachten dan wel worstelwedstrijden. En ten slotte muziekfanaten, want behalve door klassieke orkesten van naam werden de Carmina Burana opgenomen – of onherstelbaar verbeterd – door diverse popgroepen, van Era tot Enigma. Vooral ‘gothic’ hardrockbands zijn dol op Orffs bombastische verklanking van de elfde- en twaalfde-eeuwse liederen; wat heel toepasselijk is aangezien de gotiek juist in die late Middeleeuwen ontstaan is.

De Duitse componist Carl Orff (1895-1982) componeerde zijn ‘scenische cantate’ Carmina Burana in het midden van de jaren dertig en werd daarbij geholpen door de jonge filoloog Michel Hoffmann. Samen selecteerden ze 24 teksten uit een verzameling middeleeuwse liederen die aan het begin van de negentiende eeuw in het benedictijner klooster van Benediktbeuren in Beieren was teruggevonden. Orff verdeelde ze in drie categorieën – ‘In de lente, ‘In de kroeg’, ‘De hof der liefde’ – en liet ze voorafgaan en afsluiten door het lied dat het overkoepelende thema van de ‘Beurense liederen’ samenvat: een hymne over de godin van het lot, die aan het Rad van Fortuin draait en zo koningen ten val brengt en paupers verheft. Tussen die twee mini-moraliteiten bevinden zich onder andere een liedje van een vrolijke verleidster (‘Marskramer, geef me kleur’), de carnavaleske monoloog van de ‘Abt van het Koekoeksklooster’ en de aria van een gebraden zwaan die klaagt over zijn lot (‘Eens bewoonde ik meren’).

Toen Orffs cantate in 1937 in Frankfurt in première ging, werd de voorstelling opgeluisterd met dans, decors en kostuums, precies zoals de componist het had bedoeld. Orff streefde net als Richard Wagner naar Gesamtkunstwerke, al was hij muzikaal meer beïnvloed door de muziek uit de late Renaissance en de vroege Barok; maar zijn Theatrum Mundi (of ‘wereldschouwtoneel’, zoals hij het zelf noemde) werd na de Tweede Wereldoorlog al snel van toeters en bellen ontdaan. Carmina Burana werd er alleen maar populairder door. Het behoort tot de vaakst uitgevoerde werken uit de twintigste eeuw en je zou kunnen zeggen dat het ook een van de bekendste culturele verworvenheden uit de Middeleeuwen is – ware het niet dat de toonzettingen van Orff niets te maken hebben met de melodieën die bijna duizend jaar geleden de begeleiding van de gedichten vormden en die voor een deel in een archaïsche muzieknotatie aan ons zijn overgeleverd.

Een bos uit het  manuscript van de Carmina Burana

Een bos uit het manuscript van de Carmina Burana

Het manuscript van de Carmina, tegenwoordig in het bezit van de Beierse Staatsbibliotheek in München, is versierd met acht afbeeldingen, van onder meer het Rad van Fortuin (met daarop een vorst in verschillende stadia van zijn carrière), liefdesparen en drie scènes met oude bordspellen. Het telt twee stukken toneel en 252 gedichten die zijn onder te verdelen in hekeldichten, liefdesgedichten en drinkliederen. De toon is vrijmoedig, vooral als het gaat om misstanden in de kerk (de aflatenverkoop was in de twaalfde eeuw booming business) en seksuele avonturen. Zo vertelt de ik-figuur in het 76ste gedicht hoe hij een halve dag lang niemand minder dan de godin van de liefde bevredigt – een staaltje sexual bragging waar moderne rappers een puntje aan kunnen zuigen. Het grote voorbeeld van de – merendeels anonieme – dichters van de Carmina was de liefdespoëzie van Ovidius, de eerste-eeuwse Romein die ook zo’n grote invloed zou uitoefenen op Giovanni Boccaccio. Wie de liederen leest, wordt voortdurend herinnerd aan de op seks beluste priesters en studenten uit de Decamerone.

Maar de Carmina bieden meer dan seks en satire. Alle aspecten van ‘’s levens felheid’ (zoals Johan Huizinga het zou noemen in Herfsttij der Middeleeuwen) komen voorbij: drinkgelagen, rouwrituelen, Kruistochten, het wisselen van de seizoenen, religieuze gevoelens, dromen van het paradijs, angst voor het eind van de wereld. En dat alles vooral in middeleeuws Latijn, de lingua franca van de ontwikkelde Europeanen in de eerste eeuwen van het vorige millennium. Hoewel er enkele liederen zijn die toegeschreven kunnen worden aan min of meer bekende dichters (onder wie de onfortuinlijke filosoof-minnaar Pierre Abélard), zijn de meeste gemaakt door reizende studenten en werkloze geestelijken, de zogenoemde Goliarden. Dat verklaart waarom de Kerk er zo slecht afkomt in de Carmina, want maatschappijkritiek was bij deze vagebonden even populair als bier en wijn.

Een paar van de Carmina zijn geschreven in het Middelhoogduits, een paar vertonen Franse en Provençaalse invloeden. Maar twee eeuwen onderzoek hebben aangetoond dat de liederen uit alle delen van Europa afkomstig zijn, van Aragon tot Schotland en van de Languedoc tot het Heilige Roomse Rijk. De Goliarden mochten dan dropouts en rebellen zijn, ze stonden open voor andere culturen. Met een beetje anachronistische fantasie zou je ze kunnen aanduiden als een pan-Europese beweging. Zelf zouden ze die pretenties weglachen en er nog eentje nemen – onder het zingen van ‘Meum est propositum / In taberna mori’: ‘Het is mijn vaste voornemen  om in de kroeg te sterven.’

