Joyce en het modernisme

Bestaat er zoiets als de Grote Europese Roman? En welke boeken komen voor die eretitel in aanmerking?

***

De Hogarth Press-uitgave van 'The Waste Land'

De Hogarth Press-uitgave van ‘The Waste Land’

In de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstond onder schrijvers in de Verenigde Staten het verlangen om in één dikke roman het Amerikaanse leven zo volledig mogelijk te boekstaven. In deze mythische ‘Great American Novel’, die zowel tijdsbeeld als zielenspiegel moest zijn, draaide het om de vraag wat het betekent om Amerikaans te zijn. Een vraag die nog steeds relevant is in een land van tientallen verschillende culturen die al sinds twee eeuwen geacht worden een eenheid te vormen.

Europa is pas een paar decennia verenigd, maar wie de literatuurgeschiedenis bekijkt, kan constateren dat de schrijvers van het continent al veel eerder de ambitie hadden om de condition européenne zo dwingend mogelijk uit de doeken te doen. Vooral in de jaren twintig, de hoogtijdagen van het zogeheten modernisme, floreerde iets wat je de Grote Europese Roman zou kunnen noemen. Gebruik makend van nieuwe technieken als stream of consciousness (oftewel innerlijke monologen), onbetrouwbare vertellers, filmische montage en middelpuntzoekend perspectief, zochten schrijvers naar de essentie van een continent dat door een desastreuze loopgravenoorlog aan de rand van de afgrond was gebracht. Hun romans, vaak dik en/of meerdelig, waren de prozapendanten van het lange en veelzeggend getitelde gedicht The Waste Land dat de Amerikaanse Brit T.S. Eliot in 1922 publiceerde. ‘These fragments I have shored against my ruins’ luidde een van memorabele regels daarin, en behalve een omgevallen boekenkast was The Waste Land ook een collage van citaten in bijna alle Europese talen.

ulysses1922, het sterfjaar van Marcel Proust, was in veel opzichten het annus mirabilis van de Europese literatuur. Naast The Waste Land van Eliot, Baal van Bertolt Brecht, Siddharta van Hermann Hesse en Jacob’s Room van Virginia Woolf, verscheen in Parijs de boekuitgave van Ulysses, een volumineuze roman waarin James Joyce (1882-1941) de techniek van de stream of consciousness vervolmaakte en experimenteerde met alle mogelijke literaire stijlen. De achttien hoofdstukken van Ulysses, over een dag uit het leven van de joods-Ierse advertentieverkoper Leopold Bloom en de katholieke schrijver in spe Stephen Dedalus, herschreven niet alleen Homeros’ Odyssee, maar etaleerden ook telkens een andere (literaire) techniek – van de fuga (het ‘Sirenen’-hoofdstuk, dat zich in een bar afspeelt) tot de hallucinatie (het ‘Circe’-hoofdstuk in het bordeel).

Ulysses, dat eerder dit jaar opnieuw vertaald werd door Robbert Jan Henkes en Erik Bindervoet, is te lezen als een roerend verhaal over een Europese elckerlyc die worstelt met de dreigende ontrouw van zijn vrouw en aan het eind van de dag een vervanging vindt voor de zoon die hij ooit heeft verloren. Maar het was ook een stilistisch experiment waarmee Joyce de grenzen van de roman verlegde tot een punt waar geen schrijver eerder geweest was. Hij zou die krachttoer herhalen in 1939, met Finnegans Wake, een orgie van Europese talen en verwijzingen waarin ternauwernood het verhaal van een kasteleinsgezin in Dublin valt te ontdekken. Maar intussen was de invloed van Ulysses al doorgedrongen tot Italië (De bekentenissen van Zeno van Italo Svevo), Engeland (Mrs Dalloway van Virginia Woolf), Nederland (Mijnheer Vissers hellevaart van S. Vestdijk) en zelfs Amerika (The Sound and the Fury van William Faulkner).

Manns ZauberbergParallel aan Joyce schreven in het Duitse taalgebied twee grootheden aan hun versie van de Grote Europese Roman: de Oostenrijker Robert Musil (1880-1942) en de Duitser Thomas Mann (1875-1955). Het eerste deel van Musils Der Mann ohne Eigenschaften, een met essayistische uitweidingen doorsneden ideeënroman over de nadagen van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk, verscheen in 1930 en bood een ironische kijk op een Europa dat met de Grote Oorlog aan haar eind was gekomen. Zes jaar eerder publiceerde Mann Der Zauberberg, een kolossale ontwikkelingsroman over een jongen in een Alpensanatorium die te lezen was als een knap beargumenteerd pleidooi voor het humanisme en de culturele vorming waarop Europa zich liet voorstaan.

De duizend pagina’s dikke Zauberberg, onlangs opnieuw vertaald door Hans Driessen, beschrijft de karakterontwikkeling van Hans Castorp. Drie weken heeft de 23-jarige ingenieur uit Hamburg uitgetrokken voor een bezoek aan zijn tuberculeuze neef in Davos; hij zal er zeven jaar blijven, want eenmaal in de onwezenlijke kalmte van de bergen verliest hij alle gevoel van tijd. Onderworpen aan een strak regime van  maaltijden, ligkuren en oeverloze gesprekken, verandert Hans van een naïeve jongeman in een mens van de wereld. Hij voert gesprekken met de Italiaanse humanist Settembrini en de reactionaire jezuïet Naphta; hij wordt hopeloos verliefd op het Russische jongensmeisje Clawdia Chauchat; hij leert drinken en praten van de Hollandse (!) bonvivant Mynheer Peeperkorn. Met de meeste mensen in zijn omgeving loopt het niet al te best af (de toverberg eist opvallend veel slachtoffers) maar zelf is hij uiteindelijk perfect gebildet. In een epiloog zien we hem terug in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog – een laatste staaltje van de ironie waarin Mann grossiert.

Hogarth-uitgave 'Mrs Dalloway', omslagontwerp Vanessa Bell, zuster van Vrigina Woolf

Hogarth-uitgave ‘Mrs Dalloway’, omslagontwerp Vanessa Bell, zuster van Virginia Woolf

Der Zauberberg was niet de eerste Grote Europese Roman uit de wereldliteratuur; laten we A Tale of Two Cities, Oorlog en vrede en De brave soldaat Svejk niet vergeten. Maar hij was gelukkig ook niet de laatste. Geslaagde pogingen van onder meer Woolf (Mrs Dalloway), Céline (Voyage au bout de la nuit), Boon (De Kapellekensbaan), Yourcenar (L’oeuvre au noir), Grossmann (Leven en lot), Grass (Der Butt) en Mulisch (De ontdekking van de hemel) zagen de afgelopen eeuw het licht. En in de eenentwintigste eeuw waren er voorbeelden van W.G. Sebald (Austerlitz), Jonathan Littell (Les Bienveillantes), Umberto Eco (De begraafplaats van Praag), et cetera. Zolang er een Europa is, komt aan het schrijven van de Grote Europese Roman nooit een eind.

Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad, op 29 december 2012

Advertenties

4 thoughts on “Joyce en het modernisme

  1. Bij het lezen van Nil Baram’s Goede mensen kwam ik Boris Pasternak’s Dokter Zjivago tegen. Deze roman is natuurlijk vooral door de verfilming beroemd geworden. Vind je dat hij ook een plaats bij de Grote Europese Roman verdient?
    hartelijke groet, Mieky Veltman

  2. We hebben, denk ik, allemaal onze shortlist met “Muze bezing mij Europa” vrij naar Homeros :
    op mijn lijst komt ook de Oostenrijker Bruno Brehm (1892-1974) voor met “Apis und Este”, “Weder Kaiser noch König” en “Das war das Ende” een trilogie over de tijd (grofweg) 1900 -1920, Hoewel Brehm in WO II achter de facisten aanliep is in de trilogie daar niets van te merken.

  3. Dag Pieter, ik zag dat je hier de VIa Appia hebt behandeld. Dat bracht mij op het idee om ook aan de VIa Salaria aandacht te besteden. Niet alleen in Nederland danken wij aan deze weg, waarlangs het zout werd getransporteerd, het woord salaris. Ook in andere, ook niet Europese landen is er wel een woord dat is afgeleid van ‘Sal’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s