Voor een integrale uitvoering van Orffs Carmina Burana door het UC Davis Symphony Orchestra zie: http://www.youtube.com/watch?v=QEllLECo4OM

Advertenties

8 thoughts on “Carmina Burana

  1. Zal nooit de muziekles vergeten op het Rijnlands Lyceum in Wassenaar (1952-1955) waar docent De Beer ons enthousiasmeerde voor dit prachtige werk. Telkens wanneer ik de CD in handen heb zie ik het muzieklokaal weer voor me. Jammer dat zijn uitleg niet woordenlijk is blijven hangen. Gelukkig wel de ‘geest’.
    Prachtig dat u voor ruim dertig keer deze oplossing hebt gevonden. ‘Korte termijn visie’ van redactie/hoofdredactie NRC.
    Hein Heuff

  2. Tja, de Carmina Burana…..Waar de nazi’s ook zo gek op waren. Hij, Orff, vond het niet echt erg toen, als ik de geschiedenislessen goed begrijp. Toch (de schijn van) een smet op deze muziek. Geschikt voor de groslijst? Ik weet het niet. Maar ja, de muziek spreekt ook mij aan. Gek gevoel soms.
    Goed hoor, eigen weg zoeken!! Ga zo door met het initiatief.

  3. Mooi dat je Herfsttij der Middeleeuwen van Johan Huizinga hebt genoemd. Hij was de belangrijkste historicus van Nederland, internationaal gevraagd als spreker, en zijn cultuurhistorische werken zijn in tal van talen vertaald.
    Mieky Veltman

  4. Hoe dan ook Marian: voor wie Duits leest, een voortreffelijke vertaling der liederen is uitgegeven door Winkler Dündruckausgabe, Winkler Verlag München, 1975 (mijn exemplaar). Jammer zonder de Latijnse grondteksten.
    Ik heb denk ik 18 verschillende uitvoeringen op 78T, 33T, CD en DVD, maar vind eerlijk gezegd de mooiste en boeienste uitvoering die van Sir Simon Rattle met de Berliner Philharmoniker op DVD, Zie om de smaak te pakken te krijgen

  5. Dank, meneer Steinz, voor uw blijk van doorzettingsvermogen -het was (en blijft hoop ik) een razend interessante serie. Ik heb zojuist uw aflevering over de Carmina Burana gelezen. Informatief, maar weinig wat ik al niet wist. Ik mistte wel een kritische musicologische en historische analyse van de compositie en de receptie ervan in Nazi-Duitsland. Maar wat me vooral verbaast: waarom juist deze compositie als bouwsteentje van het Europese DNA en niet, bijvoorbeeld, muziek van Stravinsky wiens werk entartet werd verklaard door de Nazi’s. De romantische en idealistische bewondering voor de late middeleeuwen en de gotiek in de vroege jaren van het Derde Rijk kan toch niet nu nog de rechtvaardiging bieden voor deze keuze.
    Maar toch: zet het voort!
    Peter Bosman

    • Ja, er had wel iets bij gemogen over de nazi-belangstelling voor Orffs werk (die daar zelf natuurlijk niet veel aan kon doen), Hitler was dol op middeleeuwse Meistersinger. Maar de artikelen moeten enigszins behapbaar blijven, dus voor te veel uitweiding en musicologische analyse is geen ruimte. Dat de Carmina de groslijst hebben gehaald komt in de eerste plaats door de weidse verbreiding ervan over de wereld; ze zijn ontegenzeggelijk onderdeel van wat de rest van de wereld ziet als (middeleeuws) Europees. En wees gerust: Stravinsky komt nog aan de beurt, om te beginnen in het artikel over de Sacre du Printemps van de Ballets Russes.

      • Wie bij uitstek gevoelig is voor de relatie tussen muziek en politieke context is Alex Ross [The Rest is Noise. Listening to the Twentieth Century. New York, 2007]. In een lange en welgevulde alinea pleit Ross zowel Hindemith als Orff vrij van ”proto-Fascist tendencies”.

        ”There is nothing intrinsically fascistic about the longing to connect music to a community, it can just as easily serve as a vehicle for the propagation of democratic thought.”

        Volgens Ross gaat de ”Gebrauchsmusik” van Hindemith en Orff hand in hand ”with what Peter Gay has called Weimar’s ‘hunger for wholeness’: its obsessive pursuit of arts-and-crafts projects, physical culture, back-to-nature expeditions, youth movements, sing-alongs, and so on.” Aldus Alex Ross.

        In zijn gesprekken met Robert Craft vereenzelvigt Stravinsky de ”school Hindemith” met ”its interminable 9/8 movements, its endless fourths and its fugues with subjects thirty-two bars long”. En Orff hoort voor Stravinsky – althans in het kader van zijn uiterst vrijzinnige ”Memories and Commentaries” – zonder een woord verder commentaar thuis in de ”Neo-Neanderthal-school”. Zo kun je het ook bekijken. Wie zal ”il capo dei capi” tegenspreken?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s